De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Wat is de prevalentie van sarcopenie, onder de cliënten van 65 jaar en ouder, binnen de netwerkorganisatie SilverRade?

Rechten:

Wat is de prevalentie van sarcopenie, onder de cliënten van 65 jaar en ouder, binnen de netwerkorganisatie SilverRade?

Rechten:

Samenvatting

Achtergrond: Op 1 januari 2016 telde Nederland 2.989.00 inwoners tussen de 65 en 99 jaar oud. Ouder worden gaat veelal gepaard met gezondheidsproblemen waaronder ook sarcopenie. Sarcopenie is een leeftijd gerelateerd proces van de afname van de spierkracht en -massa. Een verlaging van de spiermassa zorgt voor een verminderde kwaliteit van leven. Er is nog weinig bekend over sarcopenie binnen geriatrische netwerkorganisatie SilverRade. Om dit te veranderen zal er onderzoek worden gedaan naar de prevalentie van sarcopenie binnen de organisatie. Doel: Het hoofddoel van dit onderzoek is het krijgen van inzicht in de prevalentie van sarcopenie, binnen geriatrische netwerkorganisatie SilverRade. Het subdoel van dit onderzoek is het zorgen voor meer bekendheid over sarcopenie binnen de verschillende disciplines van SilverRade. Methoden: Tijdens dit onderzoek is er per deelnemer een test van ± 15 minuten uitgevoerd om inzicht te krijgen in de prevalentie van sarcopenie. Deze test bestond uit het meten van de loopsnelheid (m/s), de handknijpkracht (kg) en de lichaamssamenstelling (kg/m²). Deze test is uitgevoerd bij cliënten van de afdeling somatiek, cliënten uit de aanleunwoningen, cliënten uit het klooster en thuiswonende cliënten. Met behulp van een opgesteld stroomschema dat gebaseerd is op het stroomschema van Prof. Alfonso J. Cruz-Jentoft, zijn de deelnemers aan de hand van fysieke prestatie, spierkracht en spiermassa ingedeeld in vier groepen; wel sarcopenie, (hoog) risico, geen sarcopenie en een onbekend risico. De deelnemers met de diagnose sarcopenie zijn vervolgens verder onderverdeeld binnen de drie fases van sarcopenie; pre-sarcopenie, sarcopenie en ernstige sarcopenie. Aanvullend aan de hoofdvraag zijn de verschillende afdelingen met elkaar vergeleken om te zien of er een verschil bestaat in de prevalentie van sarcopenie binnen deze afdelingen. Resultaten: Uit dit onderzoek komt naar voren dat bij 3 deelnemers (7,3%) de aanwezigheid van sarcopenie is aangetoond. Hiervan is 33,3% afkomstig uit de aanleunwoningen en 66,6% is afkomstig uit het klooster. 20 deelnemers (48.8%) hebben een (hoog) risico op sarcopenie. Hiervan is 35,0% afkomstig van de afdeling somatiek, 30,0% is afkomstig uit de aanleunwoningen en 35,0% is afkomstig uit het klooster. 16 deelnemers (39.0%) bleken geen sarcopenie te hebben. Hiervan is 18,8% afkomstig van de afdeling somatiek, 6,3% afkomstig uit de aanleunwoningen, 25,0% afkomstig uit het klooster en 50,0% is thuiswonend. Van 2 deelnemers is het risico op sarcopenie onbekend, hiervan is 50,0% afkomstig uit de aanleunwoningen en 50,0% is thuiswonend. Conclusie: Uit dit onderzoek kan geconcludeerd worden dat bij 7,3% van de deelnemers de aanwezigheid van sarcopenie aangetoond is, 48.8% van de deelnemers heeft een (hoog) risico op sarcopenie, 39.0% van de deelnemers heeft geen sarcopenie en 4,9% van de deelnemers is ingedeeld in de categorie onbekend risico. Tevens is er een verschil in prevalentie zichtbaar tussen de verschillende afdelingen. Hieruit valt te concluderen dat de groep cliënten met een (hoog)risico op sarcopenie het grootst is. Het is van belang om deze groep nader te onderzoeken en samen met de groep cliënten waarbij sarcopenie is aangetoond te behandelen, om eventuele verdere achteruitgang te voorkomen.

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Amsterdam
AfdelingBewegen, Sport en Voeding
Jaar2017
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk