De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Optimalisering van de beoordeling van voedingsstatus bij kinderen : Zou een groeicurve op basis van de vetvrije massa (index) kunnen helpen?

Rechten:

Optimalisering van de beoordeling van voedingsstatus bij kinderen : Zou een groeicurve op basis van de vetvrije massa (index) kunnen helpen?

Rechten:

Samenvatting

Achtergrond: Wegens de ernst van de prevalentie onder- en overgewicht onder (Amsterdamse) kinderen is meer kennis nodig omtrent de interpretatie van het gewicht en de hierbij horende voedingsstatus om interventies op dit gebied te kunnen optimaliseren. Een adequate voedingsstatus is noodzakelijk voor optimale lichamelijke ontwikkeling en functioneren. De vetvrije massa (VVM) en vetvrije massa index (VVMI) zijn van belang bij de beoordeling van de voedingsstatus. Echter ontbreken VVM(I)-referentiewaarden om de voedingsstatus snel, effectief en relatief goedkoop te kunnen evalueren. Doel: Het doel van deze afstudeerscriptie was om een VVM(I)-groeicurve te ontwikkelen, waarvan de afkapwaarden gehanteerd kunnen worden om de voedingsstatus bij kinderen van 6 t/m 12 jaar vast te stellen. Voor de bepaling van een gezond gewicht is naast de BMI, VVM en VVMI eveneens de klinische blik als pilot toegevoegd. Methode: De lichaamssamenstelling van 2667 (1383 jongens, 1284 meisjes) schijnbaar gezonde Amsterdamse basisschool kinderen in de leeftijdscategorie 6 t/m 12 jaar is gemeten met behulp van de TANITA BC 418 MA III. De gemeten en verkregen data is in Excel geordend en naar SPSS (IBM versie 23) geëxporteerd. De VVM- en VVMI- groeicurves zijn ontwikkeld met behulp van het gemiddelde en de afwijkende standaarddeviaties, uitgesplitst naar geslacht en leeftijd. Resultaten: 71,8% en 75,3% van de kinderen van 6 t/m 12 jaar hebben volgens de VVM- en VVMI-afkapwaarden een gezond gewicht. Dit is hoger in vergelijking met de BMI, waarvan 65,9% een gezond gewicht heeft. Meisjes vertoonden een groter verschil dan de jongens tussen diagnostisering van gezond gewicht met de BMI (62,8% en 68,8%) ten opzichte van de VVM (71,7% en 72,0%) en VVMI (74,1% en 76,4%). Overgewicht is het meest gediagnosticeerd met de klinische blik (23,4%) en de BMI (19,1%). Obesitas is het meest gediagnosticeerd met de BMI (9,2%) en de klinische blik (6,9%). De VVM en VVMI toonden naast de categorie gezond gewicht ook bij ondergewicht de hoogste percentage kinderen (respectievelijk 14,1% en 11,2%). Conclusie: De VVM(I)-groeicurve kan bijdragen aan de beoordeling van de voedingsstatus bij kinderen van 6 t/m 12 jaar. Deze zijn gebaseerd op de standaarddeviaties verkregen uit een lichaamssamenstellingsonderzoek in gezonde Amsterdamse kinderen. Uit de resultaten kwam naar voren dat de klinische blik een bijdrage kan leveren als controle bij de beoordeling van de voedingsstatus. Naast cross-validatie om de afkapwaarden te valideren, is er onder kinderen onderzoek nodig naar de gezondheidsrisico’s bij een VVM(I) buiten de normaalwaarden. Verder onderzoek is nodig naar de meest valide methode om de VVM te registreren.

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Amsterdam
AfdelingBewegen, Sport en Voeding
Jaar2016
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk