De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Buurtzorg Nederland

Aandacht voor ondervoeding

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Buurtzorg Nederland

Aandacht voor ondervoeding

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

Uit de Landelijke Prevalentiemeting Zorgproblemen (LPZ) van 2010 blijkt dat ruim 40% van cliënten in de thuiszorg in Nederland risico loopt op ondervoeding. Daarnaast is 17% van de cliënten daadwerkelijk ondervoed. Dit afstudeeronderzoek is uitgevoerd in opdracht van Buurtzorg Nederland, een thuiszorgorganisatie met locaties door heel Nederland, werkend met een vernieuwende organisatiestructuur en zelfsturende teams.
De centrale vraagstelling luidt: Naar aanleiding van het LPZ rapport (2010), in welke mate wordt er aandacht besteed binnen Buurtzorg Nederland aan (risico op) ondervoeding bij cliënten?
In het onderzoek is gebruik gemaakt van verschillende onderzoeksmethoden om de centrale vraagstelling te kunnen beantwoorden. Allereerst is een literatuurstudie gedaan, vervolgens is er online een enquête verstuurd onder alle verpleegkundigen en verzorgenden bij Buurtzorg Nederland via het Buurtzorgweb.
Aan de hand van de resultaten kan worden gezegd dat er binnen de Buurtzorgteams zeker aandacht wordt besteed aan (risico op) ondervoeding bij cliënten. De teams bespreken voornamelijk het onderwerp tijdens de cliëntenbespreking. Het is opvallend dat er weinig scholingen worden georganiseerd met betrekking tot ondervoeding. Afspraken rond dit onderwerp zijn niet duidelijk volgens 64,2 % van de respondenten. De verpleegkundigen en verzorgenden verzamelen individueel kennis over (risico op) ondervoeding, voornamelijk door informatie op te zoeken wanneer dit nodig is en vakliteratuur te raadplegen. De voedingstoestand van cliënten wordt volgens de verpleegkundigen en verzorgenden goed bijgehouden. 30,6% van de respondenten geeft aan dat het (risico op) ondervoeding soms laat gesignaleerd wordt. Het monitoren wordt hoofdzakelijk gedaan door te observeren en de screening op (risico op) ondervoeding voornamelijk zonder methode. Over de rapportage wat betreft de screening op (risico op) ondervoeding is de meerderheid van de ondervraagden ontevreden. Volgens de verpleegkundigen en verzorgenden wordt er niet duidelijkheid genoeg gerapporteerd over dit onderwerp. Wanneer er gekeken wordt naar de interventies die de verpleegkundigen en verzorgenden kiezen wanneer er (risico op) ondervoeding is geconstateerd, komen deze overeen met de in de literatuur genoemde interventies. Ongeveer een kwart van de respondenten antwoordde echter geen duidelijkheid te hebben over de interventies die ondernomen kunnen worden.
Het onderzoek sluit af met aanbevelingen die handvatten bieden om de zorg in dit opzicht te verbeteren en aanleiding kunnen zijn voor een eventueel vervolgonderzoek. Enkele voorbeelden:
• Bepaal regelmatig of scholing over (risico op) ondervoeding nodig is.
• Houdt overzicht over de voedingstoestand van alle cliënten waar u persoonlijk begeleider van bent.
• Op basis van informatie uit de literatuur en het praktijkonderzoek wordt aanbevolen met het hele team te kiezen voor de SNAQ als screeningsinstrument.
• Vervolgonderzoek naar de manier van rapporteren wat betreft (risico op) ondervoeding en hoe de rapportage verbeterd kan worden wordt aanbevolen.
• Zorg voor duidelijkheid over welke interventies ondernomen moeten en/of kunnen worden doormiddel van scholing, literatuur, et cetera.

Toon meer
OrganisatieChristelijke Hogeschool Ede
OpleidingVerpleegkunde
Jaar2012
TypeBachelor
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk