De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Heeft een hogere biologische leeftijd een positieve invloed op de dribbelsnelheid en versnelling bij jeugdvoetballers (11-13 jaar) ten opzichte van leeftijdsgenoten met een lagere biologische leeftijd?

Rechten:

Heeft een hogere biologische leeftijd een positieve invloed op de dribbelsnelheid en versnelling bij jeugdvoetballers (11-13 jaar) ten opzichte van leeftijdsgenoten met een lagere biologische leeftijd?

Rechten:

Samenvatting

Het doel van dit onderzoek is om te onderzoeken of een hogere biologische leeftijd een positieve invloed op de dribbelsnelheid en versnelling bij jeugdvoetballers(11-13 jaar) ten opzichte van leeftijdsgenoten met een lagere biologische leeftijd. De hypothese is dat de spelers met een hogere biologische leeftijd beter presteren op het gebied van dribbelsnelheid en versnelling. Het onderzoek is uitgevoerd bij 2 D-elftallen van FC Utrecht. Voor de dribbelsnelheid wordt een slalomparcours van 20m zowel heen als terug afgelegd. De 10x 5 meter sprint test van Eutrofie wordt gebruikt om de versnelling te testen. Beide tests worden twee keer uitgevoerd, waarbij de snelste tijd telt. Ook worden er fysieke gegevens van de spelers opgemeten: lengte, beenlengte, zithoogte, leeftijd en gewicht. Hiermee wordt door middel van een formule het aantal jaren tot aan de Peak Height Velocity bepaald. Op basis van het aantal jaren tot aan de Peak Height Velocity worden er twee groepen gemaakt, een biologisch jonge groep en een biologisch oudere groep. Deze worden met elkaar vergeleken door middel van een independent samples t-test. Een correlatie onderzoek zorgt voor extra uitdieping. Uit de resultaten van de indepentent samples t-test blijkt dat de biologische jongere groep significant beter presteert dan de biologisch oudere leeftijdsgenoten. Voor de 10x 5 meter sprint met een significantie van P = 0,022 en voor de dribbelsnelheid P = 0,001. Uit resultaten van de correlatie test blijkt namelijk dat er een negatieve correlatie is tussen de biologische leeftijd en de versnelling (-0,586), en een negatieve correlatie tussen je biologische leeftijd en de dribbelsnelheid. (-0,755). Concluderend: een hogere biologische leeftijd heeft dus een negatief effect op de versnelling en dribbelsnelheid. De hypothese kan hiermee verworpen worden. In de discussie worden discutabele punten besproken, zoals dat het een momentopname betreft. Ook worden er aanbevelingen gedaan voor een eventueel vervolgonderzoek.

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Amsterdam
InstituutBewegen, Sport en Voeding
Gepubliceerd in
Jaar2013
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 25 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk