De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Samen ontdekken

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samen ontdekken

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

Bij het vak levensbeschouwing draait het om de vraag hoe de leerling een visie ontwikkelt op zichzelf en op zijn omgeving. Om antwoord te vinden op de vraag hoe 2-kaderleerlingen op een goede manier tot visie ontwikkelen kunnen komen is zijn er een aantal zaken die daarbij een rol spelen.
Voor leerlingen in een 2-kaderklas is het erg belangrijk om bij een groep te horen. Deze groep is een omgeving waarin hij zich vrijuit kan bewegen en waarin hij kan oefenen voor het leven later. Leerlingen kunnen in deze leeftijdsfase onzeker zijn omdat men zoekt naar de positie in de groep. 2-kaderleerlingen vinden het leuk om over levensbeschouwelijke zaken na te denken en om zich een mening te vormen. Naast het vormen van een mening is de leerling er op uit om zijn mening te spiegelen aan die van een ander. Deze ander kunnen docenten, ouders, vrienden, klasgenoten of anderen zijn waar hij mee in contact staat (de ouders zijn hierin het belangrijkst!). Door dit spiegelen leert de leerling wat de ander vindt en kan zo zijn visie verder ontwikkelen. Het is raadzaam voor een docent om in zijn werkvormen de groep een belangrijke plaats te geven en om met meningsvorming bezig te zijn. Discussie en stellingen kunnen hier goed van toepassing zijn.
De 2-kaderleerling bevindt zich een de ontwikkelingsfase waarin hij een visie op zijn omgeving begint te ontwikkelen. In deze fase kan de leerling zich inleven en begrijpt waarom en hoe de ander naar de wereld kijkt. Daarnaast gaat de leerling abstract en logisch denken, waardoor hij verbanden legt tussen gebeurtenissen en verschillende visies op het leven. Ook gaat de leerling de betekenis van symbolen begrijpen ziet hij de waarde hiervan. Het godsbeeld van de leerling ontwikkelt zich van een afstandelijk en vastomlijnd godsbeeld naar een relationeel godsbeeld. Aan het stellen van levensvragen gaat vaak een bestaanservaring vooraf. Dit is een ervaring die gekoppeld is aan een gebeurtenis die indruk heeft gemaakt bij de leerling.
Leerlingen die religieus zijn opgevoed vinden hun religie een belangrijke bron in het vormen van een visie op het leven. Geestelijken hebben hier een invloedrijke rol. Leerlingen die niet-religieus zijn opgevoed zijn bij een religie vinden deze bronnen vaak niet relevant voor het vormen van hun levensvisie. Er ontstaat een kloof tussen deze leerlingen, omdat ze aan dezelfde bron een tegenovergestelde waarde hangen.
De leerling heeft behoefte aan docenten die d zaken uit zijn eigen leven eerlijk durft te delen met de leerling. Het is daarnaast belangrijk dat de docent de leerling serieus neemt en niet afwijst. Afwijzing blokkeert de open houding van de leerling waardoor hij zich niet goed kan ontwikkelen.
Voor 2-kaderleerlingen is het erg belangrijk om te zorgen voor duidelijke regels en consequenties in de les. Leerlingen weten wat er van hen verwacht wordt en dit zorgt voor een veilige sfeer in de klas. Het kan helpen dat de docent zijn regels en de consequenties aan het begin van het jaar duidelijk uitlegt en deze vanaf het begin duidelijk handhaaft.

Toon meer
OrganisatieChristelijke Hogeschool Ede
OpleidingLeraar Godsdienst/Levensbeschouwing
AfdelingAcademie Theologie
Jaar2016
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk