De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Verbetering van de bewegingsprestatie van de fosburyflop na het aanleren via de traditionele- of differentiële leermethode bij 11 tot 14 jarige leerlingen van het voortgezet onderwijs

Rechten:

Verbetering van de bewegingsprestatie van de fosburyflop na het aanleren via de traditionele- of differentiële leermethode bij 11 tot 14 jarige leerlingen van het voortgezet onderwijs

Rechten:

Samenvatting

Het doel van dit onderzoek was om na te gaan of 11-14 jarige leerlingen van het voortgezet onderwijs een groter oefen- en leereffect bij het hoogspringen neerzetten nadat zij les hebben gehad volgens de traditionele leermethode of de differentiële leermethode. Daarnaast werd er onderzocht of het cognitieve niveau, Vmbo of Vwo, van de leerlingen hier invloed op heeft op welke leermethode er gebruikt wordt. Om dit te onderzoeken namen 153 Vmbo en/of Vwo leerlingen, tussen de 11-14 jaar uit het voortgezet onderwijs, deel aan een vijfdelige lessenreeks hoogspringen, waarvan er drie lesdelen is geoefend. De meetmomenten bestonden uit een voormeting, een nameting en een retentietest. Om te testen of er een verschil in leereffect was tussen de twee leermethodes, werd er een Repeated-Measures ANOVA uitgevoerd. Bij de differentiële lessen is er gebruik gemaakt van zoveel mogelijk verschillende oefeningen, opdrachten en arrangementen om de beweging aan te leren. Bij de traditionele lessen is er gebruik gemaakt van eenzelfde situatie waarbij er steeds een fase van de fosburyflop is behandeld en waar de lessen bestonden uit veel herhalen van eenzelfde beweging. Uit de resultaten is gebleken dat er een significant verschil is gemeten bij het hoofdeffect van de hoofdvraag ( p=,037) en ook een significant verschil is gemeten bij het interactie-effect (p=,043). Uit de posthoc testen bleek dat dit verschil binnen de groep differentieel leren gevonden is tussen de voor- en nameting 1 (p= 0,000) en tussen de voor- en retentietest (p= 0,025). Bij de resultaten of het cognitieve niveau een invloed heeft op het leereffect bij een leermethode kwam wel een significant hoofdeffect (p=,014) maar geen significant effect bij het interactie-effect (p=,358). Uit de resultaten kan geconcludeerd worden dat de differentiële leermethode een hoger leereffect heeft, maar dat het leereffect bij een leermethode niet afhankelijk is van het cognitieve niveau van de leerling. Als belangrijkste aanbeveling wordt er aanbevolen om de lessenreeks uit te strekken over minimaal 6 weken om een leereffect te behalen tussen de nameting en de retentietest.

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Amsterdam
OpleidingAcademie voor Lichamelijke Opvoeding
AfdelingBewegen, Sport en Voeding
Jaar2016
TypeBachelor
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk