De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Validiteit van de 7-punts huidplooimeting, ten opzichte van densitometrie (BODPOD), voor de bepaling van lichaamsvetpercentage bij sporters

Rechten:

Validiteit van de 7-punts huidplooimeting, ten opzichte van densitometrie (BODPOD), voor de bepaling van lichaamsvetpercentage bij sporters

Rechten:

Samenvatting

Achtergrond: Het meten van huidplooidikte met een huidplooimeter is een goedkope en eenvoudige manier om de lichaamssamenstelling te kunnen vaststellen. De 4-punts huidplooimeting (SF4) is de meest gebruikte methode, echter hierbij worden geen meetpunten op het onderlichaam opgenomen. De meetmethode in deze studie is de 7-punts huidplooimeting (SF7) van Jackson & Pollock. De 7-punts huidplooimeting zou vooral bij sporters een nauwkeurige bepaling van het lichaamspercentage vet geven. Het is nuttig om te onderzoeken in hoeverre de 7-punts huidplooimeting overeenkomt met de referentiemethode en of de 7-punts huidplooimeting een nauwkeuriger resultaat vertoont dan de 4-punts huidplooimeting. Doelstelling: Doel van deze studie is om te onderzoeken wat de validiteit is van de 7-punts huidplooimeting met de BODPOD (BP) als referentiemethode. In deze studie wordt onderzocht of de 7-punts huidplooimeting een valide en reproduceerbare meetmethode is en of de schattingen van het lichaamsvetpercentage beter zijn dan van de 4-punts huidplooimeting. Methoden: De deelnemers in het onderzoek beoefenden verschillende sporten, waaronder roeiers, schaatsers, hardlopers, volleyballers, handballers en hockeyers. De sporters ondergingen zowel de 7-punts (SF7) en 4-punts huidplooimeting (SF4), welke uitgevoerd werden met een Harpenden huidplooimeter. Het volume van de sporters werd daarnaast met de BODPOD (BP) gemeten, hieruit werd de dichtheid en vervolgens het lichaamsvet percentage berekend. De statistische analyses die zijn uitgevoerd om de verschillende methoden met elkaar te vergelijken zijn de volgende: regressieanalyse, berekening gemiddelde afwijking (RMSE) en de Bland and Altman analyse. Resultaten: Van de 70 deelnemers vielen 4 personen uit wegens incomplete gegevens. Het totaal aantal deelnemers waren 66 personen, deze bestond uit 46 mannen en 20 vrouwen. De gemiddelde leeftijd van de groep is 21,5 jaar. Het gemiddelde (SD) gewicht is bij mannen 75,4 (9,4) kg en bij vrouwen 65,4 (7,4) kg. De gemiddelde lengte is bij mannen 186,1 (9,4) cm en bij vrouwen 175,0 (4,0) cm. De gemiddelde BMI is voor mannen 21,8 en voor vrouwen 21,3. De correlatie tussen de SF7 en BP is r= 0,687 met een gemiddelde afwijking RMSE= 4,3%. Bij de SF4 is de correlatie met de BP r= 0,568 met een gemiddelde afwijking RMSE = 5,5%. De Bland and Altman analyse geeft voor het vetpercentage van de SF7 voor mannen een bias (het gemiddelde verschil (SD) met de BP) van + 0,9% (2,75) lichaamsvet en voor vrouwen - 3,8% (5,3) lichaamsvet. De bias in het lichaamsvetpercentage van de SF4 is voor mannen 4,0% (3,7) lichaamsvet en voor vrouwen 0,8% (5,6) lichaamsvet. De bias in vetmassa bij de SF7 is voor mannen -0,8 (2,2) kg en voor vrouwen -2,6 (3,5) kg. Bij de SF4 is de bias voor mannen +3,0 (3,3) kg en bij vrouwen +0,6 (3,6) kg. Conclusie: Bij mannelijke sporters lijkt de 7-punts huidplooimeting een verbetering van de schatting van het vetpercentage, ten opzichte van de gebruikelijke 4-punts huidplooimeting. Bij vrouwen is geen betrouwbaarder resultaat gevonden met de 7-punts huidplooimeting.

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Amsterdam
InstituutBewegen, Sport en Voeding
Gepubliceerd in
Jaar2009
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 25 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk