De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Hoogbegaafdheid en onderpresteren

Een onderzoek naar het voorkomen van onderpresteren en de verschillen tussen de motivatie, het welbevinden en het zelfvertrouwen van onderpresterende en niet-onderpresterende hoogbegaafde leerlingen

Hoogbegaafdheid en onderpresteren

Een onderzoek naar het voorkomen van onderpresteren en de verschillen tussen de motivatie, het welbevinden en het zelfvertrouwen van onderpresterende en niet-onderpresterende hoogbegaafde leerlingen

Samenvatting

Onderpresteren bij hoogbegaafden begint vaak al in de kleuterklas en het heeft, zoals uit onderzoek blijkt, voornamelijk te maken met het gebrek aan uitdaging op het ontwikkelingsniveau van het kind. In opdracht van basisschool ’t Schöppert is dit onderzoek uitgevoerd met het doel om meer inzicht te krijgen in de mate van onderpresteren van de hoogbegaafde leerlingen en de verschillen tussen onderpresteerders en niet-onderpresteerders. De onderzoeksvraag die is opgesteld luidt: “In welke mate is er sprake van onderpresteren bij de hoogbegaafde leerlingen van basisschool ’t Schöppert en wat is het verschil in de motivatie, welbevinden, zelfvertrouwen en de Cito-scores tussen de onderpresterende en niet-onderpresterende hoogbegaafde leerlingen?”. Renzulli heeft gesteld dat hoogbegaafdheid niet zozeer een eigenschap is, maar een bepaald vermogen dat zorgt voor het gedrag. Drie eigenschappen zorgen samen voor de kern van hoogbegaafdheid: intellectuele capaciteit, motivatie en creatief denkvermogen. De intellectuele capaciteiten en motivatie kunnen met verscheidene testen gemeten worden, maar er zijn geen betrouwbare of valide instrumenten op de markt om de creativiteit te meten. Mönks heeft gesteld dat omgevingsfactoren ook een grote rol spelen bij hoogbegaafdheid. Het gaat om de wisselwerking met het gezin, peer-groep en de school. Onderpresteren komt bij 30% van de hoogbegaafde kinderen die een IQ hebben rond 130 voor. De gevolgen van onderpresteren verschillen per leerling. Om de verschillen tussen de onderpresterende en niet-onderpresterende leerlingen in kaart te brengen is er onderzoek verricht. Hierbij is door middel van recente gemiddelde Cito-resultaten van de vakken begrijpend lezen, Drie-Minuten-Toets, rekenen-wiskunde en spelling bepaald of leerlingen al dan niet onderpresteren. Vervolgens zijn de wel en niet onderpresteerders via de School Attitude Questionnaire Internet (SAQI) onderzocht op hun percepties, ten aanzien van hun motivatie, welbevinden en zelfvertrouwen. Uit data-analyse is gebleken dat van de als hoogintelligent erkende leerlingen ca. 47,9% onderpresteren. Dit is opvallend te noemen, omdat uit de literatuur 30% naar voren kwam. Via de SAQI is naar voren gekomen dat er een statistisch significant verschil is tussen de (niet) onderpresteerders met betrekking tot de motivatie. Maar de verschillen tussen de gemiddelden zijn zo klein zijn dat het verwaarloosd kan worden. Dit geldt ook voor de geslachtsverschillen: qua motivatie, welbevinden en zelfvertrouwen blijken hoogintelligente meisjes en jongens weinig van elkaar te verschillen. Binnen het onderzoek zijn er een aantal beperkingen aan het licht gekomen, zoals de externe validiteit. Daarnaast is er geen rekening gehouden met de instabiliteit van de intelligentie van de leerlingen, disharmonieuze intelligentieprofielen en het voorkomen van leerstoornissen. De aanbeveling is om in een volgend onderzoek deze aspecten in acht te nemen. Bij verder onderzoek naar de oorzaken van onderpresteren van een kind is het aan te raden om de focus op zijn/haar sterke kanten te zetten.

Toon meer
OrganisatieSaxion
OpleidingToegepaste Psychologie
Datum2017-07-01
TypeBachelor
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk