De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Het werken met (SMART) behandeldoelen bij cliënten in de eerste lijn diëtetiek : wat is het verband tussen het stellen van behandeldoelen en de eigen-effectiviteit?

Rechten:

Het werken met (SMART) behandeldoelen bij cliënten in de eerste lijn diëtetiek : wat is het verband tussen het stellen van behandeldoelen en de eigen-effectiviteit?

Rechten:

Samenvatting

Achtergrond: Het is van groot belang om de effectiviteit van de diëtist in kaart te brengen. Dit is zaak voor het verbeteren van de kwaliteit en omdat de omzet van de diëtistenpraktijken de afgelopen jaren flink is gedaald. Er is op dit moment te weinig bekend over de voordelen van de dieetbehandeling. Om de effectiviteit van een behandeling aan te kunnen tonen is het zaak dat de behandeling meetbaar is. Dit is mogelijk door het opstellen van SMART geformuleerde doelen. SMART staat voor: specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdsgebonden. Het is moeilijk om te beoordelen of een behandeling is geslaagd zonder duidelijk opgestelde doelen. Er is veel onderzoek gedaan naar het stellen van doelen in het algemeen, maar nog weinig in combinatie met de diëtetiek en de eigen-effectiviteit van de cliënt. Methode: Dit onderzoek was onderdeel binnen het grootschalige “DIEET-project” en betrof een observationele studie die liep van februari 2014 tot en met juni 2014. Er werden observaties uitgevoerd middels observatieformulieren. De observaties vonden plaats bij eerstelijns diëtistenpraktijken met betrekking tot het stellen van (SMART) doelen. Tevens werden er vragenlijsten afgenomen bij zowel de cliënt als de diëtist met betrekking tot algemene gegevens en hoe zij het consult hebben ervaren. Cliënten die werden meegenomen in het onderzoek moesten ouder dan 18 jaar zijn en voldoen aan een van de volgende verwijsdiagnoses; Diabetes Mellitus type 2, CVRM (hypercholesterolemie/hypertensie), Overgewicht (BMI ≥ 25 kg/m²) of ondergewicht. Ook is er gezocht in de literatuur naar informatie met betrekking tot het stellen van doelen en de invloed hiervan op de eigen-effectiviteit. In dit onderzoek is er gekeken of er een verband is tussen het stellen van doelen door de diëtist en door de cliënt gescoorde eigen-effectiviteit. De eigen-effectiviteit is gemeten op een visueel analoge schaal. Alle verkregen gegevens tijdens het observeren werden na afloop van het consult door de betreffende student ingevoerd in QuestBack. QuestBack is een online invoer/enquête systeem voor het verzamelen van gegevens. Er is gebruik gemaakt van SPSS Statistics 22. Voor het aantonen van verbanden is gebruik gemaakt van de chi-kwadraattoets en de t-toets. Resultaten: In dit onderzoek zijn 158 consulten meegenomen verspreid over 107 diëtisten. Van de 158 cliënten is 37% man en 63% vrouw met samen een gemiddelde leeftijd van 56 jaar. De verwijsdiagnoses Overgewicht en Diabetes Mellitus type 2 kwamen het meeste voor, respectievelijk 43% en 36%. In 75% van de consulten zijn hoofd- en/of subdoelen gesteld waarvan 25% volledig SMART was geformuleerd. Er is geen significant verband gevonden tussen het stellen van doelen en de eigen-effectiviteit van de cliënt (p= 0.33). Er is wel een significant verband gevonden tussen een hoge haalbaarheid van de gestelde doelen en een verhoging van de gescoorde eigeneffectiviteit door de cliënt (p= <0.01). Conclusie: Het stellen van doelen door de diëtist tijdens het eerste consult lijkt geen invloed te hebben op de eigen-effectiviteit van de cliënt. Wel komt naar voren dat het belangrijk is om haalbare doelen te stellen. Haalbare doelen verhogen de eigen-effectiviteit. Dit wordt ook door de literatuur ondersteund.

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Amsterdam
OpleidingVoeding en Diëtetiek
AfdelingBewegen, Sport en Voeding
Jaar2014
TypeBachelor
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk