De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Treedt er bij A-jeugdspelers van FC Purmerend na een 8-weeks RS (resisted sprint) trainingsprogramma met een speed chute, verbetering op bij het sprinten over 30 meter ten opzichte van de voormeting?

Rechten:

Treedt er bij A-jeugdspelers van FC Purmerend na een 8-weeks RS (resisted sprint) trainingsprogramma met een speed chute, verbetering op bij het sprinten over 30 meter ten opzichte van de voormeting?

Rechten:

Samenvatting

Resisted sprint training (RST) is een variatie binnen sprint training. Er zijn verschillende producten op de markt om RST uit te voeren, de speed-chute is daar een van, echter is hier nog weinig onderzoek naar gedaan. Uit onderzoek blijkt dat in het spel voetbal 94% van de sprints over 30 meter of korter worden getrokken. A-jeugd spelers van FC Purmerend blijken vaak hun onderlinge duels te verliezen op snelheid en vinden de reguliere sprinttrainingen eenzijdig en saai worden. Hieruit is de volgende onderzoeksvraag voortgekomen: treedt er bij A-jeugd spelers van FC Purmerend, na een 8 weeks RS (resisted sprint) trainingsprogramma met een speed-chute, verbetering op bij het sprinten over 30 meter ten opzichte van de voormeting? Uit deze hoofdvraag volgen twee deelvragen, namelijk: Levert RST met een speed-chute meer effect op dan non-resisted sprint training (N-RST) & levert RST met een speed-chute enig effect op ten opzichte van een groep die geen sprint training volgt (GST)? Het onderzoek werd uitgevoerd bij voetbalclub FC Purmerend, bij mannelijke A-jeugd spelers in de leeftijdscategorie 16 tot 18 jaar. Voor dit onderzoek zijn de deelnemers random over 3 groepen van 16 deelnemers verdeeld, een geen sprint training groep (GST), een non resisted sprint training groep (N-RST) en een resisted sprint training groep (RST). De RST en N-RST groep hebben voorafgaand aan het onderzoek aan de hand van de climaxloop (Lent, 1999) hun trainingszones bepaald om zodoende tijdens de trainingen bij te kunnen houden of ze in de juiste zone trainden (zone 4). Vervolgens is er bij alle drie de groepen een voormeting afgenomen over 30 meter sprint, alle deelnemers hebben voorafgaand aan de sprint een 15 minuten durende warming-up voltooid zoals deze ook voor een voetbaltraining wordt gedaan. De 8 daaropvolgende weken hebben alle drie de groepen de 2 reguliere voetbaltrainingen gevolgd en hebben de N-RST en RST groep na de training respectievelijk non resisted sprint training en resisted sprint training met speed-chute gevolgd die 30 minuten tot een uur duurden (oplopend naarmate de weken vorderde). De week nadat de trainingen waren voltooid is er een nameting over 30 meter sprint uitgevoerd onder dezelfde omstandigheden als de voormeting. De resultaten die uit de voormeting en nameting naar voren zijn gekomen zijn in SPSS statistics 17.0 verwerkt. Vervolgens is er voor de hoofdvraag van dit onderzoek met behulp van een paired samples T-test gekeken naar de gemiddelde waardes van de voor en nameting. Voor de vergelijking tussen de RST/GST en N-RST/RST groepen is gebruik gemaakt van een repeated measures anova en kan ook hier aan de hand van de gemiddelde waardes worden bekeken hoe deze trainingen zich ten opzichte van elkaar verhouden. De RST groep is gemiddeld 0, 111688 sec. sneller gaan sprinten na de 8-weekse RST met speed-chute. De N-RST groep is gemiddeld 0,01518 langzamer geworden ten opzichte van de voormeting. De N-RST groep is gemiddeld 0,08538 sec. sneller gaan lopen. Voor de hoofdvraag van dit onderzoek kwam uit de paired sampes T-test een significatie van p = .001. Op de vraag of RST meer effect oplevert dan N-RST kwam een significantie van p = ,378. Als laatste kwam op de vraag of RST wel enig effect oplevert wanneer dit vergeleken wordt met een groep die geen sprint training heeft gevolgd (GST) kwam een significatie van p = ,001. De conclusies die voor de verschillende groepen getrokken kunnen worden zijn dat de RST en N-RST na het uitvoeren van een 8-weekse sprinttraining cyclus sneller zijn gaan lopen. De GST groep is in deze periode zelfs iets langzamer geworden. Doordat de RST en N-RST groepen beide sneller zijn gaan lopen kan worden geconcludeerd dat beide trainingen effect hebben gehad op het lopen van een 30 meter sprint, echter is uit de uitput gebleken dat het verschil tussen de twee groepen niet significant is (p = ,378) en kan er geconcludeerd kan worden dat er een te klein verschil zit tussen de waardes om het statistisch waarneembaar te maken. Wanneer er wordt gekeken naar het verschil tussen de GST en RST groep kan worden geconcludeerd dat het verschil significant (p = ,001) is en RST training effect heeft opgeleverd ten opzichte van een groep die geen sprint training heeft gehad. Voor de hoofdvraag van dit onderzoek kan de conclusie worden getrokken dat een 8-weeks speed-chute trainingsprogramma een positief effect heeft op het lopen van een 30 meter sprint voor A-jeugdspelers van FC Purmerend

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Amsterdam
InstituutBewegen, Sport en Voeding
Gepubliceerd in
Jaar2011
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 25 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk