De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Woonsituatie en motoriek bij kinderen

Rechten:

Woonsituatie en motoriek bij kinderen

Rechten:

Samenvatting

Buitenspelen is erg belangrijk voor de sociale, cognitieve en motorische ontwikkeling van kinderen. De mate van buitenspelen is afhankelijk van verschillende (omgevings)factoren, zoals opvoeding, de grootte van het gezin en woonsituatie. Onderzoek heeft aangetoond dat kinderen die woonachtig zijn in een flat relatief minder actief zijn en minder buitenspelen in vergelijking met kinderen die woonachtig zijn in overige woningen, bijvoorbeeld eengezinswoningen. Onderzoek heeft tevens uitgewezen dat de mate van beweging een sterke invloed heeft op de motorische ontwikkeling van een kind. Hoe meer er bewogen wordt, des te sneller en kwalitatief beter verloopt de motorische ontwikkeling. Het doel van dit onderzoek is om een relatie te leggen tussen woonsituatie en motorische ontwikkeling van kinderen. Middels een inventarisatie binnen de scholen OBS De Touwladder en OBS De Torenuil te IJsselstein zijn twee testgroepen samengesteld. De testgroep bevat twintig testpersonen die woonachtig zijn in een flat. De controlegroep bevat twintig testpersonen die woonachtig zijn in een eengezinswoning. Beide groepen zijn niet verbonden zijn aan een sportvereniging en zijn eenmalig getest middels de Movement-ABC 2 test. Van beide testgroepen zijn de gemiddelde Totale Test Scores en de drie Component Scores (handvaardigheid, mikken & vangen, evenwicht) vergeleken en geanalyseerd middels de Independent Samples T-test in het programma SPSS 20.0. De gemiddelde Totale Test Score van de testgroep is 71,35 (standaarddeviatie = 13,32) en van de controlegroep 68,48 (standaarddeviatie = 16,52), dit is geen significant verschil (t = 0,606, p<0,548). Tevens is er geen significant verschil waarneembaar in (één van) de Component Scores van de drie verschillende vaardigheden: handvaardigheid (t = -,762, p<0,451), mikken & vangen (t = 1,438, p<0,159), evenwicht (t = 0,835, p<0,409). Op basis van deze uitkomst wordt de nulhypothese behouden en is er geen significant motorisch verschil gemeten tussen kinderen die woonachtig zijn in een flat en kinderen die woonachtig zijn in een eengezinswoning. Wellicht was er een andere uitkomst indien er meer proefpersonen aan het onderzoek hadden deelgenomen, als er naar daadwerkelijke buitenspeeluren was gekeken en als er meer invloeden bij waren betrokken die betrekking hebben op de motorische ontwikkeling.

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Amsterdam
OpleidingAcademie voor Lichamelijke Opvoeding
AfdelingBewegen, Sport en Voeding
Jaar2013
TypeBachelor
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk