De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Impliciet leren bij leerlingen in het speciaal voortgezet onderwijs

Rechten:

Impliciet leren bij leerlingen in het speciaal voortgezet onderwijs

Rechten:

Samenvatting

Samenvatting In dit onderzoek wordt onderzocht of er een verschil in leereffect is tussen traditionele leermethode en impliciete leermethodes. Uit voorgaande onderzoeken van Capio (Poolton, Sit, Eguia, & Master, 2013) naar foutloos leren,` een vorm van impliciet leren’ zijn er significante verschillen gevonden. In dit onderzoek wordt onderzocht of deze verschillen zich ook bevinden bij kinderen met cognitieve en auditieve beperkingen bij de eenhandige set-shot bij basketbal. De deelvraag die beantwoord wordt in dit onderzoek is welke leermethode bijdraagt aan verbetering van de technische uitvoering van de eenhandige set-shot. Beide groepen hebben een voor-, nameting en retentietest uitgevoerd. Beide groepen moesten zeven keer werpen vanaf de vrije worp lijn . De deelnemers werden gefilmd en de beelden van de uitvoering werden geanalyseerd door twee beoordelaars. Na de voormeting hebben beide groepen een interventie periode gevolgd. De data is geanalyseerd met een Repeated Measure Anova en met posthoc t-testen. De gemiddelde prestatie van de impliciet lerende groep was bij de voormeting 1,77 (0,52), bij de nameting 2,13 (0,66) en bij de retentietest 2,36 (0,56). De gemiddelde prestatie van de traditioneel lerende groep was bij de voormeting 1,67 (0,53), bij de nameting 1,68 (0,72) en bij de retentietest 1,60 (0,68). Het verschil in leereffect in prestatieverbetering was significant (p= 0,000). Het verschil in tussen de voormeting en de nameting significant (p= 0,004), tussen de nameting en de retentie wel significant (p= 0,000) en tussen de voormeting en de retentietest wel significant (p= 0,015). De gemiddelde technische uitvoering van de impliciet groep was bij de voormeting 2,49 (1,14), nameting 3,20 (0,14) en bij de retentietest 2,60 (0,11). De prestatie van de traditionele groep was bij de voormeting 2,27 (0,89), nameting 3,46 (0,20) en bij de retentietest 3,40 (0,14). Het verschil in de technische uitvoering was significant (p= 0,003). Het verschil in leereffect tussen de voormeting en de nameting is significant (p= 0,004), de nameting en de retentie is significant (p= 0,000) en tussen de voormeting en de retentietest is significant (p= 0,015). Over het algemeen kan geconcludeerd worden dat de impliciet lerende groep heeft geleerd en de traditionele groep niet. Voor de deelvraag kan worden geconcludeerd dat de traditioneel video analyse een betere technische uitvoering liet zien dan de impliciet video analyse groep.

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Amsterdam
OpleidingAcademie voor Lichamelijke Opvoeding
AfdelingBewegen, Sport en Voeding
Jaar2015
TypeBachelor
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk