De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Reversibiliteit amfetamine geïnduceerde agitatie in de hond

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Reversibiliteit amfetamine geïnduceerde agitatie in de hond

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

Summary

In this report a novel animal model based on the dopamine hypothesis of schizophrenia is described. The goal of the study was to evaluate the reversibility of amphetamine induced agitation in Beagle dogs. This model is similar to previously described locomotory studies in rats, where rats are dosed with amphetamine to produce an agitated state. The underlying principle of these studies is based on the fact that amphetamine greatly increases the amount of dopamine released in the mesolimbic system of the brain. Since dopamine is one of the primary neurotransmitters related to schizophrenia, the construct validity of these models is considered to be reasonably high.
Some substances can however have limited or bad kinetic distribution in rodents, and thus not be properly tested in rats. Also, some substance related side-effects have been known to be only detectable in the non-rodent species. In these cases the tested canine model could potentially be used as an alternative method for detecting antipsychotic activity of substances. For this model to be of added value, it has to provide a good predictive validity.

For the experiment 12 Marshall Beagle dogs (6 male and 6 female) were selected based on their relatively low locomotory activity. The dogs were divided into 2 groups and dosed once per week. An actiwatch (sleep analysis system) was placed around the dogs necks before dosing and locomotion was registered continuously during an 8 hour period. The animals were subcutaneously dosed with 2,5 mg/kg amphetamine half an hour after dosing with a known antipsychotic. Observations were done at 75 and 45 minutes before dosing with amphetamine and 1, 2, 4 and 6 hours after dosing. The body temperature was also measured at these time intervals. Observations were done for 1 min. in front of the cage and for 10 min. through camera's (undisturbed). During the observation periods stereotypical behavior caused by amphetamine was scored.
Two doses of haloperidol, olanzapine and risperidone were tested in this manner. The doses for these antipsychotics were based on ED50 values from previous conditioned avoidance response experiments. Results were compared to the maximum agitation; a value obtained from dosing with amphetamine without antipsychotic.
The results indicate that all tested antipsychotics are able to produce a lower state of locomotion as well as lower body temperature and stereotypy compared to dosing with amphetamine. While these results confirm the viability of the mechanisms of the model, no clear statements can be made about the predictive validity yet. This would require further investigation of more dosages of antipsychotics, tested in a higher number of dogs.

Samenvatting

In dit verslag is een farmacologisch non-rodent diermodel voor het testen van antipsychotica beschreven. Het doel van de studie was om de reversibiliteit van amfetamine geïnduceerde agitatie te evalueren. Het diermodel is gebaseerd op de dopamine hypothese van schizofrenie en is vergelijkbaar met eerdere studies in ratten, waarbij ratten in een geagiteerde staat worden gebracht door het doseren met amfetamine. Hierbij wordt getest in hoeverre stoffen in staat zijn deze agitatie op te heffen, hetgeen een indicatie geeft in de antipsychotische werking van deze stoffen. Het mechanisme van deze studies is gebaseerd op het feit dat amfetamine de hoeveelheid dopamine in o.a. het mesolimbische systeem van de hersenen sterk verhoogt. Van de neurotransmitter dopamine is bekend dat deze een rol speelt bij de etiologie van schizofrenie.
Sommige stoffen kunnen een slecht kinetisch profiel hebben in knaagdieren. Ook is bekend dat sommige stoffen bijwerkingen vertonen in non-rodents, maar niet in knaagdieren. In deze gevallen kan het geteste model in de hond toegepast worden om de antipsychotische werking van stoffen te evalueren. Het is daarom van belang dat het diermodel een goede predictieve waarde heeft; dus een goed vermogen om de antipsychotische werking van stoffen aan te tonen.
Voor het experiment werden 12 Marhall Beagles (6 mannetjes en 6 vrouwtjes) geselecteerd op lage bewegingsactiviteit. Deze dieren werden verdeeld in 2 groepen van 6 en een maal per week gedoseerd. Om de nek van de dieren werd een actiwatch apparaat geplaatst, welke de mate van beweging van de honden continu registreerde gedurende een periode van 8 uur. De honden werden met een bekend antipsychoticum gedoseerd en een half uur later werd 2,5 mg/kg amfetamine gedoseerd. De honden werden 75 en 30 min. voor het doseren van amfetamine geobserveerd en 1, 2, 4 en 6 uur na dosering. Tijdens deze observaties werd de mate van stereotypie en de lichaamstemperatuur genoteerd. Observaties geschiedde voor het hok gedurende 1 min. per hond en via een camera. Op deze manier zijn 2 dossisen van haloperidol, olanzapine en risperidone getest. De dosissen voor deze stoffen waren gebaseerd op gevonden ED50 waarden van conditioned avoidance response experimenten met honden.
Uit de resultaten blijkt dat de drie geteste antipsychotica allen in staat zijn om de effecten van amfetamine te verminderen. Dit geldt voor zowel de verhoogde mate van beweging als voor de verhoogde lichaamstemperatuur en stereotypie.
Deze resultaten zijn volgens de verwachting, maar er kan nog geen goede uitspraak gedaan worden over de predictieve waarde van het model. Hiervoor moeten meerdere dosissen antipsychotica getest worden.

Toon meer
OrganisatieAvans Hogeschool
AfdelingATGM Academie voor de technologie van Gezondheid en Milieu
PartnersJannsen Pharmaceutica , afdeling Neuroscience; Beerse / Belgie
Jaar2009
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 25 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk