De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

De zoektocht naar succesvolle financiering voor startups in de energieopslag, -efficiëntie en -productie

If you can’t beat them, buy them!

De zoektocht naar succesvolle financiering voor startups in de energieopslag, -efficiëntie en -productie

If you can’t beat them, buy them!

Samenvatting

Voor startups is het verkrijgen van een financiering een van belangrijkste voorwaarden om hun idee uit te werken en tot een verkoopbaar product te komen. In dit onderzoek wordt enerzijds aan de hand van een literatuuronderzoek en interviews onderzocht welke financiële beoordelingscriteria venture capitalisten gebruiker per level binnen de levensfase startup. Anderzijds wordt er doormiddel van casestudies onderzocht hoe het financieringsproces van startups verloopt.
 
Startups in de energieopslag, -efficiëntie en –productie zijn belangrijk om aan de Europese energiestrategie 2020 en recenter de gemaakte afspraken in op de COP21 in Parijs te voldoen. Startups ondersteund met venture capital leveren een belangrijke bijdrage aan de innovatiekracht binnen hernieuwbare energie. (Nanda, R., Purdue, K. Y., & Fleming, L. 2013) Deze startups kunnen een belangrijke rol vertolken in de weg naar een duurzame wereld.
 
Om startups in te delen in verschillende fasen wordt het Technologie Readiness Level (TRL) model gebruikt. Het model is afkomstig uit de ruimtevaart (Mankins, 2009) maar is al snel binnen veel verschillende branches in gebruik genomen, zoals bij het Horizon 2020 programma (EARTO, 2014). De investeerders investeren meestal in startups in TRL 6, hier werkt het prototype in de werkelijke gebruikersomgeving. Deze fase is mede zo interessant omdat na deze fase de echte scale-up kan plaatsvinden.
 
Zowel de literatuurstudie als de interviews laten zien dat de DCF-methode het belangrijkste financiële beoordelingscriteria is die gebruikt wordt door investeerders. Verder zijn er vooral verschillen op te merken tussen de literatuurstudie enerzijds en de interviews anderzijds. Het is opvallend dat de Venture Capital methode in de literatuurstudie als erg belangrijke methode wordt omschreven, maar slechts door één investeerder wordt genoemd. De investeerders richten zich op een exit in 6 jaar, een periode waarvoor de Venture Capital methode juist zeer geschikt is. Waarom de adoptie van deze methode dan toch achterblijft bij die van de DCF-methode is op dit moment niet duidelijk.
 
Opvallend is dat de investeerders aangeven dat de financiële beoordeling van startups in TRL 6 nog niet erg aan de orde is. Een goed team en idee zijn hier nog veel belangrijker. Wanneer er toch financiële gegevens worden opgesteld moet de focus van een startup uitgaan naar de DCF-methode en de marktgrootte, maar hier moet niet te veel tijd aan besteed worden.
 
In het financieringsproces kregen startups veel vrijheid. Onderhandelingen over een waardering waren vaak afwezig, er werd vooral naar de vraag van de startup gekeken, en de investor agreement werd in alle gevallen door de startup zelf opgesteld, waar het in twee gevallen zelfs bij een mondelinge overeenkomst bleef. Ook werd er in geen geval een formele waarderingsmethode als de DCF-methode gebruikt. Op deze manier blijven de agency problemen tussen de investeerder en startup bestaan, zeker doordat ook ex ante een passieve houding werd aangenomen door de investeerder. 

Toon meer
OrganisatieSaxion
OpleidingBedrijfseconomie
Datum2016-06-01
TypeBachelor
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk