De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Terug naar de basis : Oosterhoutse kinderen en de ontwikkeling van overgewicht

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Terug naar de basis : Oosterhoutse kinderen en de ontwikkeling van overgewicht

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

Overgewicht is een chronische ziekte, waarbij het lichaamsgewicht de standaard gewichten overschrijdt. Dit kan zorgen voor mogelijke problemen voor de gezondheid (Daansen, 2005) (WHO, 2006).
Daarnaast is overgewicht een maatschappelijk probleem. Dit komt omdat het betrekking heeft op een grote groep mensen, het probleem door maatschappelijke ontwikkelingen wordt veroorzaakt en het van belang is voor de gehele bevolking het probleem op te lossen (Brinke, 2007). De bepaling van overgewicht kan met behulp van verschillende methodes plaats vinden. Gekeken naar de voor en nadelen van de verschillende onderzoeksmethode is er gekozen om tijdens dit onderzoek gebruik te maken van de BMI-meting. Deze methode is relatief eenvoudig uit te voeren en hier zijn momenteel de beste referentiewaarde voor terug te vinden. Daarnaast wordt deze meting minimaal beïnvloed door het begin van de pubertijd (Bulk-Bunschoten, 2004). Overgewicht wordt veroorzaakt door een positief balans tussen de inname van energie en het verbruik van energie (Hiraki, 2008). Twee belangrijke oorzaken van deze disbalans zijn overconsumptie een bewegingsarmoede. Overconsumptie is het te veel aan innemen van energie. Stichting Voedingscentrum heeft een aanbevolen voedingspatroon samengesteld, leeftijd en geslacht afhankelijk (Stegeman, 2007). Dit voedingspatroon levert een bepaalde hoeveelheid energie op. Uit onderzoek van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport blijkt dat de daadwerkelijke inname van calorieën hoger ligt dan de aanbevolen inname (VCP, 2008).
Oorzaken kunnen worden terugkoppelt aan de verschillende determinanten. Er wordt daarbij onderscheid gemaakt tussen het intern gezinspatroon en het extern beleid. Onder het extern beleid valt toegang tot voedingsmiddelen, de beschikbaarheid van voedingsmiddelen en de beschikbare informatie. Onder het intern gezinspatroon valt de keuze voor voedingsmiddelen, de bereiding en de leefstijl binnen het gezin. Bewegingsarmoede is het tekort aan beweging, wat een mede oorzaak kan zijn voor het ontstaan van overgewicht (Borns, 1999). De Nederlandse overheid heeft een advies opgesteld met betrekking tot de minimale hoeveelheid beweging die een persoon nodig heeft: de Nationale Norm Gezond Bewegen (Stegeman, 2007).Uit onderzoek van TNO blijkt dat slechts de helft van de volwassenen de nationale norm gezond bewegen behalen (OBiN, 2004). Bij jongeren tussen de 12 en 18 ligt dit percentage nog lager. Oorzaken van de bewegingsarmoede zijn terug te vinden in verschillende determinanten. Er wordt daarbij onderscheid gemaakt tussen de interne gezinsfactoren en de externe omgevingsfactoren. Binnen de interne gezinsfactoren valt de eigen effectiviteit, demografische gegevens en de sociale omgeving. Binnen de externe omgevingsfactoren valt de leefomgeving, denkend aan de infrastructuur en de veiligheid. Uiteindelijk spelen ook verschillende ontwikkeling van de omgeving een rol bij het ontstaan van de obesogene samenleving. Dit blijkt uit onderzoek van de gezondheidsraad (Gezondheidsraad, 2003). Voorbeelden hiervan zijn het verminderen van menselijk arbeid, de toename van de koopkracht en de toename van computergames (WHO, 2006).
Nederland brengt de ontwikkeling van overgewicht bij de jeugd periodiek in beeld met behulp van de landelijke Groeistudie. Sinds 1955 is deze studie vier keer afgenomen (Verloove, 2007). Wanneer de gegevens uit de derde en vierde studie vergeleken worden met elkaar, wordt duidelijk dat het aantal jongens met overgewicht is toegenomen met 30%. Daarnaast is er bij de meisjes een stijging van 56%
Overgewicht is een chronische ziekte, waarbij het lichaamsgewicht de standaard gewichten overschrijdt. Dit kan zorgen voor mogelijke problemen voor de gezondheid (Daansen, 2005) (WHO, 2006).
terug te vinden(Ziezon, 2008). De Wereldgezondheidsorganisatie verwacht dat in 2015 overgewicht het grootste gezondheidsprobleem binnen de westerse wereld is (WHO, 2008). Gevolgen van overgewicht kunnen worden teruggevonden op verschillende gebieden. Individueel kan er spraken zijn van lichamelijk gevolgen op korte termijn, denkend aan galstenen, huidinfecties, acne en bronchitis en lichamelijke gevolgen op lange termijn (Wester, 2006). Op lange termijn blijkt er namelijk een negatief verband te zijn tussen overgewicht en hart en vaatziekte, overgewicht en kanker en overgewicht en het sterftecijfer. Daarnaast zijn er ook psychische gevolgen aan overgewicht te koppelen, denkend aan een lager zelfbeeld, een hogere kans op depressiviteit en een verhoogd angstniveau (Wester, 2006). Ook zijn er praktische gevolgen op individueel gebied. Maatschappelijke gevolgen zijn voornamelijk terug te koppelen aan de extra kostenpost die overgewicht met zich mee lijkt te brengen. Dikkere mensen blijken meer geld te kosten voor de werknemers (P&O, 2008). Daarnaast kost het extra geld in de gezondheidszorg (Voedingscentrum, 1999) en worden er extra kosten gemaakt op gebied van preventie (Wang, 2003). Voor de preventie van overgewicht zijn er twee doelstelling terug te vinden in de kabinetsnota: Kiezen voor gezond leven.
 Percentage volwassen met overgewicht mag niet stijgen
 Percentage jongeren met overgewicht moet dalen (Klooster, 2006)
Om dit te laten slagen moet er spraken zijn van attitude, eigen effectiviteit, sociale normen en persoonlijke normen (Sluys, 2005). Daarnaast is het noodzakelijk dat er gedragsverandering plaats vindt (Witte, 2007). Een algemeen gestructureerd plan is er in Nederland nog niet. Het ontbreekt momenteel aan een overkoepelde visie en een eenduidige doestelling. De preventie richt zich vooral op projecten, signaleringsplannen en de ontwikkeling van een reclamecode. Ontwikkeling heeft betrekking op de kwantitatieve en de kwalitatieve groei van het lichaam. Voor het basisschoolkind bestaat dit uit twee kleiner fases; de kleuter en het jonge schoolkind. Belangrijke kenmerken in deze periode zijn de volgende:
 Een kind spiegelt zich aan de ouder, dit is zijn directe leerwereld
 Het kind kan nog niet logisch redeneren
 Het kind vergroot de wereld van het gezin naar de school en vrienden
 Het kind is erg gevoelig voor het sociale aspect van sporten in de groep
 Het kind bevindt zich vooral in het begin van het schoolkind periode in een eerste kritische periode voor de ontwikkeling van overgewicht.
Volwassenen blijven zichzelf ook doorontwikkelen. Belangrijke kenmerken van deze ontwikkeling zijn de volgende:
 Sociale druk is in mindere maten aanwezig, waardoor er meer vanuit de eigen visie wordt gehandeld.
 Doordat de lichaamsbeweging afneemt in deze periode, neemt de ontwikkeling van lichaamsvet toe.
Dit onderzoek heeft de kenmerken van een kwantitatief onderzoek, waarbij er spraken is van een exploratieve methode van testen. Met name de informatie met betrekking tot het ontstaan van overgewicht wordt getest om scherpere hypotheses te kunnen vormen. Toetsend onderzoek komt terug wanneer er gekeken wordt naar de manier van het huidige preventie beleid via school.
Voor de onderzoekspopulatie is gekozen voor ouders van kinderen wonend in Oosterhout in de leeftijdscategorie tussen den vijf en negen jaar. Deze groep van 3258 is voor dit onderzoek te groot om in zijn geheel te testen, daarom wordt er gebruik gemaakt van een steekproef. De steekproef groep bestaat uit ouders van zwemles kinderen binnen de gemeente Oosterhout en ouders van kinderen van basisschool de Touwbaan. Uiteindelijk worden deze gegevens ingevoerd in het programma SPSS 15.0 om vervolgens resultaten te kunnen halen uit de verkregen gegevens. Om dit in beeld te brengen is er gebruik gemaakt van frequentie onderzoek, waarbij er beschrijvende statistiek gebruikt wordt. Het tweede deel is met name om de samenhang van gegevens weer te geven, hiervoor is de regressieanalyse noodzakelijk. De samenstelling van de groep respondenten bestaat uit 119 ouders. Gekeken naar het voedingspatroon heeft 44,5 procent van deze groep een gezond voedingspatroon. Het cijfer van het behalen van de NNGB ligt op 24,4 procent. Tussen de determinanten onderling is het gemiddelde van negatief of positieve invloed niet extreem. Er zijn ook weinig verschillen tussen de groepen onderling te vinden. Met behulp van spearman's rangorde correlatie test is duidelijk geworden dat er spraken is van negatieve correlatie tussen de voedingskeuze en het hebben van overgewicht van het kind. Een positieve correlatie is terug te vinden tussen de demografische gegevens en het hebben van overgewicht van het kind. Daarnaast is er een positieve correlatie terug te vinden tussen de situatie van overgewicht binnen het gezin en kennis en keuze voor voedingsmiddelen en een negatieve correlatie tussen overgewicht binnen het gezin en de leefomgeving. Projecten en campagnes ter preventie van overgewicht of stimulans voor gezond gewicht wel bekend binnen het gezin, echter het resultaat is minimaal. Met name binnen het onderwijs wordt er duidelijk aangegeven dat het kind zelf er wel resultaat van heeft, maar dat vervolgens binnen het gezin weinig wordt gedaan aan een gezond voedingspatroon. Door te testen op de determinanten toegang tot voedingsmiddelen, informatie, leefstijl en gezin, keuze van voedingsmiddelen, bereiding van voedingsmiddelen, eigen effectiviteit met betrekking tot bewegen, demografische gegevens, sociale omgeving en fysieke kenmerken is er getracht de bepalende determinant voor het ontstaan van overgewicht te kunnen weergeven. Hier is echt geen significant verschil uitgekomen. Dit wil niet zeggen dat er geen verschil bestaat, maar dat dit niet zichtbaar is geworden met dit onderzoek en dat er verder onderzoek nodig is om dit te kunnen bepalen. Aanbevelingen voor vervolg onderzoek moeten worden gezien in de volgende punten:
 Grotere steekproef zodat minimale verschillen zichtbaar worden.
 Minder grote stappen, zodat het overzichtelijk blijft in het enquêteren.
Belangrijke kenmerken die meegenomen kunnen worden in het product bijdragend aan het preventiebeleid zijn de volgende:
 Kennis laten maken bij sporten in de vereniging
 Kennis inzicht laten verkrijgen in gezond en goedkoop eten
 Budgetteer voordeel bij deelname aan het preventieproject
 Insteek via ouders
Daarnaast is het van belang informatie te blijven vergaren om daadwerkelijk maatgerichte preventie te kunnen houden.

Toon meer
OrganisatieFontys Hogescholen
AfdelingFontys Sporthogeschool
Partnersbasisschool de Touwbaan te Oosterhout
Jaar2009
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk