De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Valideren van automatische diskdiffusie methode voor Gram-positieve kokken

Door middel van WASP/WASPlab in combinatie met Adagio software

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Valideren van automatische diskdiffusie methode voor Gram-positieve kokken

Door middel van WASP/WASPlab in combinatie met Adagio software

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

Bij Stichting PAMM (laboratorium voor Pathologie en Medische Microbiologie) op de afdeling Bacteriologie komen dagelijks patiënten materialen binnen. Op het laboratorium worden vervolgens bacteriën uit de patiënten materialen geïsoleerd. Indien nodig kan een gevoeligheidsbepaling worden ingezet om te bepalen welke antibiotica geschikt zijn voor de behandeling van de pathogeen. Gevoeligheidsbepalingen die bij de PAMM worden ingezet zijn Vitek®2, diskdiffusie die met de hand wordt ingezet en meervaksplaten volgens European Committee on Antimicrobial Susceptibility Testing (EUCAST) richtlijnen. Deze drie methodes vormen de gouden standaard in dit onderzoek.
Echter zijn de reagens kaarten van Vitek®2 prijzig en de diskdiffusie die met de hand wordt ingezet is niet consequent doordat de diameters anders kunnen worden afgelezen per labanalist. Vandaar dat in dit onderzoek een nieuwe goedkopere methode wordt gevalideerd. Deze methode kan de gevoeligheidsbepalingen automatiseren, namelijk de Walk Away Specimen Processor (WASP) in combinatie met Adagio software volgens EUCAST richtlijnen. Tevens vermindert het automatiseren de tijd voor het aflezen van de diameters, waardoor ook kosten worden bespaard.
WASP/Adagio is gebaseerd op automatische diskdiffusie methode welke door WASP/WASPlab kan worden ingezet. Na incubatie maakt WASPlab een foto van de MH agar waarbij Adagio software de remmingzones bepaald. De diameters van de remmingzones worden met EUCAST breekpunten of in sommige gevallen CLSI breekpunten omgezet naar gevoeligheidsinterpretaties.
Voor de validatie van WASP/Adagio worden Gram-positieve kokken (stafylokokken en enterokokken) getest die voornamelijk zijn geïsoleerd uit urinekweken ingestuurd door huisartsen. Het verschilt per bacteriegroep welke antibiotica zijn getest voor WASP/Adagio op een Mueller-Hinton (MH) agar. Er zijn in totaal 300 stammen getest, waarvan 150 stafylokokken en 150 enterokokken.
De gevoeligheidsbepalingen werden vergeleken tussen de gouden standaard en WASP/Adagio. Het gemiddelde overeenkomstpercentage bij stafylokokken was hier 96,6%. Bij enterokokken was het gemiddelde overeenkomstpercentage 88%. Indien nodig konden de remmingzones, bepaald door Adagio, handmatig worden aangepast in Total Laboratory Automation (TLA). Wanneer dit werd gedaan en vergeleken met de gouden standaard was het overeenkomstpercentage voor de stafylokokken hetzelfde gebleven. Bij de enterokokken werd het overeenkomstpercentage 95,5%. Daarnaast waren de verkregen gevoeligheidsinterpretaties vergeleken tussen WASP/Adagio en handmatige aflezing van de remmingzones van de MH agar ingezet door WASP/WASPlab. Het gemiddelde overeenkomstpercentage voor stafylokokken was hier 99,1% en bij enterokokken 88%. Indien hierbij de gevoeligheidsinterpretaties werden vergeleken na het handmatig aanpassen van de remmingzones in TLA was het gemiddelde overeenkomstpercentage voor stafylokokken 99,6%. Bij de enterokokken werd het gemiddelde overeenkomstpercentage 97,2%. Stafylokokken hadden een hoog gemiddeld overeenkomstpercentage tussen de vergeleken methodes. Daarnaast was er een minimaal verschil tussen de gemiddelde overeenkomstpercentages met of zonder handmatige aanpassing van de remmingzones in TLA. Daarnaast moet bij stafylokokken een 8-disk dispenser van WASP worden gebruikt voor het betrouwbaar detecteren van clindamycine inductie dat wordt veroorzaakt door erythromycine. Tevens zou in de toekomst een PCR techniek kunnen worden opgezet voor stafylokokken die zijn getest met WASP/Adagio en eventueel in het bezit kunnen zijn van het macroliden, lincosamiden en streptogramines B (MLSB) fenotype. Bij enterokokken moesten vaak de remmingzones van nitrofurantoïne in TLA handmatig worden aangepast. Vandaar dat wordt aangeraden om nitrofurantoïne niet in de dagelijkse diagnostiek van PAMM te testen met WASP/Adagio. Daarnaast moet bij enterokokken de breekpunten van fosfomycine trometamol alleen worden toegepast bij Enterococus faecalis en niet bij Enterococcus faecium.

Toon meer
OrganisatieAvans Hogeschool
OpleidingBiologie en Medisch Laboratoriumonderzoek-Breda
AfdelingATGM Academie voor de technologie van Gezondheid en Milieu
PartnersStichting PAMM
Datum2017-01-06
TypeBachelor
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk