De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Zelf gerapporteerd gewicht, gewichtsverloop, ontbijtfrequentie, energie-inname en Body Mass Index bij deelnemers van de NQplus-studie

Rechten:

Zelf gerapporteerd gewicht, gewichtsverloop, ontbijtfrequentie, energie-inname en Body Mass Index bij deelnemers van de NQplus-studie

Rechten:

Samenvatting

Achtergrond: De prevalentie van overgewicht en obesitas neemt toe. Grootschalige studies op dit gebied zijn gebaseerd op zelf gerapporteerde antropometrische gegevens. Daarom is het belangrijk om de validiteit hiervan te onderzoeken. Gedurende de periode van toenemende prevalentie van overgewicht, is het ontbijtgebruik van de Nederlandse bevolking afgenomen. Onderzoek naar het verband tussen ontbijtfrequentie en gemiddelde energie-inname per dag wijst geen eenduidig beeld aan. Onderzoek naar de invloed van ontbijtfrequentie op de BMI toont aan dat overslaan van het ontbijt de kans vergroot op een hogere BMI. De NQplus studie is een cohort waarbij gegevens van ruim 2000 deelnemers worden verzameld over voeding en gezondheid waarmee bovenstaande is onderzocht. Doel: Inzicht verkrijgen in de validiteit van zelf gerapporteerde antropometrische gegevens, het gewichtsverloop gedurende het eerste onderzoeksjaar en de relatie tussen ontbijtfrequentie versus energie-inname en ontbijtfrequentie versus BMI van de deelnemers van de NQplus studie. Methoden: Observationeel onderzoek bij 1264 deelnemers (20-70 jaar) met een gemiddelde leeftijd van gemiddeld 54 jaar. Het verschil tussen zelf gerapporteerd gewicht en gemeten gewicht op de baseline is geanalyseerd met Bland Altman Plots, het gewichtsverloop gedurende het eerste jaar met een gepaarde t-toets en het verband tussen ontbijtfrequentie versus energie-inname en ontbijtfrequentie versus BMI met behulp van de onafhankelijke t-toets. Ontbijtgebruikers zijn ingedeeld in een groep die frequent ontbijt (omgerekend 26 keer per maand) en een groep die minder frequent ontbijt (omgerekend 18 keer per maand). Voorafgaand zijn de variabelen gewicht, energie-inname en BMI gecontroleerd op normaliteit. De niet-normaal verdeelde variabelen waren na logtransformatie visueel normaal verdeeld. Resultaten: Het zelf gerapporteerde gewicht lag gemiddeld 1,4 kilogram lager dan het gemeten gewicht. Het gewichtsverschil gedurende het eerste jaar was -0,2 kilogram. Dit was niet significant (p=0,06). Deelnemers die frequenter ontbijten hebben een significant hogere energie-inname per dag dan deelnemers die minder frequent ontbijten (p=0,04). Er is geen significant verschil gevonden in BMI tussen de beide ontbijtgroepen (p=0,57). Conclusie: Het gewicht wordt gemiddeld onder gerapporteerd waardoor het gebruik van zelf gerapporteerde gegevens onbetrouwbaar kan zijn. Deelnemers hadden een stabiel gewicht in tegenstelling tot de nationale trend. Er is een verband aangetoond tussen ontbijtfrequentie en gemiddelde energie-inname per dag. Er is geen verband gevonden tussen ontbijtfrequentie en de BMI. Mogelijk zijn de resultaten van ontbijtfrequentie, energie-inname en BMI beïnvloed door invloedrijke factoren, waardoor meer onderzoek hiernaar nodig is. ___________________________________________________________________ Trefwoorden: Body Mass Index (BMI), energie-inname, ontbijtfrequentie, overgewicht, zelfgerapporteerd gewicht

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Amsterdam
AfdelingBewegen, Sport en Voeding
Jaar2013
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk