De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Is er verschil in lichamelijke fitheid tussen leerlingen uit vmbo, mavo, havo en vwo?

Rechten:

Is er verschil in lichamelijke fitheid tussen leerlingen uit vmbo, mavo, havo en vwo?

Rechten:

Samenvatting

In dit onderzoek is onderzocht of er verschil is in lichamelijke fitheid tussen verschillende opleidingsniveaus. Er is de laatste jaren een trend van toenemend overgewicht bij kinderen (Bulk-Bunschoten, Renders, & Hirasing, 2006). Het is daarom belangrijk om te kijken waar dit overgewicht vandaan komt. Overgewicht staat in relatie met lichamelijke activiteit, gezondheid en lichamelijke fitheid. De genen en de omgeving hebben allebei invloed op lichamelijke activiteit, gezondheid en lichamelijke fitheid (Bouchard, Shepard, & Stephens, 1994). Lichamelijke fitheid omvat verschillende grondeigenschappen, zoals kracht, snelheid, coördinatie, lenigheid en aeroob uithoudingsvermogen (Mechelen, Lier, Hlobil, Crolla, & Kemper, 1991). Ongezond gedrag komt vaker voor bij een verminderd gezinsinkomen en lager opleidingsniveau (Duca, Silva, Garcia, Oliveira, & Nahas, 2012). Leerlingen uit het VMBO onderwijs bewegen minder en leven minder gezond dan Havo/VWO leerlingen (Dorsselaer, et al., 2010). Hierdoor werd er verwacht dat lichamelijke fitheid afneemt met het opleidingsniveau. Op vier meetmomenten is bij 13-14 jarige leerlingen (n=91) de Eurofittest afgenomen. Vervolgens zijn verschillen in fitheid tussen VMBO, Mavo, Havo en VWO leerlingen bepaald met behulp van een One-Way ANOVA. Daarbij is een significantieniveau van 5% aangehouden. Bij de volgende onderdelen van lichamelijke fitheid is tussen de opleidingsniveaus een significant verschil berekend: reiken in langzit (gem=2,23; SD=1,407; p=0,000), sit-ups (gem=2,99; SD=1,519; p=0,012), sneltikken met één hand (gem=2,45; SD=1,586; p= 0,000) en lichaamslengte (gem=3,47; SD=1,417; p=0,004). Hieruit kan worden opgemaakt dat er een verschil is in lichamelijke fitheid tussen opleidingsniveaus, het VMBO scoort het laagst. De onderdelen waar geen significant verschil is berekend waren: handknijpkracht (p=0,070), verspringen uit stand (p=0,752), hangen met gebogen armen (p=0,965), 10x5 meter loop (p=0,103), shuttle run (p=0,059) en lichaamsgewicht (p=0,113). Naast de verschillen in opleidingsniveau is er berekend hoe de testpersonen scoren in vergelijking met het landelijk gemiddelde (Mechelen et al, 1991). De in dit onderzoek gemeten resultaten worden daarvoor vergeleken met de normscore (3) zoals deze is bepaald bij een onderzoeksgroep bij leerlingen uit de jaren 80. Hier wordt de One-Sample T-test toegepast. Bij reiken in langzit (p= 0,000), sneltikken met één hand (p= 0,001) en 10x5 meter loop (p= 0,009) scoren de testpersonen significant minder goed dan het landelijk gemiddelde. Echter scoren de testpersonen bij de shuttle run (p= 0,001) en de lichaamslengte (p= 0,002) significant hoger dan het landelijk gemiddelde.

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Amsterdam
InstituutBewegen, Sport en Voeding
Gepubliceerd in
Jaar2013
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 25 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk