De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Eenzaamheid en gezelschap

Een onderzoek naar de meningen van ouderen over gezelschapsmaatjes en de mate van eenzaamheid onder ouderen

Eenzaamheid en gezelschap

Een onderzoek naar de meningen van ouderen over gezelschapsmaatjes en de mate van eenzaamheid onder ouderen

Samenvatting

Dit onderzoek naar de meningen van ouderen over gezelschapsmaatjes en de mate van eenzaamheid onder ouderen is in opdracht van Coalitie Erbij uitgevoerd. Ouderen vormen een kwetsbare doelgroep voor eenzaamheid vanwege onder andere een afnemend sociaal netwerk, het verlies van een partner of een verslechtere gezondheid (De Jong-Gierveld & Fokkema, 2003). Uit onderzoek blijkt dat eenzaamheidsinterventies niet altijd passend zijn in de persoonlijke situaties omdat er te vaak ‘standaardoplossingen’ worden gegeven (Bouman, Leene & Linneman, 1988; Linnemann & Goede, 1992). Bovendien zijn in 20% van de gevallen de inschattingen van eerstelijns hulpverleners over eenzaamheid bij oudere cliënten helemaal onjuist (Linnemann & Goede, 1992; Linnemann, 1996).
De laatste tijd lijkt er een trend te ontstaan in de ouderenzorg: ouderen kunnen in contact komen met een gezelschapsmaatje die hen gezelschap houdt en/of activiteiten met hen onderneemt, ter bestrijding tegen eenzaamheid en/of om langer zelfstandig kunnen blijven wonen. Ook komen er steeds meer vormen van gezelschap op waarbij er sprake is van een vergoedingsaspect.
De volgende onderzoeksvraag is geformuleerd: ‘Is er een verschil in eenzaamheid tussen ouderen die wel of geen gezelschapsmaatje hebben?’. Om dit te kunnen onderzoeken, is er een enquête opgesteld. Deze enquête is ingevuld door 503 ouderen via het Nationaal Ouderenfonds, de Vrijwillige Hulpdienst Eindhoven en Senioren-assistent.
Er blijkt geen significant verschil in eenzaamheid te zijn tussen ouderen die wel of geen gezelschapsmaatje hebben. Wel hangt een positieve mening over het gezelschapsmaatje samen met een mindere mate van eenzaamheid. Deze samenhang is klein, maar wel significant en dus betekenisvol. Ouderen die een positieve mening hebben over hun gezelschapsmaatje zijn niet minder eenzaam dan ouderen die geen gezelschapsmaatje hebben, maar wel significant minder eenzaam dan ouderen die minder positief zijn over hun gezelschapsmaatje. Ouderen blijken over het algemeen tevreden te zijn met hun gezelschapsmaatje. Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt het onder andere aanbevolen om verder onderzoek te doen en om trainingen te ontwikkelen ter signalering en bestrijding tegen eenzaamheid.

Toon meer
OrganisatieSaxion
Datum2015-08-01
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk