De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Halpern Critical Thinking Assessment

In hoeverre zijn mensen in de leeftijd van 17 tot en met 65 jaar in staat om door kritisch denken negatieve levensgebeurtenissen te voorkomen?

Halpern Critical Thinking Assessment

In hoeverre zijn mensen in de leeftijd van 17 tot en met 65 jaar in staat om door kritisch denken negatieve levensgebeurtenissen te voorkomen?

Samenvatting

De aanzet van dit onderzoek komt van de Vakgroep Instructietechnologie van de Universiteit Twente, Faculteit Gedragswetenschappen. Zij wilden graag de betrouwbaarheid van de Nederlandstalige versie van de Halpern Critical Thinking Assessment (HCTA) onderzocht hebben. De HCTA meet de mate van iemands kritisch denken. Volgens Halpern (2003) bestaat kritisch denken uit gericht denken om een oplossing te zoeken, een conclusie te formuleren of een beslissing te nemen. Kritisch denken houdt in dat je helder, precies en doelbewust nadenkt om aspecten, als cognitieve psychologische beredenering, creativiteit, intelligentie, taal, besluitvorming en probleemoplossend denken, toe te passen. Om de betrouwbaarheid van de Nederlandstalige HCTA te meten wordt het onderzoek van Butler (2012) herhaald. Zij onderzocht de samenhang tussen een hoge score op de HCTA en een lage score op de Decision Outcomes Inventory (DOI). De DOI bevat vragen over negatieve levensgebeurtenissen. De verwachting was dat mensen die in staat zijn om kritisch te denken (hoge score HCTA), minder negatieve levensgebeurtenissen ervaren (lage score DOI). De meeste testen over kritisch denken hebben slechts betrekking tot academische prestaties, zoals schoolcijfers, in plaats van tot dagelijkse levensgebeurtenissen. Echter blijkt academisch succes alleen geen garantie te zijn, om in elke situatie een kritische denker te zijn. Kritisch denken wordt steeds meer een vereiste vaardigheid om mee te kunnen komen in het huidige hoge onderwijs en werkveld (Willingham, 2007).Veel onderzoekers zijn dan ook voorstanders van meer aandacht voor het leren kritisch denken in het hoge onderwijs (Ennis & Weir, 1985; Halpern, 2010; Marin & Halpern, 2011; Butler, 2012. Echter zijn er ook critici die het niet eens zijn met de huidige manier van werken of überhaupt niet vinden dat kritisch denken als losse vaardigheid gezien mag worden (Adler, 1986; Clayton, 2003; Willingham, 2007; Dobrin, 2013). Zij zijn van mening dat aandacht voor zelfreflectie en discussies belangrijkere punten voor ontwikkeling zijn dan kritisch denken op zich. Ook over de definitie van kritisch denken zijn de meningen verdeeld. Er zijn de afgelopen jaren meerdere termen voorbijgekomen. Voorbeelden zijn; evalueren, beredeneren, concluderen, beslissen, probleemoplossend denken (Halpern, 1994, 1998, 2003), veronderstellingen testen met de realiteit met als doel ethische mensen zijn (Sumner, 1906), beslissingen nemen, oordelen geven (Willingham, 2007) of zelfreflectie toepassen, zelfbewust zijn, begeleiden en ontwikkelen (Kuhn, 2005). Voor dit onderzoek wordt de consensus van deze definities aangenomen. De consensus geeft kritisch denken weer als; een gewenst resultaat bereiken door middel van rationeel, (zelf)bewust, doelgericht en redenerend te zijn (Ennis, 1993; Halpern, 2003; Kuhn, 2005; Lai, 2011). Hierbij is het ethisch aspect van belang (Sumner, 1906); Facione, 1990; Glaser, 1941; Paul, 1992; Paul&Elder, 2006; Paul&Scriven, 1987).Daarbij wordt verwacht dat kritisch denken pas mogelijk is nadat je brein op bepaalde gebieden ontwikkeld is. Volgens Jolles (2006) is het menselijk brein pas ruim na het twintigste levensjaar in staat om de meest complexe hersenfuncties zoals plannen, organiseren en prioriteiten stellen, toe te passen.7Om Jolles’ hersenonderzoek (2006) met betrekking tot de ontwikkeling in leeftijdsfasen mee te nemen wordt er onderscheid gemaakt in de leeftijd van de respondenten.Een groep respondenten is gevraagd de HCTA en de DOI in te vullen. Hierbij werd onderscheid gemaakt in studenten (N = 40) en werkenden (N = 28). Er werd gekeken of de variabelen opleidingsniveau, beroepsniveau, leeftijd en geslacht van invloed waren op het kritisch denken van de respondenten. Daarnaast werd de samenhang tussen de HCTA en de DOI onderzocht. Echter werd er geen verschil gevonden tussen respondenten die laag scoorden op de HCTA (niet kritische denkers) en respondenten die hoog scoorden op de HCTA (kritische denkers) met betrekking tot hun scores op de DOI. Er zijn ook geen significante verschillen aangetoond tussen kritisch denken met betrekking tot beroepsniveau, leeftijd en geslacht. Alleen opleidingsniveau zorgde voor een significant verschil. Respondenten in de steekproef werkenden met een hoog opleidingsniveau behaalden een significant hogere score op de HCTA dan respondenten met een laag opleidingsniveau. Bij het onderzoek van Butler naar de Engelstalige HCTA lag de waarde van de Chronbach’s alpha tussen 0.85 en 0.97. Dit is een prima waarde. De Chronbach’s alpha van de Nederlandstalige HCTA is ook goed te noemen.De discussie bevat onder andere de vraag in hoeverre de steekproeven van Butler en dit onderzoek verschillen. Butler (2012) maakte gebruik van een grotere spreiding in opleidingsniveau met respondenten uit verschillende landen, terwijl de steekproef bij dit onderzoek mogelijk homogener is met studenten van Saxion Hogeschool Deventer en werkenden uit Nederland. Daarbij kan ook het cultuurverschil tussen de VS en Nederland voor een vertekend beeld zorgen. Denk hierbij aan de situaties in de HCTA over politiek, drankgebruik of diëten. De meningen van Amerikanen hierover kunnen verschillen met de meningen van Nederlanders. Door deze situaties slechts te vertalen naar een andere taal, zonder verdere aanpassingen in onderwerp of keuzemogelijkheid kan een vertekend beeld schetsen in de antwoorden van de respondenten op de Nederlandstalige HCTA.Een aanbeveling is om het aantal vragen te verminderen, zodat het invullen van de test minder tijd kost. De lange tijdsduur was namelijk een minpunt voor veel respondenten. De eventuele vermindering van vragen mag echter niet ten koste gaan van de betrouwbaarheid en validiteit. Ook was de wetenschappelijke vraagstelling een struikelblok voor veel respondenten. De aanbeveling is dan ook om de vragen minder academisch te stellen. Daarnaast kan de zinsopbouw en spelling van de Nederlandstalige HCTA onderzocht en verbeterd worden. Dit alles zorgt er tezamen mogelijk voor om de betrouwbaarheid van de Nederlandstalige HCTA te verhogen.

Toon meer
OrganisatieSaxion
Datum2013-09-01
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk