De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

De invloed van cognitieve gedragstherapie op de kwaliteit van leven bij de behandeling van overgewicht in de diëtistische praktijk : randomized control trial

Rechten:

De invloed van cognitieve gedragstherapie op de kwaliteit van leven bij de behandeling van overgewicht in de diëtistische praktijk : randomized control trial

Rechten:

Samenvatting

Achtergrond: Het aantal volwassenen met overgewicht (BMI>25 kg/m2) is in een tijdsperiode van 1981-2010 van 33% naar 60% gestegen. Het aantal mensen met obesitas (BMI >30 kg/m2) is in dezelfde tijdsperiode van 5% naar 12% gestegen. Er wordt verwacht dat de prevalentie van overgewicht bij volwassenen en kinderen zal blijven stijgen. Hierdoor is er vraag naar een behandeling om blijvend gewichtsverlies te realiseren op langere termijn. Cognitieve gedragstherapie (CGT) zou effectief zijn bij het behandelen van overgewicht en hiermee de kwaliteit van leven verhogen. Wanneer cognitieve gedragstherapie, gegeven door een psycholoog, aan de reguliere behandeling van overgewicht wordt toegevoegd, blijkt dat het effect van de behandeling blijvend is na beëindiging van de behandeling. In de literatuur is nog weinig bekend over of een diëtist zelfstandig CGT kan toepassen als aanvullende behandeling bij overgewicht. Doel van deze studie is om te onderzoeken of de diëtist bij de behandeling van cliënten met overgewicht gewichtsreductie op langere termijn kan realiseren door cognitieve gedragstherapieoefeningen toe te passen. Hierbij de vraag of het de kwaliteit van leven positief kan beïnvloeden. Methoden: In dit onderzoek hebben twee groepen met overgewicht gedurende acht weken een energiebeperkt dieet met daarbij cognitieve gedragstherapieoefeningen of het energiebeperkt dieet met leefstijloefeningen gevolgd waarbij zij 6 maal bij elkaar kwamen voor groepsbegeleiding van 1,5 uur. De participanten zijn ad random in de interventie- of de controlegroep ingedeeld. De totale groep bestond uit 37 volwassen participanten en hadden een BMI van 23 kg/m2 tot 55 kg/m2 en een buikomvang >80 cm voor vrouwen en >94 cm voor mannen. Met behulp van de BODPOD zijn vooraf en na afloop van de cursus de lichamelijke variabelen gemeten, namelijk BMI, gewicht, vetmassa, vetpercentage en vetvrije massa. Tevens is er gebruik gemaakt van de NVE- en Rand-36 vragenlijst. Hiermee kon verandering in het type eter (emotioneel, extern en lijngericht) en de verandering in kwaliteit van leven, opgedeeld in fysiek en mentaal welbevinden vastgesteld worden. De gepaarde t-toets is gebruikt voor vergelijking van de variabelen in week 0 en week 8 binnen de groepen en de onafhankelijke t-toets is gebruikt voor de vergelijking tussen de groepen. De resultaten zijn berekend met SPSS 18. Resultaten: Na 8 weken zijn tussen de beide groepen geen significante verschillen gevonden op kwaliteit van leven, type eter en de lichaamssamenstelling. In de CGT groep is tussen week 0 en week 8 geen significante verandering op kwaliteit van leven aangetoond, zowel fysiek als mentaal. Tevens is er geen significante verandering gevonden van de type eter. Van de lichaamsamenstelling zijn de BMI (p<0,001), het gewicht (p<0,001), het vetpercentage (p<0,001) en de buikomvang (p=0,001) significant gedaald. De vetmassa en vetvrije massa zijn niet significant veranderd. In de controlegroep is de kwaliteit van leven op beide punten niet significant veranderd. Wel zijn de participanten significant meer lijngerichter gaan eten (p<0,001). Er was geen significante verandering in emotioneel en extern eten. De lichaamssamenstelling is op BMI (p<0,001), het gewicht (p<0,001), het vetpercentage (p<0,001), vetvrije massa (p<0,001) en de buikomvang (p=0,001) significant veranderd, met uitzondering van de vetvrije massa. Conclusie: Na acht weken behandeling is er geen significant verschil gevonden tussen beide groepen op de lichaamssamenstelling, de type eter en kwaliteit van leven, zowel fysiek als mentaal. Op korte termijn zijn beide vormen van dieetbehandeling even effectief. Op basis van dit onderzoek en de literatuur kan er geconcludeerd worden dat cognitieve gedragstherapie een meerwaarde kan hebben voor de reguliere behandeling van overgewicht, echter is het in dit kortdurende onderzoek niet als effectiever gebleken voor de kwaliteit van leven, type eter en de lichaamssamenstelling. Er is meer onderzoek nodig om het effect van cognitieve gedragstherapie gegeven door de diëtist op de langere termijn vast te kunnen stellen.

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Amsterdam
InstituutBewegen, Sport en Voeding
Gepubliceerd in
Jaar2012
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 25 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk