De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Umami : valt het bij u in de smaak?

Rechten:

Umami : valt het bij u in de smaak?

Rechten:

Samenvatting

Doel: Het doel van het onderzoek was om de invloed van het gebruik van een aperitiefhapje met de smaak umami op de eetlust bij 65-plussers, ten opzichte van het niet gebruiken van een aperitiefhapje met de smaak umami, te onderzoeken. Achtergrond: Ondervoeding is een veel voorkomend probleem bij verpleeghuiscliënten, zo ook bij woonzorgcentrum Zuiderhout. Binnen de organisatie proberen zij dit probleem te verhelpen door het aanbieden van energie- en eiwitverrijkte voeding en bijvoeding. Echter is hierbij het probleem dat cliënten soms een verminderde eetlust hebben. Naast de basissmaken zout, zoet, bitter en zuur is er een vijfde smaak, umami. Glutamaat ofwel L-glutamaten zijn verantwoordelijk voor de smaak umami. Er zijn meerdere glutamaten, waaronder de mononatriumglutamaat ofwel monosodiumglutamaat (MSG). MSG heeft de sterkste umami smaak van alle glutamaten. Onderzoek heeft aangetoond dat MSG een positief effect kan hebben op de eetlust. Echter zijn er ook een aantal onderzoeken die het gebruik ter bevordering van de eetlust met de smaak umami of MSG tegenspreken en stellen dat er weinig tot geen effect is. Methode: Het onderzoek is uitgevoerd in de vorm van een kwantitatief experimenteel onderzoek in woonzorgcentrum Zuiderhout. De onderzoekspopulatie betrof een gestratificeerde steekproef uit alle ondervoede en niet ondervoede cliënten met de leeftijd van 65 jaar en ouder die gedurende de onderzoeksperiode verbleven in het woonzorgcentrum. De geïncludeerde respondenten (n=31) werden verdeeld in vier interventiegroepen op basis van de voedingstoestand en op basis van het type interventie. Zo ontstonden er twee interventiegroepen die een aperitiefhapje met MSG (600 mg) kregen aangeboden, waarvan er respondenten ondervoed waren (n=7) en niet ondervoed waren (n=10). De twee andere interventiegroepen kregen een aperitiefhapje zonder MSG aangeboden. Ook daarvan waren er respondenten ondervoed (n=6) en niet ondervoed (n=8). Het kwantitatief experimenteel onderzoek werd uitgevoerd gedurende vijf achtereenvolgende (werk)dagen waarbij de interventiegroepen voorafgaand aan de warme maaltijd, op de eerste onderzoeksdag na, een aperitiefhapje (met of zonder MSG) kregen aangeboden. Aansluitend werd een vragenlijst ingevuld. Diezelfde vragenlijst werd eveneens op de eerste onderzoeksdag ingevuld en fungeerde als nulmeting. Tevens is er voor de volledige beantwoording van de deelvragen een literatuuronderzoek uitgevoerd. Resultaten: Er werd geen significant verschil tussen de interventiegroepen aangetoond voor een mogelijke invloed op de eetlust door het gebruik van een aperitiefhapje met 600 mg MSG ten opzichte van het niet gebruiken van een aperitiefhapje. Ook het gebruik van een aperitiefhapje zonder enige toevoeging toonde geen significant verschil aan. Hoewel de resultaten geen statistische significantie aantonen beoordeelden alle interventiegroepen hun eetlust hoger gedurende het onderzoek ten aanzien van de nulmeting. Bij de gemiddelde gegeten hoeveelheid van de warme maaltijd toonden alleen de interventiegroepen met een aperitiefhapje met MSG een verbetering. Conclusie: Dit kwantitatief experimenteel onderzoek toont aan dat er geen significant verschil is gevonden voor een mogelijke invloed van een aperitiefhapje met 600 mg MSG, op de eetlust van 65- plussers in woonzorgcentrum Zuiderhout. Echter toonde de interventiegroep met een aperitiefhapje met MSG bij alle resultaten van de vragenlijsten de grootste totale verbetering.

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Amsterdam
OpleidingVoeding en Diëtetiek
AfdelingBewegen, Sport en Voeding
Jaar2017
TypeBachelor
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk