De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Wat is de relatie tussen de hoeveelheid eiwit per eetmoment en het type eiwit op behoud van vetvrije massa tijdens een 10-­‐weken durend gewichtsverliesprogramma bij ouderen met overgewicht (55+ jaar)?

Rechten:

Wat is de relatie tussen de hoeveelheid eiwit per eetmoment en het type eiwit op behoud van vetvrije massa tijdens een 10-­‐weken durend gewichtsverliesprogramma bij ouderen met overgewicht (55+ jaar)?

Rechten:

Samenvatting

Achtergrond: In de afgelopen decennia is het aantal 55+ers met overgewicht in Nederland toegenomen. Overgewicht en obesitas brengen een grote ziektelast met zich mee. Gewichtsreductie betekent naast vetmassaverlies ook een afname van vetvrije massa. Zeker voor ouderen is het verlies van spiermassa ongewenst, omdat dit op hogere leeftijd moeilijk omkeerbaar is. Volgens veel studies lijkt niet alleen de hoeveelheid eiwitinname per dag relevant, maar de timing van eiwitinname en het type eiwit spelen waarschijnlijk ook een rol bij het behoud van vetvrije massa. Doel: Het doel van deze studie is het onderzoeken van de relatie tussen de hoeveelheid eiwit per eetmoment en het type eiwit op behoud van vetvrije massa tijdens een 10-­‐weken durend gewichtsverliesprogramma bij ouderen (55+ jaar) met overgewicht. Methode: Alle deelnemers (ouderen 55+ met overgewicht) die een baselinemeting en daarnaast minimaal één post-­‐baseline visite hebben gehad, zijn meegenomen voor het onderzoek. Deelnemers volgden een gewichtsverliesprogramma waarin ze een hoog-­‐eiwitdieet (1.3 g/kg/dag) of een regulier eiwitdieet (0.8 g/kg/dag) kregen en waarin ze wel of niet 3 keer per week trainden. Voor ieder deelnemer is berekend hoe vaak een eetmoment van ≥ 20 g eiwit is genuttigd tijdens interventie. De groep met geen één keer een eetmoment van ≥ 20 g eiwit is vergeleken met de groep met minimaal één keer een eetmoment van ≥ 20 g eiwit gedurende zes dagen. Regressie analyse is gebruikt om de relatie tussen de frequentie ≥ 20 g eiwit per eetmoment en verandering in vetvrije massa (kg) te beschrijven. Daarnaast is regressie analyse ook gebruikt om de relatie tussen ratio dierlijk/totaal eiwit en verandering in vetvrije massa (kg) te onderzoeken. Resultaten: In totaal zijn 76 deelnemers geïncludeerd in de analyse. Uit het onderzoek is gebleken dat 52 deelnemers geen één keer ≥ 20 g eiwit per eetmoment en dat 24 deelnemers minimaal één keer een eetmoment van ≥ 20 g eiwit hebben genuttigd. Na een interventie van 10 weken was de verandering in vetvrije massa +273 g voor de groep met geen een keer een eetmoment van ≥ 20 g eiwit en +703 g voor de groep met minimaal één keer ≥ 20 g eiwit per eetmoment. Het verschil in toename van vetvrije massa was niet significant (p= 0.598). De inname van het % dierlijk eiwit ten opzichte van het totale eiwit had een range van 39.05% -­‐ 79.21%. Deze ratio had binnen deze studie geen significant besparend effect op de vetvrije massa (effect: -­‐0.015 kg, p= 0.0580). Conclusie: Deze studie laat geen significante effecten zien van hoeveelheid eiwit per eetmoment en type eiwit op het behoud van vetvrije massa. De effecten van ≥ 20 g eiwit per eetmoment wijzen wel in de richting die ook door literatuur bevestigd wordt, maar de Power in deze studie is laag, waardoor een verschil mogelijk niet aangetoond kan worden. Hierdoor moet meer onderzoek uitgevoerd worden bij een grotere populatie waarbij deelnemers specifiek op totaal hoeveelheid eiwit, spreiding van eiwit en type eiwit worden onderzocht.

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Amsterdam
InstituutBewegen, Sport en Voeding
Gepubliceerd in
Jaar2015
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 25 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk