De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Basissportvoeding en supplementen in en om Nederland : literatuuronderzoek 2012

Rechten:

Basissportvoeding en supplementen in en om Nederland : literatuuronderzoek 2012

Rechten:

Samenvatting

Doel van het onderzoek In topsport is een goede inname van voedingsstoffen van belang, maar wat is goed? In deze literatuurstudie is onderzocht hoe de basissportvoedingsinname en supplementinname van Nederlandse topsporters zich verhoudt met topsporters uit andere Europese landen, namelijk Griekenland, Engeland, Spanje, Duitsland en Frankrijk. In eerste instantie waren meer landen gepland voor dit onderzoek, maar vanwege te weinig literatuur over betreffende landen zijn deze afgevallen. Methode Een literatuurstudie waarbij op systematische wijze gekeken is naar wetenschappelijke literatuur vanuit verschillende databases (voornamelijk PubMed) in de vorm van artikelen, boeken en internet. De wetenschappelijke artikelen zijn geclassificeerd volgens het CBO, op type studie, relevantie, niveau en betrouwbaarheid beoordeeld, om de kwaliteit aan te geven. De doelgroep omvatte volwassen nationale en internationale topsporters (mannen en vrouwen) van 18 jaar en ouder uit geselecteerde Europese landen. De vooropgezette opzet is gedurende het onderzoek aangepast, voornamelijk vanwege te weinig wetenschappelijke onderzoeken naar innames van topsporters in Europa. Resultaten Uit de resultaten van het literatuuronderzoek komt naar voren dat te weinig onderzoek gedaan is om een wetenschappelijke conclusie te trekken. De innames van de atleten uit de verschillende landen lopen uiteen, maar komen op veel punten ook overeen. Uit alle onderzoeken uit de Europese landen komt naar voren dat de koolhydraatinname te laag is voor topsporters, de inname lag over het algemeen gemiddeld onder de vijf gram per kilogram. De eiwitinname was beter, uit alle onderzoek kwam een inname van 1,2 gram per kilogram of hoger naar voren. Echter was de vetinname, welke rond de 30 en% lag, te hoog voor topsporters. Verder liggen de vitamine en mineraleninnames uit elkaar, maar nemen de topsporters gemiddeld wel voldoende. Nederland doet het in vergelijking met de andere onderzochte landen vrij gemiddeld en heeft daarbij geen opvallende resultaten. Conclusie en aanbevelingen Om echt te kunnen zeggen hoe Nederland zich verhoudt met andere landen zijn meer data over de inname van topsporters nodig vanuit Nederland. Het kennisteam is met het huidige onderzoek bezig om data te verzamelen. Verder is het van belang dat meer onderzoek gedaan wordt naar de basissportvoeding- en supplementinname van topsporters in Europa om te kijken hoe de topsporters ervoor staan. Daarnaast zou voor Nederland bijvoorbeeld een sportvoedingspiramide gemaakt kunnen worden. Of in ieder geval een bestand voor deskundigen en een bestand voor de sporters waar duidelijk in staat hoeveel sporters binnen zouden moeten krijgen afhankelijk van de intensiteit en duur.

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Amsterdam
InstituutBewegen, Sport en Voeding
Gepubliceerd in
Jaar2012
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 25 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk