De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Motoriek van basisschoolkinderen uit Nederland en Zuid-Afrika

Rechten:

Motoriek van basisschoolkinderen uit Nederland en Zuid-Afrika

Rechten:

Samenvatting

Het doel van deze pilot is om docenten Lichamelijke Opvoeding (LO) en studenten van de Academie voor Lichamelijke Opvoeding (ALO) een beter inzicht te geven in de mate waarin Zuid-Afrikaanse kinderen motorisch vaardig zijn. ALO-studenten en/of docenten LO kunnen door middel van deze gegevens hun lesaanbod zo inrichten, dat specifieke sportontwikkelingshulp aan Zuid-Afrikaanse kinderen geboden kan worden. Voor dit onderzoek is de dynamische balans gemeten aan de hand van de springen kracht test, een onderdeel van de Movement Scan (Van Gelder, Stroes, Boot, & Schweitzer, 2010). De resultaten van de springen kracht test, van 76 Nederlandse kinderen en 65 kinderen uit Zuid-Afrika, zijn geselecteerd voor dit onderzoek. De ordinale resultaten zijn verwerkt met een non-parametrische analyse: Mann Whitney-U test. Uit de Mann Whitney-U Test is gebleken dat er een significant verschil (Z=-2,175 en p=0,030) is in dynamische balans tussen kinderen uit Nederland en Zuid-Afrika. Uit de resultaten blijkt dat Zuid-Afrikaanse kinderen beter scoren op de springen kracht test, dan Nederlandse kinderen. In de groep Zuid-Afrikaanse kinderen (N=65) werd een hogere rangorde score gevonden (Mean Rank= 78,67) dan bij de Nederlandse kinderen (N=76, Mean Rank=64,44). De conclusie van dit onderzoek is dat Zuid-Afrikaanse kinderen beter scoren op dynamische balans, dan Nederlandse kinderen. Ondanks de grote verschillen in leefomstandigheden en onderwijs tussen de twee groepen is het aannemelijk dat het gevonden verschil in dynamische balans relevant is voor het bewegingsonderwijs. Voor vervolgonderzoek wordt aangeraden een groep te vinden die representatief is voor beide landen, waarbij ook de andere onderdelen van de Movement Scan worden getest. Het advies voor de beroepspraktijk, voor de vakdocent LO/ALO student die naar Zuid-Afrika gaat, is het verbeteren van andere facetten van motoriek die minder goed ontwikkeld zijn bij Zuid-Afrikaanse kinderen. Door het aanbieden van onderdelen die haalbaar zijn binnen de voorzieningen van de school.

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Amsterdam
OpleidingAcademie voor Lichamelijke Opvoeding
AfdelingBewegen, Sport en Voeding
Jaar2017
TypeBachelor
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk