De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Van consumeren tot participeren : onderzoek naar een effectieve onderwijsvorm in geloofsonderwijs voor kinderen van acht tot en met tien jaar

Rechten:

Van consumeren tot participeren : onderzoek naar een effectieve onderwijsvorm in geloofsonderwijs voor kinderen van acht tot en met tien jaar

Rechten:

Samenvatting

De baptisten gemeente de Meerkerk wil een advies krijgen op de vraag wat een effectieve onderwijsvorm is in het geloofsonderwijs voor kinderen in de leeftijd van acht tot en met tien jaar. Uit literatuuronderzoek is gebleken dat geloofsonderwijs een belangrijke functie heeft in het overdragen van waarden en normen, die samenhangen met het burgerschap. Dit verwerft een kind door het toepassen van morele deugden, waarbij de nadruk ligt op het doen. Om participatie en betrokkenheid te verwachten van kinderen, moet er ruimte geboden worden om hiermee te oefenen en dat kan, want een kind kan in deze leeftijd meer verantwoordelijkheid dragen. Het veldonderzoek bestaat uit een observatie onder de kinderen door timesampling, de onderzoeker kiest iedere minuut een kind en observeert deze gedurende één ogenblik, voor de volgende interval wordt een ander kind gekozen. Voor het verwerken van deze gegevens uit het observatieschema, is er gebruik gemaakt van SPSS. Bij het interview met de kinderen wordt een enkelvoudige aselecte steekproef gebruikt en worden kinderen gekozen door de ‘loterijmethode’. De interviews worden uitgetypt, de informatie-eenheden worden geordend, naar subject en fragment, label en tekst en tot slot wordt er gecodeerd. Uit het veldonderzoek is gebleken dat het programma voor de kinderen niet interactief is, de houding van kinderen is passief. De kleine groep kinderen die vindt dat zij een eigen aandeel hebben in het programma, benoemen dat dit tot uiting komt binnen de grenzen die zijn bepaald door de kinderwerkers. De helft van de kinderen voelen zich verantwoordelijk voor het programma van de Meerkids, dit komt tot uiting in een consumerende vorm; zitten, luisteren en goed meedoen. Er zullen aanpassingen gedaan moeten worden in het programma door variatie, omdat het lastig is de benodigde vaardigheden bij vrijwilligers aan te leren. In het programma moet er rekening worden gehouden met; de visie van de gemeente, ontwikkelingsgebieden, leercyclus, leerstijlen, het bieden van een sociale ruimte en het bieden van verantwoordelijkheid en zelfstandigheid. In het gezamenlijke onderdeel van het programma dient er sociale ruimte geboden te worden, waarin kinderen verantwoordelijkheid krijgen. Opdrachten worden niet volledig uitgewerkt, maar blijven open voor de eigen invulling van kinderen. Er zijn vrijwilligers die de teams hierbij kunnen ondersteunen. Vrijwilligers weten wat er leeft onder kinderen en passen het programma daar op aan. In het geloofsonderwijs zijn er verschillende vormen en wordt er geschakeld tussen het overdrachtsmodel, het cognitief leren model en het interactief leren model. Het overdrachtsmodel duurt niet langer dan tien minuten aan één stuk. Tot slot is er in ieder team in ieder geval één vrijwilliger, die beschikt over vaardigheden van sociale interactie. Zodat deze vrijwilliger de vaardigheden voor kan doen, de andere hierin kan coachen en zijn team op deze manier kan aansturen.

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Amsterdam
InstituutOnderwijs en Opvoeding
Gepubliceerd in
Jaar2012
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 25 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk