De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Screenend diagnostisch laboratoriumonderzoek voor de trombocyten functie

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Screenend diagnostisch laboratoriumonderzoek voor de trombocyten functie

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

Samenvatting

Bloed stroomt als een vloeibare massa door onze aderen. Is er sprake van een verwonding dan gaat het bloed stollen, om zo overmatig bloedverlies te voorkomen. Dit is een bijzonder belangrijk fysiologisch proces.

Er zijn verschillende oorzaken voor een niet goed werkende bloedstolling. Er kan een aangeboren afwijking zijn of een verworven afwijking. Ook wordt er onderscheid gemaakt tussen een afwijking in de primaire hemostase en de secundaire hemostase. Als er sprake is van een erfelijke afwijking is deze meestal in de kinderjaren opgespoord. Een voorbeeld van een aangeboren afwijking in de primaire hemostase is de ziekte van Bernard Soulier. Een patiënt met deze ziekte heeft een defect in de 1B receptor waardoor de trombocyten niet meer binden aan collageen m.b.v. de von Willebrand factor (vWf). Een voorbeeld van een verworven afwijking in de primaire hemostase is te zien bij patiënten met chronische of acute nierinsufficiëntie. Deze patiënten hebben een verhoogde bloedingsneiging omdat door onvoldoende geklaarde afvalstoffen de functie van de trombocyten is verminderd. Als nierpatiënten een chirurgische ingreep moeten ondergaan is het belangrijk dat de bloedingsneiging van de patiënt wordt getest. De geldende test in de handleiding van de Nefrologie is de bloedingstijd. De bloedingstijd moet de nefroloog inzicht geven in de bloedingsneiging van de patiënt voor dat deze een biopt moet ondergaan.

Het belangrijkste onderzoek van de afstudeerstage is de vergelijking tussen de bloedingstijd, Platelet Functie Analyser (PFA) en impedantie aggregatie (Multiplate) bij uremische patiënten om de trombocyten functie te testen (het bloedingstijden project).
De bepaling van de bloedingstijd is een erg vervelende methode voor de patiënten en ook voor het laboratorium om de methode te standaardiseren. Gedurende dit onderzoek wordt uitgezocht of de PFA en de impedantie aggregatie een vervanging voor de bloedingstijd kunnen zijn.
Omdat er in het bloedingstijden project nog maar weinig patiënten zijn geïncludeerd kan alleen maar bepaald worden wat er in de toekomst met elkaar vergeleken moet gaan worden. Door het opstellen van een scorelijst met bloedingscriteria kan na het afnemen van een biopt de bloedingscore worden bepaald. Aan de hand van deze bloedingscore en de uitslagen van de bloedingstijd, de PFA en de Multiplate kan gekeken worden wat de voorspellende waarde van de verschillende testen zijn. Ook kan naar de verschillende testen onderling gekeken worden. Door de specificiteit en de sensitiviteit van de verschillende testen te bepalen kan bepaald worden wat de beste test is als vervanger van de bloedingstijd.

Het tweede onderzoek van de afstudeerstage is de standaardisatie van de Mean Platelet Volume (MPV) meting. Een technisch probleem bij de meting van het MPV is dat het volume van de trombocyten niet stabiel is na bloedafname. Trombocyten zwellen op als gevolg van het EDTA in de afnamebuis. Deze volumetoename is tijdsafhankelijk. Wanneer de MPV meting verricht wordt is het noodzakelijk de tijd tussen bloedafname en meting zeer precies te standaardiseren. Door dit fenomeen zijn er geen algemeen geldende referentie waarden voor de MPV op te geven. Door te meten op verschillende tijden en in verschillende anticoagulantia kan bepaald worden wat de beste afnamecondities en de beste analysetijd is voor de meting van het MPV.
Er is niet veel onderzoek gedaan naar het MPV in EDTA ten opzichte van citraat. Er zijn verschillende onderzoeken die allen iets anders beweren. Wel wordt geconcludeerd dat het MPV gemeten in EDTA significant hoger ligt dan in citraat. Maar wanneer het MPV stabiel wordt is niet in de literatuur beschreven, waardoor het dus onbekend is wanneer het MPV het beste gemeten kan worden. Uit ons onderzoek blijkt dat het artikel van de Dastjerdi et al. ongelijk heeft wat betreft de meting. Het artikel beweerd dat het MPV reproduceerbaar gemeten kan worden in zowel EDTA als in citraat mits de meting binnen één uur na afname plaats vindt. Uit het MPV project komt dat in EDTA na 2 uur pas reproduceerbaar gemeten kan worden en in citraat is dit na 1,5 uur. Ook is er statistisch berekend dat er tussen het MPV in EDTA en in citraat op alle tijdstippen een significant verschil is. De trombocyten zwelling in EDTA gebeurt volgens het artikel van Bath et al. vooral gedurende de eerste 1,5 uur na afname. Maar dit proces continueert gedurende de volgende 24 uur. Deze gewaarwording is ook zichtbaar in dit onderzoek. In de 4 uur durende meting van EDTA is te zien dat in de eerste 1,5 uur de waarden sterker stijgen dan daarna. Maar in tegenstelling tot de meting in citraat blijft de stijging doorzetten en bereikt het nog geen plateau.
Uit het MPV onderzoek blijkt dat de normaalwaarden binnen het AZM lager liggen en een kleinere spreiding hebben dan de in dit onderzoek gevonden waarden. De normaalwaarden voor een meting in EDTA liggen hoger dan de waarden gemeten in citraat. Waarschijnlijk komt dit door een mindere zwelling van de trombocyten in citraat.

Toon meer
OrganisatieAvans Hogeschool
AfdelingATGM Academie voor de technologie van Gezondheid en Milieu
PartnerAcademisch Ziekenhuis Maastricht
Jaar2009
TypeBachelor
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk