De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

De screening en (dieet)behandeling van onderhandeling in het Diakonessenhuis Utrecht/Zeist

Rechten:

De screening en (dieet)behandeling van onderhandeling in het Diakonessenhuis Utrecht/Zeist

Rechten:

Samenvatting

Ondervoeding bij ziekte is een actueel en groot probleem in Europese ziekenhuizen. Uit recent onderzoek is gebleken dat de prevalentie van ondervoeding bij opname in Nederlandse ziekenhuizen 25 tot 40% is. In het Diakonessenhuis Utrecht/Zeist is minimaal 20% van de patiënten bij opname ondervoed. Tijdens opname in het ziekenhuis hebben patiënten een verhoogd risico om ondervoed te raken. Bij ondervoeding is er sprake van „een tekort aan voedingsstoffen, leidend tot een verminderde biologische functie.‟ In de praktijk en vakliteratuur wordt ondervoeding bepaald door te kijken naar onbedoeld gewichtsverlies en/of de Body Mass Index (BMI). Er is sprake van ondervoeding bij onbedoeld gewichtsverlies van meer dan 10% in de laatste 6 maanden of meer dan 5% in de laatste maand. Een Body Mass Index (BMI) kleiner dan 18,5 kg/m2 geeft ondergewicht aan. Ondervoeding komt in het ziekenhuis het meeste voor bij patiënten met kanker, patiënten met ziekten aan het spijsverteringsorgaan en dementerende patiënten. De consequenties van aan ziekte gerelateerde ondervoeding zijn voor de patiënt onder andere: verlies van lichaamsgewicht en spiermassa, daling van de weerstand, verhoogde kans op complicaties en een vertraagde wondgenezing. Voor het ziekenhuis kunnen een langere verpleegduur van de patiënt en hogere behandelingskosten consequenties zijn. Het is van groot belang om ondervoeding tijdig te herkennen, bijvoorbeeld met behulp van screening. Screening is een voorselectie voordat de diagnose bij de patiënt wordt gesteld, waarna verwijzing naar de diëtist plaats kan vinden. Er wordt veel onderzoek gedaan naar de methoden voor screening op ondervoeding en er worden steeds betere screeningsmethoden ontwikkeld. Hierdoor worden steeds meer ondervoede patiënten herkend. Experts op het gebied van ondervoeding bevelen Nederlandse ziekenhuizen aan om de Short Nutritional Assessment Questionnaire (SNAQ) of de Malnutrition Universal Sreening Tool (MUST) te gebruiken om te screenen op ondervoeding. In het Diakonessenhuis wordt gebruik gemaakt van een screeningsinstrument, gebaseerd op de SNAQ. Dit screeningsinstrument is in de loop van de jaren aangepast aan de nieuwe ontwikkelingen en inzichten op het gebied van screeningsmethoden. Met behulp van dit screeningsinstrument worden in het Diakonessenhuis steeds meer ondervoede patiënten herkend. Naar aanleiding van positieve screening op ondervoeding wordt de (dieet)behandeling gestart. Ondervoede patiënten worden in ziekenhuizen multidisciplinair behandeld. De diëtist heeft specifieke kennis op dit gebied en speelt een centrale rol in de (dieet)behandeling van ondervoede patiënten. Het doel van de (dieet)behandeling bij (een verhoogd risico op) ondervoeding is: het handhaven of verbeteren van de voedingstoestand of het voorkomen van onnodige verslechtering van de voedingstoestand. In het Diakonessenhuis werken verschillende disciplines mee aan de screening en de (dieet)behandeling van ondervoeding. Het is duidelijk dat er nog onvoldoende efficiënt gewerkt wordt. Om een beeld te krijgen van de screening en de (dieet)behandeling in het Diakonessenhuis, en de knelpunten hierbij, is intern onderzoek uitgevoerd. Bij tien diëtisten, het hoofd van de voedingsassistenten en een voedingsverpleegkundige zijn interviews afgenomen. De gebruikte vragenlijst is opgesteld naar aanleiding van het literatuuronderzoek over de screening en (dieet)behandeling van ondervoeding in ziekenhuizen. De vragenlijst is gebaseerd op de knelpunten bij de voedingsverzorging in ziekenhuizen, vastgesteld door de 'Council of Europe'. Een aantal knelpunten kwamen zowel in Europees onderzoek, als in het interne onderzoek in het Diakonessenhuis naar voren. De belangrijkste overeenkomsten zijn de onduidelijkheid over de verantwoordelijkheden en gebrek aan kennis, samenwerking en communicatie bij de verschillende disciplines. Andere knelpunten die zijn voorgekomen uit het interne onderzoek in het Diakonessenhuis zijn het invullen van de screeningslijsten en het wegen van de patiënten bij en tijdens opname. Oplossingen voor deze knelpunten kunnen onder andere voorlichting en scholing zijn. Een andere oplossing is het gebruik maken van een richtlijn. Het Diakonessenhuis zou een bestaande praktische methode of richtlijn kunnen gebruiken, zoals de SNAQ-methode. Bij de SNAQ-methode is screening en de (dieet)behandeling inhoudelijk vastgelegd. De diëtisten van het Diakonessenhuis staan positief ten opzichte van onderdelen van de SNAQ-methode, maar zijn tevreden over de huidige screeningslijst. Een snelle start van de (dieet)behandeling en het verstrekken van tussendoortjes met behulp van een kar wordt als positief ervaren. Het zou goede optie zijn om onderdelen van de SNAQ te implementeren en hiernaast gebruikt te maken van de ontwikkelde richtlijn. Er bestaat een landelijke richtlijn voor de (dieet)behandeling van ondervoeding. De praktische invulling staat niet expliciet beschreven en kan per ziekenhuis variëren. Om een efficiënte (dieet)behandeling van ondervoeding te kunnen realiseren, bestaat in het Diakonessenhuis de behoefte aan een specifieke en praktische richtlijn. Met behulp van stellingen hebben de diëtisten aangegeven wat inhoudelijk belangrijk is aan een richtlijn voor het Diakonessenhuis. De diëtisten menen dat een richtlijn praktisch en inhoudelijk correct moet zijn, moet zorgen voor efficiëntere (dieet)behandeling van ondervoeding en duidelijkheid biedt over de eindverantwoordelijkheden van de verschillende disciplines. De ontwikkelde richtlijn biedt onder andere deze informatie. Voorwaarde voor de implementatie van de ontwikkelde richtlijn is dat de knelpunten eerst worden opgelost. De aanbevelingen bieden de basis voor het oplossen van de knelpunten. Bij implementatie dient planmatig gewerkt te worden. Hierbij moeten alle disciplines tijdig worden geïnformeerd.

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Amsterdam
InstituutBewegen, Sport en Voeding
Gepubliceerd in
Jaar2007
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 25 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk