De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Evalueren op vaste en variabele criteria en de invloed op de motivatie van de leerlingen

Rechten:

Evalueren op vaste en variabele criteria en de invloed op de motivatie van de leerlingen

Rechten:

Samenvatting

Evalueren is een essentieel onderdeel voor het leerproces. Door middel van evalueren krijgen leerlingen en docenten inzichtelijk in hoeverre aan de leerdoelen voldaan is. Daarnaast kan evalueren werken als belangrijke motivator voor leerlingen, maar te veel of verkeerde evaluatie kan juist demotiveren. Het doel van dit onderzoek was erachter komen welke manier van evalueren de meeste invloed heeft op de motivatie van de leerlingen van 13 tot 15 jaar van het niveau vmbo basis-kader. Hiervoor is de volgende onderzoeksvraag gesteld: Zijn leerlingen die worden geëvalueerd op basis van vooruitgang meer gemotiveerd dan leerlingen die worden geëvalueerd op basis van het eindresultaat? Om dit te onderzoeken zijn twee evaluatiegroepen opgesteld; de eindevaluatiegroep (n=20) die geëvalueerd werd op vaste criteria en de voortgangsevaluatiegroep (n=21) die geëvalueerd werd op variabele criteria. Het onderzoek is gedurende 4 weken uitgevoerd bij de bewegingsactiviteit hoogspringen. De eindevaluatiegroep kreeg een cijfer voor de in de laatste les gesprongen hoogte; de voortgangsevaluatiegroep kreeg een cijfer voor de toename in gesprongen hoogte. Vervolgens is de motivatie van de leerlingen gemeten aan de hand van de BREQ-2 vragenlijst. De resultaten van het onderzoek wijzen uit dat de voortgangsevaluatiegroep (M = 11,14; SD = 28,26) niet significant (p = 0,131) hoger scoort dan de eindevaluatiegroep (M= -4,30; SD = 28,26) . Gesplitst op basis van geslacht scoren de jongens van de voortgangsevaluatiegroep (M = 29,00; SD = 24,70) wel significant (p = 0,024) hoger dan de jongens van de eindevaluatiegroep (M = 0,75; SD = 28,91). De meiden van de voortgangsevaluatiegroep (M = -5,09; SD = 20,95) scoren niet significant (p = 0,664) hoger dan de meiden van de eindevaluatiegroep (M = -11,88; SD = 44,89). Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat er geen verschil is aangetoond en er verder onderzoek gedaan dient te worden naar dit onderwerp. Op basis van de resultaten van de jongens kan de voorkeur gegeven worden aan evalueren op basis van variabele criteria.

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Amsterdam
OpleidingAcademie voor Lichamelijke Opvoeding
AfdelingBewegen, Sport en Voeding
Jaar2020
TypeBachelor
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk