De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Vocht- en voedingsinname in een kleinschalig verpleeghuis : voedingsonderzoek op de locaties Daelhoven en Wiekslag Smitsveen

Rechten:

Vocht- en voedingsinname in een kleinschalig verpleeghuis : voedingsonderzoek op de locaties Daelhoven en Wiekslag Smitsveen

Rechten:

Samenvatting

Achtergrond: In verpleeghuizen komt het vaak voor dat de vocht- en voedingsinname van de bewoners niet adequaat is. Hierdoor kan ondervoeding ontstaan, wat een negatieve invloed kan hebben op de gezondheid en de kwaliteit van leven. Tevens kunnen functionele problemen en veranderingen in het psychosociale welzijn ontstaan. Kleinschalige verpleeghuizen werken vanuit een visie waarbij de kwaliteit van leven en wonen centraal staan. Kenmerken hiervan zijn een huiselijke leefomgeving en een kleine bewonersgroep per woning. De visie streeft naar zorg op maat en naar wens. Door de kleinschaligheid en het vastleggen van de persoonlijke wensen en behoeften, kan een goede balans ontstaan tussen een adequate vocht- en voedingsinname en de wensen en behoeften van de bewoner. Doel: Vaststellen in hoeverre de gemiddelde dagelijkse vocht- en voedingsinname van de bewoners op de locaties Daelhoven en Wiekslag Smitsveen voldoet aan de adviezen uit de door Arcares – nu Actiz – opgestelde „Multidisciplinaire richtlijn verantwoorde vocht- en voedselvoorziening voor verpleeghuisgeïndiceerden‟ en inzicht krijgen in hoeverre de persoonlijke wensen en behoeften van de bewoners op het gebied van vocht en voeding worden nagestreefd, vastgelegd en uitgevoerd. Methoden: Om de vocht- en voedingsinname vast te stellen is gebruik gemaakt van een tweedaagse voedingsregistratie op voedingsanamneseformulieren, waarna met behulp van statistische verwerking een gemiddelde dagelijkse inname is berekend. De werkwijze rondom de persoonlijke wensen en behoeften van de bewoners op het gebied van vocht en voeding is onderzocht door het uitvoeren van gestructureerde interviews. Resultaten: De totale gemiddelde dagelijkse inname van brood, broodsmeersel, hartig beleg, zoet beleg, aardappelen, groente en vlees was lager dan de adviezen uit de richtlijn. De gemiddelde dagelijkse inname van zuivelproducten die veelal als nagerecht gebruikt worden en drinkvocht was hoger dan de adviezen uit de richtlijn. De inname van deze voedingsmiddelen verschillen significant van de richtlijn. De gemiddelde dagelijkse inname van fruit, melkproducten en totaal vocht voldoet aan de adviezen uit de richtlijn en tonen geen significante verschillen. De inname van de bewoners is gevarieerd. Gedurende de twee onderzoeksdagen consumeerde 100% (n=70) van de onderzoeksgroep dagelijks brood en vocht. Zuivel werd door 98,6% (n=69) dagelijks geconsumeerd. De persoonlijke wensen en behoeften op het gebied van vocht en voeding worden in de praktijk in alle woningen nagevraagd. Het noteren van de persoonlijke wensen en behoeften gebeurt in bijna alle woningen (85,7%, n=12). In alle woningen worden persoonlijke wensen en behoeften voor zover mogelijk uitgevoerd, mits het budget dit toelaat en het past binnen een, in de ogen van de verzorgenden, „gezonde voeding‟. Conclusie: De gemiddelde dagelijkse vocht- en voedingsinname van de bewoners voldoet niet volledig aan de adviezen uit de „Multidisciplinaire richtlijn verantwoorde vocht- en voedselvoorziening voor verpleeghuisgeïndiceerden‟. In verpleeghuis Daelhoven en wijkverpleeghuis Wiekslag Smitsveen worden de persoonlijke wensen en behoeften van de bewoners op het gebied van vocht en voeding nagestreefd, vastgelegd en uitgevoerd.

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Amsterdam
InstituutBewegen, Sport en Voeding
Gepubliceerd in
Jaar2010
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 25 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk