De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

De invloed van cognitieve gedragstherapie op het eetgedrag van mensen met overgewicht als aanvullende behandeling in de diëtistische praktijk: een Randomized Controlled Trial.

Rechten:

De invloed van cognitieve gedragstherapie op het eetgedrag van mensen met overgewicht als aanvullende behandeling in de diëtistische praktijk: een Randomized Controlled Trial.

Rechten:

Samenvatting

Achtergrond: de helft van de Nederlanders heeft overgewicht. Naar verwachting zal het aantal personen in Nederland met overgewicht in de toekomst blijven stijgen. Dit vraagt om effectieve behandelmethoden. De reguliere dieetbehandeling bestaat uit een energiebeperkt dieet, waarbij men als doel heeft gesteld 0,5‐1,0 kg per week aan gewichtsverlies te bereiken. Op lange termijn blijkt echter dat wanneer de behandeling stopt, het gewichtsverlies bij personen meestal niet blijvend is. Cognitieve gedragstherapie (CGT) kan invloed hebben op de drie aan overgewicht gerelateerde type eters, namelijk emotioneel‐, extern‐ en lijngericht eten, die door psychologische factoren veroorzaakt worden. Wanneer cognitieve gedragstherapie, gegeven door een psycholoog, aan de reguliere behandeling van overgewicht wordt toegevoegd, blijkt dat het effect van de behandeling blijvend is na staking van de behandeling. In de literatuur is nog weinig bekend over of een diëtist zelfstandig CGT kan toepassen als aanvullende behandeling bij overgewicht. Deze studie heeft als doel te onderzoeken of de diëtist het type eter van cliënten met overgewicht effectiever kan verbeteren door een energiebeperkt dieet met cognitieve gedragstherapie‐oefeningen of met een energiebeperkt dieet met leefstijloefeningen. Methoden: twee groepen participanten met overgewicht hebben gedurende acht weken een energiebeperkt dieet met cognitieve gedragstherapie‐oefeningen (n=14) of een energiebeperkt dieet met leefstijloefeningen (n=18) gevolgd, waarbij de tweede groep diende als controlegroep. Eenmaal per twee weken kregen de participanten een individueel consult door een diëtist i.o. De participanten zijn door middel van randomisatie ingedeeld in een van beide groepen. Met de Nederlandse Vragenlijst voor Eetgedrag is het type eter gemeten, uitgesplitst naar emotioneel, extern en lijngericht eten. De kwaliteit van leven is gemeten met de RAND‐36 en de lichaamssamenstelling (gewicht, vetpercentage, vetmassa en vetvrije massa) is met de BODPOD gemeten. Om de verschillen tussen beide groepen te berekenen is de onafhankelijke t‐toets gebruikt en de verschillen binnen de groepen zijn berekend met de gepaarde ttoets. Resultaten: tussen beide groepen zijn geen significante verschillen gevonden op type eter, kwaliteit van leven of lichaamssamenstelling. Binnen zowel de CGT‐groep als de leefstijlgroep zijn na acht weken wel significante verschillen gemeten. In de CGT‐groep is het extern eten (p=0,001) significant afgenomen en het emotioneel eten bijna significant afgenomen (p=0,058). Het lijngericht eten (p<0,001) is significant toegenomen. De kwaliteit van leven is niet significant veranderd. De BMI (p<0,001), gewicht (p<0,001) en vetmassa zijn significant (p=0,008) gedaald. Het vetpercentage en de vetvrije massa zijn in deze groep niet significant afgenomen. In de leefstijlgroep zijn het emotioneel eten (p=0,004) en extern eten (p=0,001) gedaald en is het lijngericht eten significant toegenomen (p<0,001). Ook is er geen significante verandering opgetreden in de kwaliteit van leven. De BMI (p<0,001), gewicht (p<0,001), vetpercentage (p=0,015) en vetmassa (p<0,001) zijn tevens significant gedaald. Conclusie: tussen beide groepen zijn geen significante verschillen gevonden. Op korte termijn zijn beide vormen van dieetbehandeling effectief. In beide groepen is het type eter en de lichaamssamenstelling veranderd. Het extern eten is significant afgenomen in beide groepen, het emotioneel eten is bijna significant afgenomen in de CGT‐groep en significant afgenomen in de leefstijlgroep, terwijl het lijngericht eten significant is toegenomen in beide groepen. Om een aanbeveling te kunnen geven over het gebruik van CGT als betere dieetbehandeling bij overgewicht, is er onderzoek nodig over een langere periode en met een grotere onderzoekspopulatie.

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Amsterdam
InstituutBewegen, Sport en Voeding
Gepubliceerd in
Jaar2012
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 25 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk