De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Hoe handelt de Nederlandse diëtist binnen de behandeling van obese ouderen; waardoor kan effectiviteit voorspeld worden?

Rechten:

Hoe handelt de Nederlandse diëtist binnen de behandeling van obese ouderen; waardoor kan effectiviteit voorspeld worden?

Rechten:

Samenvatting

Inleiding: Het aantal ouderen met obesitas in Nederland blijft stijgen, waardoor zij een grote bijdrage zullen gaan leveren aan alle ziektekosten. Ook de kwaliteit van leven bij deze mensen zal hierdoor hoogstwaarschijnlijk afnemen. De CBO richtlijn adviseert een gecombineerde leefstijlinterventie aan volwassenen met obesitas, maar niet specifiek gericht op ouderen. Uit meerdere wetenschappelijke publicaties blijkt dat het bij ouderen belangrijk is rekening te houden met het behoud van spiermassa. Desondanks is er in Nederland nog geen specifieke richtlijn opgesteld over hoe ouderen met obesitas te behandelen. Er zijn enkele internationale publicaties die richting geven, maar mogelijk spelen er meer factoren een rol dan alleen de inhoud van een behandeling en leefstijladviezen. Doel: Het doel van dit onderzoek is het zichtbaar maken van de bevorderende en belemmerende factoren bij de effectiviteit van de dieetbehandeling bij ouderen van 55 jaar of ouder met obesitas (BMI ≥ 30 kg/m2) binnen de eerstelijns diëtetiek in Nederland. Methode: Voor dit onderzoek is de dataset van het DIEET-project gebruikt. Hierin zijn deelnemers geselecteerd van 55 jaar of ouder en een BMI van ≥ 30 kg/m2. Deelnemers met ondervoeding als primaire verwijsdiagnose zijn geëxcludeerd. Door de onderzoekers van het DIEET-project zijn 92 factoren bepaald die mogelijk gelinkt kunnen worden aan de effectiviteit van de dieetbehandeling. Getrainde studenten hebben intakeconsulten geobserveerd en gescoord op deze factoren. Vervolgens is na zes, negen en twaalf maanden een follow-up vragenlijst door de diëtist ingevuld met vragen over onder andere het gewicht, medicatiegebruik en labwaarden om de effectiviteit van de dieetbehandeling te kunnen bepalen. De statistiek is in twee stappen opgedeeld. De eerste stap was de univariate analyse door middel van de 2-toets. Hierbij werd iedere individuele factor gelinkt aan effectiviteit van de behandeling en getoetst op significantie. Daarna is een logistische regressieanalyse uitgevoerd met enkel de significante factoren uit de eerste stap. Met deze analyse werd berekend welke combinatie van factoren de effectiviteit van de dieetbehandeling mogelijk voorspelt. Resultaten: In totaal voldeden 110 deelnemers aan de inclusiecriteria, waarvan 47 (42,7%) mannen en 63 (57,3%) vrouwen. De meest voorkomende primaire verwijsdiagnoses waren overgewicht en Diabetes Mellitus type 2. Bij 45 (40,9%) deelnemers bleek de dieetbehandeling na 9 maanden effectief te zijn geweest. Het gemiddelde aantal consulten was 5,4 (SD ± 3,3). Van de 92 individueel geobserveerde factoren hingen er 6 significant samen, waarvan 5 mogelijk bevorderend en 1 mogelijk belemmerend. In het predictiemodel zijn uiteindelijk 4 bevorderende factoren overgebleven die gecombineerd de effectiviteit van de dieetbehandeling van obese ouderen in dit onderzoek mogelijk kunnen voorspellen. Deze factoren boden meer sturing vanuit de diëtist binnen de dieetbehandeling. Conclusie: Een meer sturende houding van de diëtist kan een effectieve dieetbehandeling bij obese ouderen mogelijk bevorderen. Belemmerende factoren zijn tot dusver niet gevonden. Er speelt echter meer dan alleen de getoetste factoren. Vervolgonderzoek zou uit moeten wijzen welke andere factoren dit kunnen zijn en in welke mate deze de effectiviteit kunnen voorspellen.

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Amsterdam
OpleidingVoeding en Diëtetiek
AfdelingBewegen, Sport en Voeding
Jaar2016
TypeBachelor
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk