De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Vroege herkenning en behandeling van ondervoeding bij kinderen in ziekenhuizen : wat zijn knelpunten en succesfactoren in het proces?

Rechten:

Vroege herkenning en behandeling van ondervoeding bij kinderen in ziekenhuizen : wat zijn knelpunten en succesfactoren in het proces?

Rechten:

Samenvatting

Achtergrond Ziektegerelateerde ondervoeding in ziekenhuizen wordt vaak niet herkend en daardoor niet behandeld. Van alle opgenomen kinderen in Nederlandse ziekenhuizen blijkt 15-30% ondervoed of heeft een verhoogd risico op ondervoeding. In 2007 is in Nederland een eenvoudig screeningsinstrument ontwikkeld, bestaande uit vier korte vragen, waarmee het risico op ondervoeding bij opname wordt gescreend (STRONGkids). Doel Het evalueren van de praktische haalbaarheid van vroege herkenning en behandeling van ondervoeding, bij alle opgenomen kinderen op een medium care afdeling kindergeneeskunde in het Erasmus MC-Sophia. Methoden De kennis van het personeel ten aanzien van vroege herkenning en behandeling van ondervoeding is getest door middel van een enquête. Een prospectieve, observationele studie is gedurende één maand op een medium care afdeling uitgevoerd. Hierbij is ondervoeding bepaald met de SD-scores van lengte en gewicht. Tevens is de STRONGkids afgenomen om het risico op ondervoeding te bepalen. De knelpunten en succesfactoren van het proces werden geanalyseerd met behulp van het Ersösz-model (managen van veranderingen). Resultaten Uit de enquête bleek dat 62% van de ondervraagden een kind definieert als ondervoed wanneer een afbuiging in de groeicurve te zien is. Tijdens de pilot voldeden 49 van de 55 opnames aan de inclusiecriteria. Uiteindelijk zijn veertig kinderen gescreend. Twaalf kinderen waren ondervoed. Negen kinderen zijn behandeld door de diëtist. Bij zes kinderen is de behandeling op dag vijf geëvalueerd. Bij het afnemen van de STRONGkids vielen zes kinderen in de hoog risico groep en negentien in de matig risico groep. Met behulp van het Ersösz-model blijkt dat visie en prikkels om het proces goed te laten verlopen nog niet voldoende aanwezig zijn bij het personeel. Conclusie en adviezen Twaalf van de veertig kinderen waren ondervoed. Zes kinderen vielen in de hoog risico groep, hiervan waren vijf kinderen ook daadwerkelijk ondervoed. Geconcludeerd kan worden dat een relatie te zien is tussen een hoog risico op ondervoeding en ondervoed zijn. Het personeel heeft wel de kennis maar is zich nog niet voldoende bewust van de belangrijkheid van de stappen die nodig zijn in het proces om ondervoeding te kunnen constateren en te behandelen. Om het in de toekomst beter te laten verlopen is onderwijs vereist. Daarbij is ook stimulans noodzakelijk en kan gedacht worden aan beloningen en competities.

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Amsterdam
InstituutBewegen, Sport en Voeding
Gepubliceerd in
Jaar2010
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 25 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk