De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

De relatie tussen aminozuren en spiermassa : Heeft de aminozuurinname een relatie met de spiermassa bij obese ouderen met diabetes mellitus type 2?

Rechten:

De relatie tussen aminozuren en spiermassa : Heeft de aminozuurinname een relatie met de spiermassa bij obese ouderen met diabetes mellitus type 2?

Rechten:

Samenvatting

De Nederlandse bevolking is aan het vergrijzen, daarnaast is er een toenemende incidentie in obesitas en diabetes mellitus type II (DM II) patiënten. Dit zorgt voor uitdagingen in ons zorgsysteem. Het is belangrijk dat ouderen in beweging blijven voor een hogere kwaliteit van leven. Hierbij is voldoende spiermassa belangrijk. De rol van voeding, met name aminozuren is groot. Het is nog onduidelijk of het vooral gaat om de hoeveelheid of om het type aminozuren bij de instandhouding van spiermassa bij ouderen en daarom is onderzoek belangrijk. Doelstelling Het doel van deze studie is het onderzoeken of er een relatie is tussen aminozuurinname uit voeding en de hoeveelheid spiermassa in armen en benen bij obese ouderen (55+) met diabetes mellitus type 2. En een aanbeveling te doen voor vervolgonderzoek naar de eiwitbehoefte voor ouderen met DM II. Methode In dit onderzoek waren 111 volwassen obese deelnemers met DM II (55-­‐80 jaar) meegenomen in de resultaten, waarbij de baselinegegevens uit het PROBE-­‐onderzoek afkomstig zijn. Deelnemers hadden een 3-­‐daagseetdagboek ingevuld (N=111), dat ter plekke werd besproken én ondergingen een DXA scan, waarbij de lichaams-­‐ samenstelling werd gemeten. De deelnemers zijn geworven via meerdere kanalen, zoals huisarts of krant. Om een relatie te vinden tussen de inname van verschillende aminozuren (g) en spiermassa (kg) werd gebruik gemaakt van multiple lineaire regressie in SPSS. Hierbij werd specifiek gekeken naar spiermassa in armen en benen. Alle aminozuren werden gecorrigeerd naar aandeel van totaal eiwit (ratio) en er werd gecorrigeerd voor geslacht. Resultaten De gemiddelde leeftijd van de deelnemers was 66±6 jaar met een gemiddeld body mass index (BMI) van 33±4 kg/m2 en 65% was man. Er is geen significante relatie gevonden tussen de ratio van aminozuurinname ten opzichte van totale eiwitinname en spiermassa (EAA [β -­‐0,350, p=0,969], BCAA [β 0,061, p=0,997], leucine [β 2,730, p=0,947], glutamine [β -­‐1,450, p=0,920]). Op basis van absolute aminozuurinname is wel een significante relatie gevonden tussen aminozuurinname en de spiermassa (EAA [β 0,105, p=0,002], BCAA [β 0,245, p=0,001], leucine [β 0,556, p=0,001] glutamine [β 0,242, p=0,001]). Conclusie Op basis van de aminozuurratio was er geen significante relatie tussen aminozuurinname en de spiermassa. Maar de absolute aminozuurinname laat wel een significante relatie zien met de spiermassa. Er is wel degelijk een relatie, maar verder onderzoek naar de relatie van aminozuurinnameratio en spiermassa is daarom gewenst.

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Amsterdam
OpleidingVoeding en Diëtetiek
AfdelingBewegen, Sport en Voeding
Jaar2017
TypeBachelor
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk