De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

De relatie tussen de energie- en eiwitinname en de verandering van de vet- en spiermassa bij marathonschaatsers in aanloop naar het wedstrijdseizoen

Rechten:

De relatie tussen de energie- en eiwitinname en de verandering van de vet- en spiermassa bij marathonschaatsers in aanloop naar het wedstrijdseizoen

Rechten:

Samenvatting

Voor marathonschaatsers is het van belang om inzicht te hebben in lichaamssamenstelling. De lichaamssamenstelling heeft namelijk invloed op de prestaties. Vetmassa en spiermassa zijn twee belangrijke factoren die meespelen in de prestatie van marathonschaatsers. In dit onderzoek wordt de verandering van vet- en spiermassa in kaart gebracht. Daarbij wordt gekeken of er een relatie is met energie- en eiwitinname. De onderzoeksvraag luidt: “Wat is de relatie tussen de energie- en eiwitinname en de verandering van de vet- en spiermassa bij marathonschaatsers in aanloop naar het wedstrijdseizoen?”. In dit onderzoek zijn 9 mannen en 10 vrouwen (gemiddelde leeftijd 25,1 ± 4,2 jaar) geïncludeerd. In september 2017 was meting 1 en drie maanden later (december 2017) was de eindmeting. De vetmassa van de deelnemers is gemeten met behulp van de BodPod. De spiermassa is gemeten door middel van een DXA-scan. Met behulp van de indirecte calorimetrie is het rustmetabolisme gemeten. Bij de metingen waren de deelnemers nuchter. Via een 3-daags beweegdagboek is de PAL-waarde van de deelnemers geschat. De energie- en eiwitinname werd geschat door middel van een 3-daags voedingsdagboek. De energiebehoefte werd berekend door het rustmetabolisme te vermenigvuldigen met de PAL-waarde. De verandering van vet- en spiermassa en het verband met de energie- en/of eiwitinname is berekend met de lineaire regressie. Bij de lineaire regressie zijn de confounders geslacht, energietekort of -overschot, eiwitinname (g/kg lichaamsgewicht) en eiwitinname (g/FFM) meegenomen. Er is een significante afname van spiermassa in de armen (p<0,001). Ook is er een significante afname van spiermassa (-0,3 ± 0,4) in het rechterbeen (p=0,015). Er vond verandering van de vetmassa (-0,1 ± 1,5) plaats maar hier is geen significant verschil gevonden (p=0,876). De waargenomen verandering in vet- en spiermassa hing niet samen met de energie- en/of eiwitinname. Meer onderzoek is nodig met betrekking tot de verandering van de vet- en spiermassa in relatie tot energie- en/of eiwitinname bij marathonschaatsers. De onderzoeksgroep bestond uit een te kleine onderzoeksgroep om betrouwbare conclusies te kunnen trekken.

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Amsterdam
OpleidingVoeding en Diëtetiek
AfdelingBewegen, Sport en Voeding
Jaar2018
TypeBachelor
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk