De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Aanbevelingen bij het efficiënt en effectief behandelen van patiënten met nierinsufficiëntie en/of nierfunctievervangende therapie met behulp van Diamant 2

Rechten:

Aanbevelingen bij het efficiënt en effectief behandelen van patiënten met nierinsufficiëntie en/of nierfunctievervangende therapie met behulp van Diamant 2

Rechten:

Samenvatting

Doel Dianet Dialysecentrum in Utrecht adviseren hoe voor de diëtist in het elektronisch patiëntendossier Diamant 2 de efficiëntie en effectiviteit vergroot kan worden voor wat betreft het opstellen van een volledig diëtistische diagnose, behandelplan en evaluatie voor patiënten met nierinsufficiëntie en/of nierfunctievervangende therapie. Methoden Er is een evidence-based literatuurstudie uitgevoerd naar de benodigde gegevens voor het opstellen van een volledig diëtistische diagnose, behandelplan en evaluatie voor patiënten met nierinsufficiëntie en/of nierfunctievervangende therapie. De wetenschappelijke artikelen zijn op een systematische wijze beoordeeld op evidence. De gevonden referentiewaarden in de literatuur zijn vergeleken met de op 4 april 2011 verschenen richtlijnen voor het dieet bij hemodialyse van de Diëtisten Nierziekten Nederland (DNN). Hiernaast is veldonderzoek uitgevoerd, waarbij zes diëtisten uit het werkveld betrokken zijn geweest. Resultaten De referentiewaarden binnen de vier belangrijkste groepen behandelonderwerpen zijn weergegeven in tabelvorm, waarbij onderstaande gegevens naar voren zijn gekomen. Voedingstoestand, Protein Energy Wasting (PEW) Ureum, kreatinine, cholesterol, HDL, LDL, albumine, Kt/V, nPNA/PCR, BMI, gewicht(sverlies), spiermassa(verlies), CRP, Hb, triglyceriden, prealbumine, leeftijd, Diabetes Mellitus (DM), Hart en vaatziekten (HVZ), Subjective Global Assessment (SGA), anorexie, cachexie, energie-inname en eiwitinname. Zout, vocht huishouding, salt, sodium, fluid Serum waarden natrium, vochtinname, gewichtstoename tussen 2 dialyses, bloeddruk, natrium inname, Calcium, fosfaat huishouding, calcium, phosphate Serum waarden fosfaat, Ca x P, serum waarden calcium, serum waarde PTH, vitamine D, inname fosfaatbinders, gebruik Mimpara en fosfaat inname. Kaliumhuishouding, potassium Serum waarden kalium, soort dialysaat, serum waarden bicarbonaat en kalium inname. Uit de vergelijking met de richtlijnen van de DNN (2011) is gebleken dat veel resultaten overeen komen. Er zijn echter ook enkele verschillende waarden gevonden, met name voor kreatinine, vitamine D, LDL, bloeddruk, BMI en het bepalen van de voedingstoestand. Daarnaast zijn de met het literatuuronderzoek gevonden gegevens ondergebracht in het ICF schema, welke door alle medische disciplines nationaal en internationaal gebruikt wordt ter voorbereiding van een diagnose, zoals ook de diëtistische diagnose. Binnen Diamant 2 zijn de meeste van deze gegevens wel terug te vinden, maar zijn op diverse plaatsen vastgelegd. In Diamant 2 ontbreekt de reden van verwijzing (indien deze geen medische diagnose bevat), stem en spraak, spiermassa in % en eventueel verlies en functies van het bewegingssysteem. Voor de precieze invulling van de diëtistische diagnose zijn afspraken, maar in de praktijk wordt dit vaak ingevuld aan de hand van de kennis, inzicht en ervaring van de diëtist zelf. Vanuit de literatuur komt vooral het belang van het gebruik van een standaardtaal naar voren. De genoemde redenen hiervoor zijn dat dit het elektronisch vastleggen van gegevens makkelijker maakt en het kan het multidisciplinair werken bevorderen. Discussie Voor dit literatuuronderzoek is gebruik gemaakt van betrouwbare bronnen (voornamelijk niveau A1, A2 en B), welke gevonden zijn via diverse zoekmethoden, waardoor de onderwerpen niet eenzijdig belicht zijn. Er is gebruik gemaakt van een bestaand schema (ICF), welke nationaal en internationaal gebruikt wordt. Dit literatuuronderzoek bevat echter veel subonderwerpen, waardoor het niet mogelijk was alle gegevens mee te nemen, zoals over anemie en andere ziektebeelden. Verder is dit ICF schema vrij recent opgezet, waardoor het voor diëtisten niet altijd duidelijk is welke onderwerpen in welke kaders vallen. 4 Uit de vergelijking met de nieuwste DNN richtlijnen (2011) zijn een aantal verschillen naar voren gekomen, zoals de referentiewaarden voor kreatinine, vitamine D, BMI, bloeddruk, LDL gehalte en het bepalen van de voedingstoestand. Een mogelijke verklaring voor deze verschillen kan zijn dat een deel van de referentiewaarden gebaseerd is op behandelaarperspectief, waarbij geen directe bron aangegeven kan worden. Ook kunnen de verschillen veroorzaakt zijn door het gebruik van verschillende bronnen. Aanbevelingen Het op één plaats registreren van de benodigde gegevens in het elektronisch patiëntendossier Diamant 2, waardoor de gegevens snel terug te vinden zijn en er minder snel gegevens over het hoofd worden gezien. Een format dat hiervoor gebruikt kan worden is het ICF schema, welke landelijk door diëtisten wordt gebruikt ter voorbereiding van de diëtistische diagnose. Hierbij is het van belang dat er gebruik wordt gemaakt van één standaardtaal en er landelijke afspraken komen over de invulling van het ICF schema. Voor de uit de vergelijking naar voren gekomen verschillen is de aanbeveling de volgende referentiewaarden aan te houden. Kreatinine 175-1325 micromol/l, waarbij vooral het verloop van kreatinine van belang is, LDL < 3,37 mmol/l waarbij verder literatuuronderzoek uitgevoerd moet worden en voor de bloeddruk 130/80 mmHg. BMI > 20 en voor het bepalen van de voedingstoestand een combinatie van verschillende screeningsmethoden en parameters.

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Amsterdam
InstituutBewegen, Sport en Voeding
Gepubliceerd in
Jaar2011
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 25 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk