De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Het is een slechte vogel, die zijn eigen nest bevuilt

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Het is een slechte vogel, die zijn eigen nest bevuilt

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

Het onderzoeksteam heeft een afstudeeronderzoek gedaan in de praktijk van Reclassering Nederland. Het afstudeeronderzoek heeft zich gericht op toezichthouders en de toezichtunits, oftewel de toezichtfunctie. Bij toezicht staat het begeleiden en controleren van reclassenten centraal. Deze tweeledige houding betekent dat toezichthouders verantwoordelijk zijn voor de naleving van de bijzondere voorwaarden en tegelijkertijd streven naar gedragsverandering bij reclassenten. Zo worden de recidiverisico’s ingedamd en het gedrag beïnvloed (www.reclassering.nl). Het doel dat toezichthouders nastreven met de begeleiding en controle, is het terugdringen van recidive bij reclassenten. Reclassering Nederland probeert op deze manier een bijdrage te leveren aan het veiliger maken van de samenleving.

Vogelvang & Van Alphen (2012) stellen dat reclassenten nooit alleen een ‘dader’ zijn. In hun eigen systeem vervullen ze namelijk ook andere rollen, zoals die van een vader, moeder, kind of broer/zus. In het justitiesysteem ligt ten aanzien van reclassenten de focus vaak op hun rol als dader. Toezichthouders zouden zich met hun reclassenten (meer) moeten richten op het vervullen en herstellen van deze rollen in het informele netwerk (Vogelvang & Van Alphen, 2012). Echter, uit eerder onderzoek is gebleken dat toezichthouders te weinig gebruik maken van dit informele netwerk rondom cliënten, terwijl dit juist een bijdrage kan leveren aan het vergroten van ‘desistance’ (het afzien van crimineel gedrag). Ook draagt het bij aan het indammen van recidiverisico’s (Van Deursen & Van Hamond, 2011). Dit studentenonderzoek van 2011 pleitte daarom voor een benadering gericht op het systeem als aanvulling op het methodisch handelen van toezichthouders. In overleg met A. Andreas (beleidsmedewerker Reclassering Nederland) is vastgesteld dat de reclasseringspraktijk zich leent voor een systeemgerichte benadering, alleen resteerde de vraag hoe deze benadering voor elke toezichthouder methodisch in te zetten is (A. Andreas, persoonlijke communicatie, 2013, november 18). De methodiek van Reclassering Nederland staat beschreven in een handboek, ‘Werken in gedwongen kader’ (Menger & Krechtig, 2013). Deze methodiek besteedt in beperkte mate aandacht aan de systeemgerichte benadering. Reden te meer om verdergaand onderzoek te doen op dit terrein. De hoofdvraag van het onderzoek luidt daarom:
‘Hoe kunnen toezichthouders de systeemgerichte benadering c.q. de benadering, gericht op gezinsrelaties methodisch toepassen in de reclasseringspraktijk?’

Om een antwoord te krijgen op deze centrale vraag, heeft het onderzoeksteam een kwalitatief onderzoek gedaan bij drie verschillende toezichtunits (Groningen, Amsterdam en Eindhoven) met drie verschillende groepen toezichthouders. De populatie en respondenten van het onderzoek waren dus toezichthouders van Reclassering Nederland. Het onderzoeksteam heeft gekozen voor een geografische spreiding en een spreiding in de variabele ‘affiniteit met de systeemgerichte benadering’. Met deze spreidingen heeft het onderzoeksteam op een breed niveau data verzameld. Het kwalitatieve onderzoek bestond uit: het analyseren van bijgehouden logboeken, observaties, interviews en het verrichten van literatuuronderzoek.

De data uit de logboeken, observaties en interviews zijn verwerkt en geanalyseerd door het onderzoeksteam. Met deze resultaten van het onderzoek is er een beargumenteerde koppeling gemaakt met het theoretisch kader (literatuuronderzoek), waaruit het onderzoeksteam deelconclusies heeft kunnen formuleren. Aan de hand van deze deelconclusies is er een eindconclusie geformuleerd, waarbij antwoord gegeven wordt op de hoofdvraag van het onderzoek. Uit de conclusies kwamen een aantal belangrijke punten naar voren die voor toezichthouders nodig zijn om methodisch systeemgericht te kunnen werken:
 een gelijkwaardige werkrelatie opbouwen;
 integreren van vijf basisregels (basisattitude);
 reclassent in zijn verschillende (sociale) rollen benaderen, niet alleen de daderrol;
 gedragingen analyseren vanuit systeemprocessen, circulair kijken;
 aandacht hebben voor relationele ethiek met loyaliteiten;
 één gezamenlijke ‘systeemgerichte’ taal spreken.
Met deze conclusies heeft het onderzoeksteam concrete aanbevelingen geschreven voor Reclassering Nederland. Daarnaast beschrijft het onderzoeksteam

Toon meer
OrganisatieAvans Hogeschool
OpleidingSociaal Pedagogische Hulpverlening-Den Bosch
AfdelingASH Academie voor Sociale Studies 's Hertogenbosch
PartnersAvans Hogeschool - Lectoraat Reclassering en Veiligheidsbeleid
Datum2014-06-02
TypeBachelor
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk