De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Van cachexie naar precachexie : de prevalentie van precachexie en cachexie bij patiënten met prostaat-, borst-, colorectaal- of longkanker die gaan starten met palliatieve chemotherapie

Rechten:

Van cachexie naar precachexie : de prevalentie van precachexie en cachexie bij patiënten met prostaat-, borst-, colorectaal- of longkanker die gaan starten met palliatieve chemotherapie

Rechten:

Samenvatting

Achtergrond: Zowel bij mannen als bij vrouwen is kanker een veel voorkomende ziekte, die vaak gepaard gaat met het kanker-anorexie-cachexie-syndroom. Een klinisch verschijnsel die zich uit in het verlies van zowel van vet- als vetvrije massa. In 2010 is er een nieuwe definitie geformuleerd; precachexie. Dit is de fase die net vóór cachexie voorkomt. Omdat de definitie van precachexie nog relatief nieuw is, is hierover nog weinig bekend. Doel: Het bepalen van de prevalentie van precachexie en cachexie bij kanker-patiënten met een gemetastaseerde vorm van prostaat-, borst-, colorectaal- of longkanker die starten met palliatieve chemotherapie. Methode: Voor het vaststellen van precachexie of cachexie is bij de patiënten het gewicht en historie van het gewicht en de lengte nagevraagd en gemeten met behulp van een geijkte weegschaal (SECA weegschaal type 888) en een stadiometer. De handknijpkracht is gemeten met behulp van een handdynamometer, de bovenarmspieromtrek is bepaald aan de hand van de bovenarmomtrek, gemeten met behulp van een meetlint, en de huidplooi, gemeten met behulp van een Harpenden huidplooimeter. Als laatst is de vetvrije massa gemeten met behulp van een Bio-impedantie meter (MF-BIA: Bodystat-Quadscan 4000). Ook hebben de patiënten twee gevalideerde vragenlijsten ingevuld, die betrekking hadden op de eetlust, vermoeidheid en kwaliteit van leven. Resultaten: In totaal zijn er 42 patiënten gemeten waarvan 26 mannen en 16 vrouwen. Precachexie kwam voor bij 3,6% van de patiënten met longkanker. Cachexie volgens de definitie van professor Evans kwam voor bij 4,8% van de patiënten met prostaatkanker en cachexie volgens de definitie van professor Frearon kwam voor bij 3,6% van de patiënten met longkanker en 7,1% van de patiënten met prostaatkanker. 33,3% van de patiënten met borstkanker had een vetvrije massa index lager dan het 5e percentiel, terwijl 83,3% van de patiënten met borstkanker een verminderde handknijpkracht had (een handknijpkracht onder het laagste tertiel). Conclusie: Meer onderzoek naar de prevalentie van precachexie en cachexie bij prostaatkanker en longkanker is van belang. Verder is het belangrijk dat er meer onderzoek wordt gedaan naar de lichaamssamenstelling en kracht bij borstkanker.

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Amsterdam
InstituutBewegen, Sport en Voeding
Gepubliceerd in
Jaar2012
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 25 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk