De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Dikvloeibare voeding bij CVA-patienten : een probleemanalyse van de huidige behandeling

Rechten:

Dikvloeibare voeding bij CVA-patienten : een probleemanalyse van de huidige behandeling

Rechten:

Samenvatting

De afdeling Diëtetiek en Voedingswetenschappen van het UMC Utrecht maakt zich zorgen over de voedingstoestand van CVA patiënten in de dikvloeibare voedingsfase. De mogelijk verslechterde voedingstoestand kan door verschillende factoren veroorzaakt worden. Het doel van deze scriptie is het maken van een probleemanalyse, gericht op het functioneren van de patiënt, de voedingkundige inhoud en de organisatie, om inzicht te krijgen in de knelpunten bij de dikvloeibare voedingsfase bij CVA patiënten in het UMC Utrecht. Methode Om achtergrondinformatie te verkrijgen over de specifieke problemen die CVA patiënten ervaren met betrekking tot de inname van voeding is literatuuronderzoek verricht. Daarnaast zijn interviews gehouden met de disciplines betrokken bij de behandeling van CVA patiënten met dikvloeibare voeding om de organisatie is kaart te brengen. Door middel van een patiëntenonderzoek zijn gegevens verkregen over de mogelijke voedingsproblematiek bij CVA patiënten met dikvloeibare voeding in het UMC Utrecht. Literatuur De fysieke gevolgen die een patiënt na een CVA ervaart, kunnen zorgen voor een belemmering in de voedingsinname. Ongeveer 30-50% van de acute CVA patiënten ervaart dysfagie (slikstoornissen). Patiënten met dysfagie kunnen voeding met een dunne consistentie niet veilig slikken en zijn daarom vaak aangewezen op sondevoeding of voeding met een aangepaste consistentie. Uit onderzoek is gebleken dat er een significant lagere energie- en eiwitinname is bij voeding met een aangepaste consistentie in vergelijking met gewone maaltijden. Dit kan leiden tot ondervoeding. Tijdens opname is 20-61% van de CVA patiënten ondervoed. CVA patiënten met ondervoeding hebben meer risico op complicaties, een langzaam herstel, lagere zelfredzaamheid en een langere duur van ziekenhuisopname. Resultaten Gedurende acht weken patiëntenonderzoek zijn 65 CVA patiënten opgenomen in het UMC Utrecht. Hiervan hebben acht patiënten dikvloeibare voeding voorgeschreven gekregen, voor een gemiddelde duur van zes dagen. Uit het patiëntenonderzoek blijkt dat met alleen dikvloeibare voeding niet aan de energie- en eiwitbehoefte is voldaan. Dit wordt veroorzaakt door; de functionele problemen van de patiënt, het aanbod van dikvloeibare voeding en de korte tijd die geboden wordt aan de patiënten voor het helpen bij het eten. Echter, bij gebruik van de juiste hoeveelheid aanvullende sondevoeding naast dikvloeibare werd bijna een energie- en eiwitbalans bereikt. Conclusie Het aantal patiënten dat in het UMC Utrecht door het gebruik van dikvloeibare voeding risico loopt op ondervoeding lijkt kleiner dan vooraf gedacht. Het probleem van de negatieve energie- en eiwitbalans is in deze groep echter aanzienlijk. Hierdoor is het van belang de huidige behandeling van deze patiëntengroep te optimaliseren om de kans op het ontstaan van ondervoeding te verkleinen. De knelpunten die uit de probleemanalyse zijn voortgekomen, hebben geleid tot aanbevelingen. Deze aanbevelingen worden in het gelijknamige hoofdstuk vermeld

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Amsterdam
InstituutBewegen, Sport en Voeding
Gepubliceerd in
Jaar2007
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 25 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk