De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Afval, van stad naar platteland

Afstudeeronderzoek naar de verspreiding van stadsafval van de stad naar het platteland in de Vroege en Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd.

Afval, van stad naar platteland

Afstudeeronderzoek naar de verspreiding van stadsafval van de stad naar het platteland in de Vroege en Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd.

Samenvatting

Archeologie Deventer doet op grote schaal onderzoek naar de relatie tussen stad en platteland aan de hand van afvalverwerking. Op basis van het grootschalige onderzoek zijn er in 2016 en 2017 twee veldkarteringen uitgevoerd op het Stadsland om te onderzoeken welke rol het Stadsland innam in de afvalverwerking van Deventer in de Vroege en Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. De hoofdvraag is gericht op welke inzichten veldkarteringen kunnen verschaffen over afvalverspreiding op akkers rondom Deventer. Tijdens de veldkarteringen zijn er vondsten verzameld. Hiervan is keramiek onderzocht. Specifieke typen keramiek, ook wel gidsfossielen genoemd, zijn gebruikt om de verspreiding van keramiek op het Stadsland in beeld te brengen. Hieruit is gebleken dat er twee concentraties zijn, namelijk in het uiterste zuidoosten van perceel één en in twee vakken in het zuidoosten van perceel twee. De vondsten van het Stadsland zijn onderdeel van stadsafval dat afkomstig is uit verschillende afvalbronnen uit Deventer. Deventer had twee locaties waarheen het afval werd opgeslagen en afgevoerd, namelijk de Meyberghe en de Oertmersch. De Oertmersch is een synoniem voor het Stadsland. Om oorzaken te vinden voor de deponering van stadsafval op het Stadsland is historisch-geografisch onderzoek uitgevoerd. Daaruit bleek dat het Stadsland eerst in gebruik was als weide en vervolgens als bouwland. Een oorzaak voor de omslag in grondgebruik is de bouw van het vestingstelsel in de periode 1597-1621. De bouw valt samen met de aanvang van de deponering met stadsafval. De bouw had tot gevolg dat tuin en akkercomplexen aan de rand van Deventer verplaatst moesten worden. Uit de landschapsontwikkeling is gebleken dat het Stadsland bestaat uit een Pleistocene ondergrond die na 550 na Christus door Holocene afzettingen van de IJssel wordt ingedrongen en afgedekt. De bodem van het Stadsland bestaat uit ooivaaggronden en poldervaaggronden. Daarnaast is onderzocht of er andere onderzoeksmethoden geschikt zijn om de verspreiding van afval in beeld te brengen. Hiervoor komen het akkersleuvenonderzoek en esvakkenonderzoek voor in aanmerking. Monstername kan ook van betekenis zijn voor dit onderzoek. Enkele monsternames die geschikt zijn, zijn micromorfologie, palynologie, macrobotanie en optisch gestimuleerde luminescentie.

Toon meer
OrganisatieSaxion
OpleidingArcheologie
Datum2019-02-01
TypeBachelor
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk