De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Veranderingen in het gebruik van biologische voeding na diagnose van colorectaalcarcinoom : bevindingen vanuit de COLON-studie

Rechten:

Veranderingen in het gebruik van biologische voeding na diagnose van colorectaalcarcinoom : bevindingen vanuit de COLON-studie

Rechten:

Samenvatting

DOEL Meer inzicht verkrijgen in het gedrag van mensen met nieuw gediagnosticeerde colorectaalcarcinoom (CRC de novo) ten aanzien van biologische voeding en de eventuele samenhang met verandering in de voedingsinname in kaart brengen. OPZET Data werd gebruikt van 388 deelnemers van de COLON-studie; een longitudinale, prospectieve studie onder mensen met CRC de novo. METHODE Data voor deze studie werd verkregen bij diagnose en 6 maanden na diagnose uit 2 vragenlijsten: een voedselfrequentievragenlijst, inclusief vragen over biologische voeding, en een algemene vragenlijst over sociaal-demografische kenmerken en leefstijl. Deelnemers werden ingedeeld als mensen met een ‘stabiel biologisch voedingspatroon’, deelnemers die ‘stoppen met een biologisch voedingspatroon’, ‘starten met een biologisch voedingspatroon’ of deelnemers met een ‘stabiel niet-biologisch voedingspatroon’. RESULTATEN 24% (n=93) van de deelnemers had een biologisch voedingspatroon voor diagnose. Zes maanden later was dit 25,5% (n=99). 9,5% van de 295 mensen met een niet-biologisch voedingspatroon bij diagnose, starten na diagnose met een biologisch voedingspatroon, zij zijn significant vaker vrouw. 23,7% van de 93 mensen met een biologisch voedingspatroon stoppen 6 maanden na diagnose met het eten van biologische voeding, zij hebben een significant hogere Body Mass Index (BMI) dan mensen met een stabiel biologisch voedingspatroon. Mensen die starten met een biologisch voedingspatroon zijn ten opzichte van de mensen met een stabiel niet-biologisch voedingspatroon significant meer fruit gaan eten, maar ze zijn ook significant meer fruit gaan eten 6 maanden na diagnose ten opzichte van bij diagnose. Ze zijn als enige groep niet minder groenten gaan eten en hebben de laagste alcoholinname op beide meetmomenten vergeleken met de andere groepen. CONCLUSIE Een kwart van de deelnemers had bij diagnose een biologisch voedingspatroon. Een bijna even groot aantal deelnemers start met een biologisch voedingspatroon als het aantal deelnemers dat stopt met een biologisch voedingspatroon. Patiënten met CRC de novo maken na diagnose voedingsaanpassingen, ongeacht of zij een biologisch voedingspatroon hebben of niet. Echter is het verschil 6 maanden na diagnose erg klein ten opzichte van bij diagnose en kan er dus niet vastgesteld worden dat het gaan eten van biologische voeding samenhangt met het maken van andere voedingsaanpassingen

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Amsterdam
InstituutBewegen, Sport en Voeding
Gepubliceerd in
Jaar2014
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 25 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk