De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

De effecten van gezonde voeding, vochtinname en lichamelijke beweging op werknemers : Uitkomsten van een interventieonderzoek door middel van persoonlijke adviezen opgesteld door een diëtist

Rechten:

De effecten van gezonde voeding, vochtinname en lichamelijke beweging op werknemers : Uitkomsten van een interventieonderzoek door middel van persoonlijke adviezen opgesteld door een diëtist

Rechten:

Samenvatting

Achtergrond: Interventies gericht op gezonde voeding en/of lichamelijke beweging lijken een gunstig effect te hebben op gewichtsverlies en het voedingspatroon van werknemers. Verbetering van het prestatievermogen, de algemene gezondheidstoestand en de lichamelijke activiteit van werknemers vereist nader onderzoek. Een leefstijlinterventie van 7 weken was opgezet om te onderzoeken wat het effect hiervan was op de lichaamssamenstelling, de algemene gezondheidstoestand, het prestatievermogen, de lichamelijke activiteit en de inname van energie, macronutriënten en vocht van werknemers. Methode: De onderzoekspopulatie bestond uit 18 deelnemers (89 % man; 22 ± 1,4 jaar). De controlegroep had alleen contact met de diëtist bij de baseline- en eindmeting. In tegenstelling tot de interventiegroep kregen zij geen persoonlijke adviezen over gezonde voeding, vochtinname en lichamelijke beweging. De Tanita BC-731 weegschaal werd gebruikt om de lichaamssamenstelling vast te stellen. De algemene gezondheidstoestand, het voldoen aan de beweeg- en fitnorm, het prestatievermogen en de inname van energie, macronutriënten en vocht werden gemeten aan de hand van vragenlijsten. De metingen vonden bij de baseline- en eindmeting plaats. De veranderingen in de controle- en interventiegroep werden getoetst aan de hand van de gepaarde t-toets en de McNemar test. De onafhankelijk t-toets en de Chi kwadraattoets werden gebruikt om het verschil in verandering tussen de controle- en interventiegroep te toetsen. Resultaten: Het percentage lichaamsvet was met 0,9 ± 0,7% significant (P=0,04) afgenomen in de interventiegroep. In vergelijking met de controlegroep (0,7 ± 0,8%) was het verschil in verandering van het percentage lichaamsvet significant (P<0,01) groter. Ook de verandering in spiermassa was in de interventiegroep (1,2 ± 1,0 kg t.o.v. -1,0 ± 3,1 kg) significant (P=0,01) groter. De score van het item gezondheidsverandering van de RAND-36 vragenlijst was in vergelijking met de controlegroep (2,8 ± 18,3 punten) significant hoger (P=0,04) in de interventiegroep (22,2 ± 26,4 punten). Het verschil in verandering van het aantal deelnemers dat voldeed aan de beweegnorm is in de interventiegroep significant (P=0,01) groter ten opzichte van de controlegroep. Dit gold ook voor de fitnorm (P=0,02). Een significant lagere inname van energie (P<0,01), totaal vet (P=0,04) en verzadigd vet (P=0,03) gaan gepaard met een significante toename van de inname van eiwit (P<0,01) en vezels (P<0,01) in de interventiegroep. Ten opzicht van de controlegroep was de inname van energie (P<0,01) en het totaal vet (P=0,04) significant lager in de interventiegroep. Conclusie: Het interventieonderzoek van 7 weken had effect op het percentage lichaamsvet, de spiermassa, lichamelijke activiteit, inname van energie en totaal vet. Om het gewichtsverlies, afname van de BMI, de algemene gezondheidstoestand, het prestatievermogen en de dieettrouw van werknemers te bevorderen, werd aanbevolen bij vervolgonderzoek gebruik te maken van intensieve persoonlijke begeleiding en gedragstherapie

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Amsterdam
OpleidingVoeding en Diëtetiek
AfdelingBewegen, Sport en Voeding
Jaar2016
TypeBachelor
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk