De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Taalanalytisch vermogen in relatie tot het effect van correctieve feedback op schrijfvaardigheid

Rechten:

Taalanalytisch vermogen in relatie tot het effect van correctieve feedback op schrijfvaardigheid

Rechten:

Samenvatting

In dit onderzoeksrapport wordt verslag gedaan van een onderzoek dat is uitgevoerd in twee mbo-klassen van een niveau-3-opleiding. De aanleiding van het onderzoek was de achterblijvende schriftelijke taalvaardigheid van de mbo-studenten. Docenten hebben geconstateerd dat niet alle deelnemers in dezelfde mate profiteren van de correctieve feedback (CF) die zij van de docent krijgen. Daarom is er in de eerste plaats onderzocht van welke soort feedback deelnemers meer profijt hebben, niet-gefocuste directe feedback of niet-gefocuste indirecte feedback. In de tweede plaats is er onderzocht in hoeverre er samenhang bestaat tussen het taalanalytisch vermogen (language analytic ability) van de individuele deelnemer en de mate waarin van CF wordt geprofiteerd. Het is interessant om dit te onderzoeken, omdat het vermoeden bestaat dat persoonlijke kenmerken van deelnemers een rol spelen bij de effectiviteit van CF. Uit eerdere onderzoeken is gebleken dat individuele factoren taalleersucces beïnvloeden. Er is echter nog weinig onderzoek gedaan naar de invloed van individuele factoren bij het ontvankelijk zijn van CF op schriftelijke taalvaardigheid. In een tijdsbestek van drie weken maakten de deelnemers iedere week een schrijftaak. In week 1 schreven de deelnemers een e-mail aan een vriend met een advies over de aanschaf van een nieuwe telefoon (T1). In week 2 is de groep verdeeld in twee groepen. Een groep heeft niet-gefocuste directe CF gekregen op T1, de andere groep heeft niet-gefocuste indirecte CF gekregen op T1. In week 2 reviseerden deelnemers hun eerste tekst aan de hand van de directe of indirecte CF (T2). In week 3 schreven de deelnemers een nieuwe tekst, ditmaal een e-mail aan vriend met een advies over de aanschaf van een nieuwe tablet (T3). Van alle teksten is de correctheid (nl. het aantal fouten dat gemaakt is per tien woorden) berekend. Door vervolgens de correctheid van de verschillende teksten te vergelijken, kon de leeropbrengst voor T2 en T3 worden berekend. De resultaten zijn zowel op groepsniveau als individueel niveau geanalyseerd. Het taalanalytisch vermogen van de deelnemers is getest door de deelnemers een test te laten maken waarin zij twintig zinnetjes moesten vertalen in een artificiële taal. Ook heeft de docent een oordeel gegeven over de taalaanleg van iedere deelnemer afzonderlijk met behulp van een docentvragenlijst. De data met betrekking tot het analytisch vermogen van de deelnemer zijn vergeleken met de schrijfdata om antwoord te vinden op de vraag of er een relatie bestaat tussen het taalanalytisch vermogen en de mate waarin deelnemers profijt hebben van CF. Uit de resultaten van het onderzoek is gebleken dat alle deelnemers hebben geprofiteerd van CF bij de revisietekst. Uit de resultaten van het onderzoek is ook gebleken dat sommige deelnemers wel en sommige deelnemers niet hebben geprofiteerd van CF bij het schrijven van een nieuwe tekst. Dit beeld was zichtbaar bij zowel de groep met directe CF als de groep met indirecte CF. De groep die directe CF heeft kregen, had gemiddeld iets meer leeropbrengst. In beide groepen zijn er wel individuele verschillen waargenomen in de mate waarin deelnemers hebben geprofiteerd van CF. Taalanalytisch vermogen heeft een bescheiden rol bij het profiteren van CF op schriftelijke taalvaardigheid. Uit statistische gegevens die dit onderzoek heeft opgeleverd, is naar voren gekomen dat taalanalytisch vermogen wellicht enigszins samenhangt met de mate waarin deelnemers bij het schrijven van een nieuwe tekst profiteren van CF. Deelnemers met een hoog taalanalytisch vermogen maakten in T3 minder fouten. De De correlatie tussen taalanalytisch vermogen en de effectiviteit van CF op schriftelijke taalvaardigheid is echter net niet significant. Bovendien lijkt het erop dat taalanalytisch vermogen een grotere rol speelt in de mate waarin leerders profiteren van indirecte CF.

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Amsterdam
InstituutOnderwijs en Opvoeding
Gepubliceerd in
Jaar2015
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 25 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk