De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Welke smaakvoorkeuren heeft een patient die chemotherapie ondergaat op de afdelingen Oncologie en Hematologie van het VUmc

Rechten:

Welke smaakvoorkeuren heeft een patient die chemotherapie ondergaat op de afdelingen Oncologie en Hematologie van het VUmc

Rechten:

Samenvatting

Aanleiding Het komt steeds vaker voor, kanker. Zo bleek het uit cijfers van het IKNL. Patiënten met een oncologische aandoening hebben 55-75% kans op het krijgen van smaakverandering. Smaakverandering is vaak het gevolg van chemotherapie die de groei van snel delende cellen remt. Dit zijn naast tumorcellen ook slijmvliescellen in de mond. Dit onderzoek geeft antwoord op de hoofdvraag ‘Welke smaakvoorkeuren heeft een patiënt die chemotherapie ondergaat op de afdelingen oncologie en hematologie in het VUmc?’ Methode Om antwoord te geven op de hoofdvraag is gebruik gemaakt van zowel literatuur- als praktijkonderzoek. De wetenschappelijke artikelen waren bij voorkeur niet ouder dan vijftien jaar, hadden bij voorkeur een onderzoeksgroep van meer dan 30 personen en waren bij voorkeur Nederlandse reviews. In de literatuur is naast antwoorden op de deelvragen gezocht naar een gevalideerde vragenlijst voor het praktijkonderzoek. Resultaten In totaal zijn in dit onderzoek 100 patiënten met een leeftijd van 31-85 jaar meegenomen. De onderzoeksgroep bestond voor 61% uit mannen en 39% uit vrouwen. Hiervan lag 62% van de patiënten op de afdeling oncologie en 38% van de patiënten op de afdeling hematologie. Het bleek dat 72% van de patiënten bekend was met smaakverandering, maar slechts 48% deze momenteel ervaarde. Over de huidige smaakklachten zijn geen significante (P<5%) resultaten gevonden. De basissmaken zout, zoet, zuur, bitter en umami werden in 20-29% van de gevallen anders ervaren. Basissmaken werden vaker sterker dan zwakker waargenomen. Patiënten met chemotherapie leken gedurende de behandeling voorkeur te hebben voor de smaak 'zoet' en afkeur te hebben voor de smaak 'bitter’. Conclusie Patiënten die chemotherapie ondergingen op de afdelingen oncologie en hematologie in het VUmc, hadden een smaakvoorkeur voor zoet (68%). De smaakvoorkeuren die daarop volgden waren voor umami (62%), zout (47%), zuur (45%) en op de laatste plaats bitter (33%). Van de patiënten gaf 47% zelfs aan bitter geen lekkere smaak te vinden. Aanbeveling Het is te adviseren aan paramedici, die te maken hebben met deze patiëntengroep, de patiënt educatie te geven over voorkeurs- en afkeurproducten. Zo heeft de smaak zoet vaker de voorkeur en roepen bittere producten vaak aversie op. Er was een specifieke voorkeur voor zoete, friszure en zachte voedingsmiddelen zoals yoghurt, snoep, salades fruit en sappen. Daarentegen was er afkeur voor voedingsmiddelen zoals water, koffie, aardappelen, brood, alcohol en vlees. Daarnaast waardeerde de patiënten extra maaltijdmomenten, maar hadden zij deze bij voorkeur rond borreltijd zodat de maaltijdmomenten beter verspreid waren over de dag.

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Amsterdam
OpleidingVoeding en Diëtetiek
AfdelingBewegen, Sport en Voeding
Jaar2017
TypeBachelor
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk