De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Bewegen en concentratie

Rechten:

Bewegen en concentratie

Rechten:

Samenvatting

In dit onderzoek is nagegaan of matig-intensieve fysieke activiteit van positieve invloed is op het selectieve concentratievermogen van leerlingen met ADHD. De positieve relatie tussen fysieke activiteit en verscheidene cognitieve functies, zoals aangetoond door Brisswalter et al. (2002) en Hillman et al. (2009), gaf aanleiding tot dit onderzoek. Het selectieve concentratievermogen is gemeten door middel van de Stroop test en de Eriksen Flanker test. Beide tests bestonden uit 20 opgaven waarin de proefpersonen zo snel mogelijk relevante stimuli dienden te onderscheiden van irrelevante stimuli. De proefpersonen waren 57 leerlingen tussen de twaalf en zestien jaar en allen gediagnosticeerd met de gedragsstoornis ADHD. Op basis van geslacht en medicatiegebruik is er een controlegroep en een interventiegroep vastgesteld waarna er een voor- en een nameting zijn gedaan. Tussen beide metingen zat een periode van minimaal vier weken. Voorafgaand aan de nameting heeft de interventiegroep een interventie aangeboden gekregen. De interventie bestond uit een tiental minuten hardlopen op een matig-intensief niveau van acht km/u. Het niveau is bepaald aan de hand van de MET-waarde. Uit beide tests zijn drie verschillende waardes naar voren gekomen, namelijk de score (percentage juist beantwoord), reactietijd congruent (RTC) en de reactietijd incongruent (RTI). De verzamelde gegevens zijn geanalyseerd aan de hand van de Repeated Measures ANOVA methode, waarbij een betrouwbaarheidscoëfficiënt van 0,05 gehanteerd is. Uit de resultaten is gebleken dat de leerlingen tijdens de nameting gemiddeld beter presteerden dan tijdens de voormeting(p<0,05). Voor de score(p=0,535), RTC(p=0,194) en de RTI(p=0,260) van de Stroop test is echter geen significante relatie gevonden tussen selectieve concentratie en fysieke activiteit. De RTC van de Stroop test lag het dichtstbij de betrouwbaarheidscoëfficiënt. De controlegroep had tijdens de nulmeting een gemiddelde reactietijd van 1.386 ms. met een standaarddeviatie van 342 ms. De interventiegroep had een gemiddelde reactietijd van 1.449 ms. met een standaarddeviatie van 497 ms. De controlegroep had tijdens de nameting een gemiddelde reactietijd van 1.218 ms. met een standaarddeviatie van 351 ms. De interventie groep had een gemiddelde reactietijd van 1.173 ms. met een standaarddeviatie van 239 ms. Voor de score(p=0,275), RTC(p=0,400) en de RTI(p=0,310) van de Eriksen Flanker test is eveneens geen significante relatie gevonden tussen de selectieve concentratie en fysieke activiteit.

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Amsterdam
InstituutBewegen, Sport en Voeding
Gepubliceerd in
Jaar2013
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 25 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk