De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Instructievideo's buiten de les, hoe maak je deze tot een succes?

Rechten:

Instructievideo's buiten de les, hoe maak je deze tot een succes?

Rechten:

Samenvatting

Het doel van dit onderzoek is om te achterhalen hoe instructievideo's, die gebruikt kunnen worden om ‘Flipping the Classroom’ in te zetten op De Fontein, vormgegeven kunnen worden, zodat leerlingen deze thuis adequaat kunnen gebruiken. De Fontein is een kleinschalige vmbo-t-school in Bussum met slechts vierhonderd leerlingen. De school moet in beweging komen als het gaat om de digitalisering van het onderwijs om aan de behoeften van haar leerlingen en haar aankomende leerlingen te voldoen. Daarom richt dit onderzoek zich op een onderdeel van de onderwijsvernieuwing 'Flipping the Classroom'. Flipping the Classroom betekent letterlijk 'de klas omdraaien', de klassikale instructie wordt omgewisseld met het individuele huiswerk (Kennisnet, 2014). Het idee is dat leerlingen weinig begeleiding nodig hebben bij het verwerven van kennis en vaardigheden. Maar die begeleiding hebben zij des te meer nodig wanneer ze nieuwe kennis verwerken en nieuwe vaardigheden leren toepassen (Beuving, Van Geijn & Salden, 2013). Een deel van de les wordt online aangeboden door middel van een filmopname die de docent heeft gemaakt, waardoor er in de klas gedifferentieerd kan worden door verschillende activerende werkvormen in te zetten. Door Flipping the Classroom uit te voeren, kunnen leerlingen en docenten zich tijdens de lestijd verdiepen in de stof door zich te richten op de ontwikkeling van vaardigheden, het oplossen van problemen en het ontwerpen van concepten (Roehl, Reddy & Shannon, 2013). Om leerlingen daadwerkelijk actief aan de slag te kunnen laten gaan met die activerende werkvormen, is het belangrijk dat zij beschikken over voldoende kennis met betrekking tot het onderwerp. Die kennis verwerven zij thuis, door het bekijken van de instructievideo's. Diezelfde instructie wordt niet nogmaals in de les gegeven, dus het is van belang dat de video's een optimale leeropbrengst tot gevolg hebben (Beuving et al., 2013). Eerst moeten de filmpjes op niveau zijn, voordat de docent activerende werkvormen in kan zetten. Daarom richt dit onderzoek zich enkel op dit aspect van Flipping the Classroom; het vormgeven van instructievideo's. De ontwerpeisen zijn in kaart gebracht door middel van literatuuronderzoek en het voeren van individuele gesprekken met zes leerlingen uit de tweede klas van het niveau vmbo-t. Zij hebben hun voorkeur uitgesproken betreft de vormgeving van drie instructievideo's die van elkaar verschilden op het gebied van auditieve en visuele informatie. Daarnaast hebben de leerlingen uitgesproken welke overige vormgevingsaspecten in de verschillende filmpjes bijdragen aan het verwerven van kennis en het aanleren van vaardigheden. De instructievideo's moeten op het gebied van auditieve en visuele informatie zowel in het bezit zijn van plaatjes/animaties als van gesproken tekst en gespreven tekst. Dit sluit aan bij het multimediaprincipe dat stelt dat leerlingen beter leren van woorden en afbeeldingen dan alleen van woorden (Mayer, 2008). De kennisverwerving verloopt volgens dit principe vaak beter als het leermateriaal geschreven tekst en beeld tegelijkertijd presenteert, mits tekst en beeld op één scherm staan. We spreken dan van het ruimtelijk nabijheidsprincipe (Reints & Wilkens, 2012). De plaatjes hebben volgens de respondenten een positieve invloed op de aantrekkelijkheid van de video's, waardoor zij hun aandacht beter vast kunnen houden. Dit is echter alleen het geval wanneer een plaatje dicht in de buurt staat van de geschreven tekst waar het betrekking op heeft. Als dit niet het geval is, kunnen de respondenten volgens het ruimtelijk nabijheidsprincipe niet genoeg aandacht besteden aan de beide vormen van visuele informatie en dat is vermoeiend voor de informatieverwerking (Reints & Wilkens, 2012). De plaatjes mogen alleen worden toegevoegd als ze de uitleg ondersteunen. Dit is om te voorkomen dat de plaatjes afleiden van de inhoud. Dit achterwege laten van overbodige informatie sluit aan bij het redundantieprincipe (Mayer, 2008). Het is tevens van belang dat de video's niet langer dan vijf minuten duren. Leerlingen kunnen niet langer intensief geconcentreerd luisteren. Daarnaast moeten typografie en kleurgebruik goed zijn toegepast om de aandacht van leerlingen vast te houden (Reints & Wilkens, 2012). Ook moet de kwaliteit van beeld en geluid op orde zijn en is een duidelijke structuur belangrijk. Het moet herkenbaar zijn wat de inleiding, de kern en het slot is. De aanwezigheid van een opening en afsluiting wordt gewaardeerd. Daarnaast moet de moeilijkheidsgraad van de video aansluiten bij het onderwijsniveau van de leerlingen en formeel taalgebruik moet zoveel mogelijk vermeden worden. Leerlingen kunnen volgens het personalisatieprincipe het best aangesproken worden met dezelfde toon als waarin gesprekken plaatsvinden (Mayer, 2008). Verder moet er stilgestaan worden bij chucking. Chucking heeft te maken met de hoeveelheid informatie die tegelijkertijd wordt aangeboden (Dirks, Fleerkate & Pijper, 2011). Er mogen niet meer dan zeven items in een video verwerkt worden, dan zit het werkgeheugen vol (Mayer, 2008). Tot slot is het stemgebruik van de spreker belangrijk. Er moet variatie zijn in intonatie en spreektempo (Los, 2014), de spreker moet goed verstaanbaar zijn en bij belangrijke woorden extra duidelijk articuleren. De ontwerpeisen zijn verwerkt in de instructievideo's en deze zijn vervolgens aan de hand van een vragenlijst getest die is afgenomen bij eenentwintig leerlingen. De resultaten zijn geanalyseerd en nogmaals verwerkt om tot een eindontwerp te komen dat voldoet aan alle gestelde ontwerpeisen, zodat leerlingen adequaat kennis en vaardigheden kunnen verwerven. Om te controleren of leerlingen de video's daadwerkelijk raadplegen, is het aan te bevelen om af te spreken dat zij ter voorbereiding op de les aantekeningen maken naar aanleiding van het videomateriaal dat zij hebben bekeken. Ook kan de docent opgeven dat leerlingen een aantal vragen formuleren over de bekeken video, zodat hier vervolgens aandacht aan kan worden besteed in de les. Daarnaast is het verstandig om controlevragen te stellen, die alleen beantwoord kunnen worden wanneer de instructievideo is bekeken (Van de Ven, 2012). Voor de volgende stap in de interventiecyclus kan onderzocht worden hoe docenten en leerlingen het gebruik van de instructievideo's ervaren en of deze video's in combinatie met andere werkvormen tot een grotere betrokkenheid van leerlingen leiden in de lessen.

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Amsterdam
OpleidingLeraar Nederlands
AfdelingOnderwijs en Opvoeding
Jaar2016
TypeBachelor
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk