De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Ontluikende geletterdheid : een onderzoek naar het verschil in ontluikende geletterdheid bij driejarige peuters van Kinderdagverblijf Anak en Kinderdagverblijf Oehoeboeroe

Rechten:

Ontluikende geletterdheid : een onderzoek naar het verschil in ontluikende geletterdheid bij driejarige peuters van Kinderdagverblijf Anak en Kinderdagverblijf Oehoeboeroe

Rechten:

Samenvatting

Dit is een onderzoek naar de ontluikende geletterdheid bij peuters. De hoofdvraag van het onderzoek luidt als volgt: ‘wat is het verschil in de ontwikkeling van ontluikende geletterdheid bij driejarige peuters van KDV Anak en KDV Oehoeboeroe?’ In de literatuurstudie is een antwoord gegeven op de deelvragen. De deelvragen gaan over de definitie van ontluikende geletterdheid bij peuters, de invloed van de omgeving bij de ontwikkeling van ontluikende geletterdheid, wat in de literatuur van Startblokken staat geschreven over de ontwikkeling van ontluikende geletterdheid en wat voor vaardigheden voor pedagogisch medewerkers vereist zijn om ontluikende geletterdheid bij peuters te stimuleren. Geletterdheid valt te omschrijven als kennis van de aard en functies van geschreven taal en de hieruit voortvloeiende adequate manier om schriftelijk te communiceren. De omgeving is van grote invloed op de ontwikkeling van ontluikende geletterdheid. Het is goed om door middel van spel betekenisvolle, voor de kinderen interessante, rijke leersituaties te creëren zodat kinderen met geschreven tekst kunnen experimenteren. Bij het veldonderzoek is door middel van de Peabody Picture Vocabulary Test (PPVT) onderzoek gedaan naar de receptieve woordenschat van driejarige peuters. Receptieve woordenschat vormt een onderdeel van de geletterdheid. De onderzoeksgroep bestond uit tien driejarige peuters van kinderdagverblijf (KDV) Anak, waar met het voor- en vroegschoolse educatie (VVE) programma Startblokken wordt gewerkt. De controlegroep bestond uit tien driejarige peuters van KDV Oehoeboeroe, waar niet met een VVE programma wordt gewerkt. De onderzoeker heeft telkens twee kinderen die qua achtergrondvariabelen met elkaar overeenkwamen vergeleken. Ook heeft zij het gemiddelde Woordbegripquotiënt (WBQ) van KDV Anak en KDV Oehoeboeroe met elkaar vergeleken. Uit de PPVT bleek dat het gemiddelde WBQ van de onderzoeksgroep 101,5 is en van de controlegroep 115,7 bedraagt. De driejarige peuters van KDV Oehoeboeroe hebben dus een hogere receptieve woordenschat dan de driejarige peuters van KDV Anak. Het is echter de vraag of dit klopt omdat de controlegroep niet representatief is voor de gehele populatie driejarige peuters van KDV Oehoeboeroe. Ook is onzeker of de lagere receptieve woordenschat aan Startblokken ligt of aan het feit dat de onderzoeksgroep en de controlegroep niet homogeen waren wat betreft de thuistaal en de achtergrond en hoogst afgeronde opleiding van de ouders

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Amsterdam
InstituutOnderwijs en Opvoeding
Gepubliceerd in
Jaar2013
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 25 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk