De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

De eiwitinname: hoe valt de meeste winst te behalen om ondervoeding bij chirurgische en oncologische patiënten te voorkomen of behandelen? : Een kwantitatief onderzoek naar factoren die van invloed zijn op de eiwitinname van chirurgische en oncologische patiënten in het Amsterdam UMC - locatie AMC.

Rechten:

De eiwitinname: hoe valt de meeste winst te behalen om ondervoeding bij chirurgische en oncologische patiënten te voorkomen of behandelen? : Een kwantitatief onderzoek naar factoren die van invloed zijn op de eiwitinname van chirurgische en oncologische patiënten in het Amsterdam UMC - locatie AMC.

Rechten:

Samenvatting

Achtergrond: Ondervoeding is een steeds groter wordend probleem. Er is sprake van ondervoeding bij een acuut of chronisch tekort aan energie (calorieën), eiwitten en andere voedingsstoffen. Deze tekorten kunnen ontstaan door onvoldoende voedingsinname en ziekte waardoor gewichtsverlies en afname van de spiermassa optreedt. Dit resulteert onder andere in verlies van spierkracht, verminderde weerstand, verminderd welzijn, vertraagde wondgenezing en een verhoogde kans op (postoperatieve) complicaties en overlijden. Om dit te voorkomen is het van belang dat patiënten voldoende eiwit binnen krijgen en de individuele adequate eiwitbehoefte behalen. Twee patiëntengroepen waar ondervoeding veel voorkomt zijn de chirurgische en oncologische patiënten. Het doel van dit onderzoek is het in kaart brengen van de factoren die van invloed zijn op de eiwitinname bij deze twee patiëntengroepen. De onderzoeksvraag luidt: “Welke factoren zijn van invloed op het behalen van de adequate eiwitbehoefte bij chirurgische en oncologische patiënten in het Amsterdam UMC - locatie AMC?” Methode: Het betreft een kwantitatief onderzoek waar zowel toetsende als beschrijvende statistiek aan bod komt. In dit onderzoek zijn drie dataverzamelingsmethoden gebruikt. De algehele onderzoeksgroep omvat 141 patiënten (ondervoed en niet ondervoed) opgenomen over alle afdelingen in het Amsterdam UMC - locatie AMC in de periode van 16 september tot 30 oktober. Aan de hand van observationeel onderzoek zijn van 99 chirurgische en oncologische patiënten uit de onderzoeksgroep van 141 patiënten, de gegevens van de voedingsinname verkregen. Daarnaast is er bij een deel van de patiënten een enquête afgenomen met vragen met betrekking op factoren die van invloed kunnen zijn op de eiwitinname (n=31). Tot slot zijn de overige patiëntgegevens uit het Elektronisch Patiëntendossier: EPIC gehaald. Resultaten: Van de algehele onderzoeksgroep (141 patiënten) heeft 12,0% de adequate eiwitbehoefte van 1,2 gram per kilogram lichaamsgewicht behaald. Van de 99 chirurgische en oncologische patiënten heeft 11,1% de adequate eiwitbehoefte behaald. Er is een significant verband aangetoond tussen het behalen van de eiwitbehoefte en diëtistische begeleiding (p=0,044) (n=99). Er is geen significant verband aangetoond tussen het behalen van de eiwitbehoefte en dieeteisen/- wensen (p=0,678) (n=99). Er is geen significant verband aangetoond tussen het behalen van de eiwitbehoefte en (ziekte gerelateerde) klachten (p=1,000) (n=31). Echter, er kan aangenomen worden dat het ervaren van (ziekte gerelateerde) klachten weldegelijk een negatieve invloed heeft op de eiwitinname. 95% van de patiënten die de eiwitbehoefte niet heeft behaald gaf aan last te hebben van één of meer (ziekte gerelateerde) klachten. Ook is er geen significant verband aangetoond tussen het behalen van de adequate eiwitbehoefte en de ontvangen informatie over het belang van goede voeding bij ziekte/herstel (p=0,398) (n=31). Conclusie: Het onderzoek toont een significant verband aan tussen het behalen van de adequate eiwitbehoefte en diëtistische begeleiding. Het hebben van diëtistische begeleiding heeft een positieve invloed op de eiwitinname van de chirurgische en oncologische patiënten. Ondanks dat er geen significant verband is aangetoond tussen het behalen van de adequate eiwitbehoefte en (ziekte gerelateerde) klachten, kan er aangenomen dat dit weldegelijk de eiwitinname nadelig beïnvloed. Tot slot is er mogelijk winst te behalen op het gebied van de voedingsassistenten. De dieetadviezen kunnen beter nagestreefd worden, de kennis over goede voeding bij verschillende ziektebeelden kan worden verbreed en de maaltijden, met name de tussendoortjes, kunnen actiever aangeboden worden.

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Amsterdam
OpleidingVoeding en Diëtetiek
AfdelingBewegen, Sport en Voeding
Jaar2020
TypeBachelor
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk