De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Splash! : Doe mij maar water : Interventie gericht op het stimuleren van water drinken en het terugdringen van de consumptie van met suiker gezoete dranken bij jongeren in het voortgezet onderwijs

Rechten:

Splash! : Doe mij maar water : Interventie gericht op het stimuleren van water drinken en het terugdringen van de consumptie van met suiker gezoete dranken bij jongeren in het voortgezet onderwijs

Rechten:

Samenvatting

Achtergrond Het percentage overgewicht bij de jeugd in Nederland in de leeftijdscategorie 2 tot 21 jaar blijft toenemen. Dit komt voornamelijk door onvoldoende beweging en ongezonde keuzes op het gebied van voeding. Een belangrijke gewoonte op het gebied van voeding die bij de jeugd steeds vaker voorkomt, is de hoge consumptie van met suiker gezoete dranken. Omdat je de suikers in deze drankjes eenvoudig binnen krijgt, kan er gemakkelijk een positieve energiebalans ontstaan. Meerdere studies tonen aan dat te veel suiker uit suiker gezoete dranken kan bijdragen aan het ontwikkelen van overgewicht. Doelstelling Inzicht krijgen in het effect van de interventie: 1. Door het plaatsen van 10 watertappunten op Echnaton neemt de inname van met suiker gezoete drankjes na 4 weken met minimaal 1 glas (200 ml) per dag af en de inname van water met 1 glas per dag toe bij zowel de 3 interventie- als 3 controleklassen. 2. Door de 3 voorlichtingslessen neemt de inname van met suiker gezoete drankjes na 4 weken bij de 3 interventieklassen met 1 glas extra af en met 1 glas water extra toe ten opzichte van de 3 controleklassen. Methoden De onderzoeksopzet bestaat uit een experimenteel onderzoek in de vorm van een interventie, waarbij een interventiegroep (experimentele conditie) werd vergeleken met een controlegroep. De interventie duurde 4 weken en bestond uit 3 voorlichtingslessen en het beschikbaar stellen van 10 watertappunten door de school. Zowel de interventiegroep als de controlegroep konden gebruik maken van de watertaps. De voorlichtingen werden alleen aan de interventiegroep verzorgd. Er is gekozen voor kwantitatief onderzoek met behulp van een schriftelijke enquête. De enquête werd twee keer afgenomen, een voor- en een nameting waarbij de resultaten met elkaar vergeleken werden om te bepalen of er verandering in gedrag heeft opgetreden. Om die verandering aan te kunnen tonen is gebruik gemaakt van een statistische analyse, waarbij de independent samples t-toets en paired samples t-toets gebruikt zijn. De verschilscores van verschillende enquêtevragen zijn getoetst, zodat er een uitspraak gedaan kan worden over significantie. Er is een significantieniveau van 5% (p = 0,05) aangehouden. Resultaten De totale vochtinname van de interventiegroep is significant toegenomen tussen de voor- en nameting, in vergelijking met de controlegroep (p=0,003). Bij de controlegroep is de vochtinname afgenomen, maar dit is niet significant. De interventiegroep is ook significant meer water gaan drinken tussen voor- en nameting, in vergelijking met de controlegroep (p=0,003). Namelijk gemiddeld 2,05 glazen meer. De controlegroep is 0,64 glazen gemiddeld meer gaan drinken, maar dit resultaat is niet significant. Het kennisniveau is bij de interventiegroep significant toegenomen tussen voor- en nameting, in vergelijking met de controlegroep (p=0,000). Bij de controlegroep is het kennisniveau nauwelijks veranderd. In de attitude, eigen effectiviteit en sociale invloed heeft bij beide groepen geen significante verandering plaatsgevonden. Ook tussen de groepen wordt geen effect aangetoond. Conclusie Een korte termijn interventie gericht op gedragsverandering en het stimuleren van een bewuste en verantwoorde vochtinname bij leerlingen uit de tweede en derde klas van het voortgezet onderwijs, beïnvloedt het drinkgedrag op dusdanig positieve wijze, dat er op de lange termijn gezondheidswinst behaald kan worden. Hierbij wordt overgewicht tegengegaan en gewichtsafname bevorderd. In hoeverre gedragsverandering behouden blijft, zal follow-up onderzoek uit moeten wijzen.

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Amsterdam
InstituutBewegen, Sport en Voeding
Gepubliceerd in
Jaar2014
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 25 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk