De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Een vergelijking tussen het 3-daagsbeweegdagboek en de PAM-accelerometer als meetmethoden voor het schatten van de PAL-waarde bij obese ouderen met diabetes mellitus type 2 en jongvolwassenen.

Rechten:

Een vergelijking tussen het 3-daagsbeweegdagboek en de PAM-accelerometer als meetmethoden voor het schatten van de PAL-waarde bij obese ouderen met diabetes mellitus type 2 en jongvolwassenen.

Rechten:

Samenvatting

Doel: Bij het voorschrijven van een dieet is het van belang om de energiebehoefte te kunnen schatten. De mate van fysiek activiteit speelt hierin een belangrijke rol. Veel gebruikte methoden om de mate van fysieke activiteit te kunnen schatten zijn zelfrapportage en accelerometrie. In eerdere onderzoeken zijn accelerometrie en zelfrapportage voornamelijk gevalideerd bij jongvolwassenen en volwassenen. De doelgroep obese ouderen met diabetes mellitus type 2 is nog niet onderzocht(1). Methoden: In deze studie is gekeken naar welke meetmethode het meest geschikt is om de PAL-waarde te kunnen schatten bij obese ouderen met diabetes mellitus type 2 (n=28); het 3-daagsbeweegdagboek of de PAM-accelerometer. Ter vergelijking is ook een groep jongvolwassenen (n=38) geïncludeerd. Resultaten: Uit deze studie blijkt dat het 3-daagsbeweegdagboek en de PAM-accelerometer statistisch significant van elkaar verschillen (P <0,001). Het 3-daagsbeweegdagboek geeft een overschatting ten opzichte van de PAM-accelerometer. De ouderen hadden een PAL-waarde van 1,371 ±0,125 volgens het 3-daagsbeweegdagboek en 1,206 ±0,083 volgens de PAM-accelerometer, bij de jongvolwassenen was dit respectievelijk 1,450 ±0,119 en 1,206 ±0,083. Het gemiddelde verschil tussen het 3-daagsbeweegdagboek en de PAM-accelerometer was bij de ouderen 0,165 ±0,121 en bij de jongvolwassenen 0,204 ±0,106. Er was geen verschil te zien tussen de ouderen en jongvolwassenen bij de PAM-accelerometer. Bij het 3-daagsbeweegdagboek was wel een verschil te zien tussen beide groepen. Beide groepen gaven aan een voorkeur te hebben voor de PAM-accelerometer. Discussie: In andere onderzoeken is te zien dat zelfrapportage een onder- en een overschatting geeft op de PAL-waarde(1,2). In deze studie is een overschatting van het 3-daagsbeweegdagboek te zien ten opzichte van de PAM-accelerometer. Er is geen vergelijking gemaakt met een gouden standaard. Tevens is te zien dat er verschil gemeten is tussen de jongvolwassenen en de ouderen bij het invullen van het 3-daagsbeweegdagboek, dit zou er op kunnen wijzen dat de ouderen meer moeite hebben met het invullen van het dagboek. Er is geen verschil gemeten tussen beide groepen bij de PAM-accelerometer, dit zou erop kunnen wijzen dat de fysieke kenmerken van obese ouderen geen beperking vormen om de PAM-accelerometer te kunnen dragen. Bij het interpreteren van de resultaten van de PAM-accelerometer dient men er alert op te zijn dat de meter activiteiten als zwemmen en krachttraining niet of minder goed waarneemt. Conclusie: De PAM-accelerometer is een objectievere en een gebruiksvriendelijke manier om fysieke activiteit bij obese ouderen met diabetes mellitus type 2 te meten. We adviseren om de PAM-accelerometer bij deze doelgroep te gebruiken om de PAL-waarde te bepalen.

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Amsterdam
InstituutBewegen, Sport en Voeding
Gepubliceerd in
Jaar2012
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 25 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk